| 1500
> 1648 |
«De
ontdekking van goud en zilver in Amerika, de uitroeiing, slavernij en
begraving van de inheemse bevolking in de mijnen, het begin van de
verovering en plundering van Oost-Indië, het veranderen van Afrika
in een wildpark voor de commerciële jacht op zwarthuiden,
signaleerde de rooskleurige dageraad van het tijdperk der
kapitalistische productie. Deze idyllische handelswijzen zijn de belangrijkste momenta van primitieve accumulatie. Op hun hielen volgt de handelsoorlog van de Europese staten, met de wereld als theater.» Karl Marx «De centrale pan-Europese ideologische controverse van de zestiende en de zeventiende eeuw -- Reformatie versus Contrareformatie -- was onlosmakelijk verbonden met de vorming van sterke staten en van het kapitalistische systeem. Het is geen toeval dat de gedeelten van Europa die in de zestiende eeuw terugkeerden naar de landbouw ook de gedeelten waren waar de contrareformatie won (Polen, Spanje, Italië, Hongarije), terwijl de industrialiserende landen, voor het grootste deel, protestants bleven (Engeland, Holland), Duitsland, Frankrijk en België stonden ergens tussenin, met als resultaat op lange termijn een compromis. Duitsland raakte verdeeld tussen Protestanten en Katholieken. Frankrijk en België kregen een paar protestanten, maar ontwikkelden een antiklerikale Vrijdenkerstraditie.» [E. Wallerstein, 27] «Periode van ontstaan, stabiliseren en versterken van de «absolute monarchie» als laatste, hoogste stadium van het feodalisme. De monarch centraliseert in die ene sterke hand - gesteund door een loodzware bureaucratie - alle rechterlijke macht, alle financiële bevoegdheden (belastingen en begrotingen), een staand (vast) leger én een staatskerk. De monarch heeft een klassenverwantschap maar een belangentegenstelling met de (oude land- of krijgs-)adel | een klassentegenstelling maar dikwijls een belangenovereenkomst (winst=geld) met de burgerij. Tussen adel en burgerij is er klassen- én belangentegenstelling, maar ze zijn dikwijls even sterk.» ALLGES |
| 1500 24-02
|
Op 24 februari wordt de latere Karel V in
Gent geboren, zoon van hertog Filips de Schone en Johanna
van Castilië. Sedert 1433 waren Brabant,
Vlaanderen en Holland gezamenlijk de
kerngewesten van de Nederlanden onder Filips de Goede. De Bourgondische
en Habsburgse vorsten hadden hun bezittingen uitgebreid tot de
traditionele Zeventien Nederlanden.
Deze zeventien groeiden geleidelijk tot een geheel, dat zich tooide met de naam «het Nederland», «le Pays Bas» of «Belgium nostrum». Het verschil lag niet tussen enerzijds Groningen en Friesland en anderzijds Artesië en Henegouwen. Het wezenlijke verschil in de Nederlanden bestond tussen aan de zeekant de verstedelijkte gewesten Brabant, Vlaanderen en Holland, met hun nijverheid en industrie, en aan de landkant de overwegend agrarische periferie. De Zeventien Provinciën vormden geen eenheidsstaat, daar de meeste gewesten hun eigen vorstenhuis gekend hadden, met hun eigen traditie en wetgeving. De kunstmatige eenmaking werd vooral door de Hertogen van Bourgondië bewerkstelligd. Door een weldoordachte huwelijkspolitiek, allerhande intriges en de noodzakelijke oorlogsvoering kwam een geheel tot stand die Karel V tijdens zijn regering kon afronden. Hij bracht het zover dat alle gewesten één vorst als gemeenschappelijke opvolger, zijn zoon Filips II, wilden aanvaarden. In de Zuidelijke Nederlanden was het graafschap Vlaanderen het grootste, rijkste en dus ook machtigste deel. Het strekte zich uit van de Schelde tot de Aa in Noord-Frankrijk. Door zijn uitgestrektheid werd het reeds heel vroeg door de graven van Vlaanderen als "moeilijk bestuurbaar" ervaren. Om het rendement van hun "villa's" (domeinen) zo hoog mogelijk te drijven stelden ze per streek een plaatsvervanger aan. Dit werd de "châtelain" van de "châtellenie" [«kasselrij»]. Hij had bestuurlijke en soms rechterlijke macht. De zuidwestelijke hoek van Vlaanderen bestond uit een uitgestrekte kasselrij St.-Omaars. Ook die werd door de uitgestrektheid als onbestuurbaar ervaren, en opnieuw onderverdeeld in verschillende «ambachten»: Belle-ambacht, Cassel-ambacht, Bergen-ambacht, Broekburg-ambacht, en Veurne-ambacht. Naast St.-Omaars lag de kasselrij Ieper. |
| 1507 |
Karels grootvader Maximiliaan
van Oostenrijk wordt door de Staten-Generaal van de Nederlanden benoemd
tot regent van de minderjarige Karel. |
| 1509 |
18-03: Margareta van Oostenrijk, de dochter van Maximiliaan, voorzien van uitgebreide volmachten als vertegenwoordiger van Maximiliaan in de Nederlanden. |
| 1515 |
05-01: De meerderjarig verklaarde Karel wordt te Brussel ingezworen als heer van de Nederlanden. Rondreis van Karel door de Nederlanden. |
| 1516 |
23-01: Overlijden van Ferdinand van Aragon op 23 januari, waardoor Karel de opvolgingsrechten verwerft op de landen van de Aragonese kroon. |
| 1517 |
31-10:
Theoloog
Maarten Luther
spijkert zijn 95 stellingen aan de deur van de Wittenbergse slotkerk. Begin
van een volksbeweging van de lagere clerus, de boeren, de
handwerklieden en de burgerij tegen het feodalisme. Tot de Duitse
Boerenoorlog van 1524-1526 is dit de eerste vroegburgerlijke revolutie
in Europa.
|
| 1519 |
> Overlijden van Maximiliaan
van Oostenrijk op 12 januari. Met het geld van de Duitse
bankiersfamilie Fugger wordt Karel tot keizer
Karel V verkozen
en op 23 oktober 1520 in Aken ingehuldigd als de nieuwe keizer van het
«Heilige Roomse» Duitse Rijk. > Eerste oorlog met Frankrijk (1519-1526). > 07-11: De Leuvense theologische faculteit veroordeelt als eerste een aantal stellingen van Luther. |
| 1520 |
> Verzet van de Spaanse
steden en adel tegen de toenemende macht van de centrale overheid.
Dit leidde van 1520 tot 1521 tot de opstand van de Comuneros die echter
onderdrukt werd. < In 1520 stelt Karel V Jean-Baptiste
van Tour en Tassis aan
tot grootmeester van de post. Die krijgt de opdracht te zorgen dat de
officiële brieven en
decreten snel over heel het rijk verspreid werden. Dat gebeurde d.m.v.
een relaissysteem: op regelmatige
afstanden werden gebouwen gezet, waar paarden en koeriers zich konden
verversen of elkaar konden aflossen. Het stelsel was een voorloper
van de moderne communicatie: de brieven arriveerden vrij snel. Zwakke
kanten waren: het klimaat dat kon tegenwerken.
|
| 1521 |
> Rijksdag in Worms, waar
Luther in de ban wordt gedaan. > Annexatie van Doornik bij de Nederlanden. > 22-03: Plakkaat van Karel V: bevel de werken van Luther te verbranden en verbod op het drukken, aankopen en verkopen, bewaren en lezen van die werken. Boekverbrandingen in Leuven, Antwerpen en Gent. < 28-10: Erasmus
verlaat Leuven om te Bazel een veilig onderkomen te vinden. In
1558
komen zijn werken op de index.
|
| 1522 |
Karel V richt een eigen
inquisitie voor de Nederlanden op. |
| 1524 |
Friesland erkent Karel V als landsheer. |
| 1525 |
Boerenoorlog in het Duitse Rijk. < Pieter Breughel de Oude werd
waarschijnlijk in Eindhoven geboren rond 1525.
|
| 1526 |
Tweede oorlog Spanje tegen
Frankrijk (1526-1529) De Franse koning François I ziet af van de suzerainiteit van Frankrijk over Vlaanderen en Artesië. |
| 1528 |
Karel V verkrijgt de macht in het bisdom Utrecht |
| 1529 |
> Wenen belegerd door de
Turken. > Artesië toegevoegd aan de gebieden van Karel V. > Uitvaardiging van een plakkaat tegen de "ketterse gedachten" die het katholieke geloof bedreigen. De doodstraf wordt ingesteld. Vooral gericht tegen de wederdopers en die leverden dan ook het overgrote deel van de slachtoffers die op de brandstapel het leven lieten. In de praktijk viel het met de vervolgingen van de «protestanten» (lutheranen en later calvinisten) nogal mee. |
| 1530 |
> 16-07: Liedsjezanger
Willem Cousture, alias
Lersekin, wordt onthoofd op de Ravelsberg bij Belle. Zijn
liedjesteksten worden er verbrand. > De wederdopers of anabaptisten vestigen hun «Jerusalem» in Münster (DE). In tegenstelling
tot de Lutheranen hadden de wederdopers een radicaal andere opvatting
van het geloof. Zij waren het niet eens met het dopen van kleine
kinderen: de doop moest een bewuste keuze zijn op volwassen leeftijd en
om die reden lieten zij zich opnieuw dopen. Hun maatschappelijke
opvattingen -- het ideaal van
gemeenschap van goederen of opheffing van particuliere eigendom
-- brachten ook de wereldlijke overheid ertoe hen als oproerkraaiers te
vervolgen. De radicale dopers meenden voor de komst van het Godsrijk
een hemels rijk op aarde te kunnen realiseren. Onder leiding van twee
Nederlandse voormannen maakten zij zich in 1530 meester van de stad
Münster in Westfalen, die voor hun het hemels Jeruzalem moest
worden. Duizenden trokken uit de Lage Landen naar Münster, in de
hoop daar een betere samenleving op te bouwen. Die drastische
verwerping van alles wat de gevestigde orde gewoonlijk als de door God
gegeven werkelijkheid beschouwde, kon de maatschappij niet in haar
midden dulden. Als raddraaiers en rebellen werden de dopers in
Münster belegerd, overwonnen en terechtgesteld. Radicale dopers
waren er bijna in geslaagd zich meester te maken van Amsterdam. Ondanks
deze felle vervolgingen bleven de wederdopers in de Nederlanden veel
talrijker dan de lutheranen.
|
| 1531 |
> Maria van Hongarije benoemd tot
landvoogdes van de Nederlanden. > Karel V stelt Raad van State, de Geheime Raad en de Raad van Financiën in waardoor het proces van centralisatie wordt doorgezet. Omwille van de oorlogen
met Frankrijk was Karel V aangewezen op goede samenwerking met de
Nederlandse gewesten en daarom liet hij hun rechten onaangetast. Hij
onthield zich zoveel mogelijk van het gebruik van `vreemdelingen' in
het bestuur. Naarmate de regeringstaak omvangrijker en ingewikkelder
werd, kregen de juristen door hun specifieke deskundigheid geleidelijk
een steeds grotere invloed op het bestuur. «Conseillers de robe longue»
of raadsheren in lange toga's, heetten zij naar hun ambtskleding. De
verdienstelijksten onder hen werden in de lage adelstand verheven.
Naast de oude adel die zijn nut op het slagveld bewees, de zwaardadel
of «noblesse d'épée», ontstond er zo een
nieuwe ambtsadel of «noblesse
de robe».
De invloed van die nieuwe ambtenarenadel werd gaandeweg zo groot dat de landvoogdes aan Karel schreef dat de andere edelen zich erover beklaagden: zij voelden zich in hun specifieke functies benadeeld. Toch was die - met een modern woord - professionalisering van het bestuur onontkoombaar en in 1530 kwam Karel tot een reorganisatie van zijn adviesraden. Ook onder zijn voorgangers was er al sprake geweest van bijzondere raden voor de justitie en de financiën. Karels wens zijn landsheerlijk bestuur beter berekend maken op de eisen van de moderne tijd, was niets nieuws. Hij stelde drie raden in, die later de collaterale raden zijn genoemd. In de eerste plaats kwam de Raad van State, waarin de voornaamste edelen, maar ook weer de onvermijdelijke juristen zitting hadden. De raadsleden dienden te adviseren over het politieke beleid. In de tweede plaats kwam de Geheime Raad, die zich belastte met de algemene regelgeving en rechtspraak. Alleen goed geschoolde juristen kwamen voor het werk van deze raad in aanmerking. In de derde plaats kwam er een Raad van Financiën, die eveneens alleen kon worden samengesteld uit professionele ambtenaren met de juiste ervaring. Dit geheel van collaterale raden is door Filips II later integraal - en zonder veel wijzigingen - van zijn vader overgenomen. |
| 1534 |
Ignatius
van Loyola sticht de «Societas Jesui», de jezuïeten, om het katholicisme
te doen heropleven.
> King Henry VIII van Engeland scheurt zich af van het katholieke
Rome en proclameert de (anglikaanse) «Kerk van Engeland» als
officiële staatskerk waarvan de monarch het hoofd is. |
| 1535 |
> Val van het rijk van de
Wederdopers (Anabaptisten) te Münster (DE) - een verschrikkelijk
bloedbad volgt. Mislukte poging van de Wederdopers om zich meester te
maken van Amsterdam. > Begin van de derde Spaans-Franse oorlog (1535-1538). |
| 1536 |
> Groningen en Drenthe
onderwerpen zich aan Karel V. < Overlijden van Erasmus op
12 juli.
|
| 1539 |
tot 1540: Gentse Opstand In 1937 had Karel V een zoveelste bijkomende belasting geheven. De maat was vol in Gent waar toen veel werkloosheid was. De ambachtlieden gaan in 1939 in staking. Het groeit uit tot een echte opstand tegen het centrale gezag van Karel V. De ongeorganiseerde dakloze arbeiders vormen de harde kern van het verzet. Ze halen een oud charter boven dat verschillende Gentse privileges beknotte en noemden het «het kalfsvel», scheurden het in stukken en aten het op. |
| 1540 |
30-04: Bestraffing van de Gentse
Opstand. Karel V komt persoonlijk naar zijn geboortestad om de
Gentenaars te straffen. De privileges - de bewijzen en symbolen van hun
onafhankelijkheid - worden afgeschaft; de uitoefening van de macht van
de stad buiten de stadswallen wordt afgeschaft. Vijftig Gentse
patriciërs, in een wit kleed, blootvoets en met een strop rond hun
nek, moeten openlijk vergiffenis gaan vragen. De stadwallen en de
Sint-Baafsabdij worden afgebroken. << Elk jaar op 28 juni werden de
relikwieën van de
Gentse schutspatroon in de vroege ochtend door een joelende menigte uit
de Sint-Baafsabdij gehaald, om ze naar het vermeende graf van de
heilige te Sint-Lievens-Houtem te dragen. Een dag en een nacht lang
gaven de rumoerige pelgrims zich over aan plezier en maakten ze van hun
bedetocht een onstichtelijke kermis. Bij de terugkomst 's anderendaags
draafden de "Sint-Lievenszotten" met de fiertel in looppas nog eens een
keer of drie rond de Vrijdagmarkt. Maar
herhaaldelijk gaf dit bizar en wild
vertoon tegenover een hogelijk opgewonden menigte, aanleiding tot
regelrechte oproer in de stad. Dat was ook de reden waarom Keizer Karel
V er niet
meer moest van weten. Na de beruchte Gentse opstand van 1539~1540
verbood hij in een bijzonder artikel van zijn Concessio Carolina de
processie kort en goed.
|
| 1542 |
> De vierde Franse oorlog
(1542-1544). > Sluiting van de Sont (Denemarken) (1542-1543). |
| 1543 |
Verdrag van Venlo. Gelre en Zutphen definitief bij bezit Karel V. |
| 1545 |
tot 1564: Begin van het Concilie van
Trente. In antwoord op het succes van het protestantisme, roept
de paus de kerk bijeen -- onder de leiding van de jezuïeten. Responding to the success
of the new Protestant churches, the Pope called a catholic conference,
the Council of Trent in 1545 to discuss reforms, which,
led by the Jesuits, began to take effect from 1560.
|
| 1550 |
> 5-12: Karel
V vaardigt een oorkonde uit waarbij hij de investituur der Nederlanden
overgedraagt aan zijn zoon Filips II. > Uitvaardiging van het bloedplakkaat tegen de hervorming. Dit betekende dat alleen al het bijwonen van ketterse bijeenkomsten, het lezen en verklaren van de bijbel of zelfs op het huisvesten van protestanten de doodstraf stond. Voor wie volhardde in zijn overtuiging, was dit de vuurdood. Karels opvolger, zijn zoon Filips II, bleef verder dit bloedplakkaat toepassen. De
lakenproductie
De lakenproductie heeft veel handen nodig. Eerst wordt de wol gesorteerd en gekamd. De spinners maken van de wol garen en draaien het op spoelen. Al wie niet tot zwaar werk in staat was, werd als spinner of spinster ingezet. Deze mensen stonden op de onderste sport van de sociale ladder. Over het algemeen rekende men op vier spinners voor elke wever. Een wever kon op een normale werkdag 10 tot 11 el laken produceren (1el = 0,695 meter). De volder (voller of lakenbereider) maakt het laken harder door de vezels tot een dichte, egale massa ineen te werken. Daartoe wordt het laken drie en een halve dagen in een mengkuip met urine en volaarde ondergedompeld en door de volder met zijn voeten bewerkt. Ook de moderne volmolen was bekend in Nieuwkerke, maar omdat het resultaat minder goed was werd al vlug weer overgeschakeld op het voetenwerk. De verver heeft één van de delicaatste taken. De grondstoffen zijn duur en moeten meestal in het buitenland worden aangekocht. Na het scheren en spannen is het laken klaar voor de verkoop. In de steden bestond er voor elk van deze stappen in het productieproces een aparte ambacht met streng gereglementeerde arbeidsvoorwaarden, maar in Nieuwkerke bestond er niets van dat alles. Het was precies die vrije werkwijze die heel wat vreemdelingen naar het dorp lokte. Rond 1550 werd er op de Nieuwkerkse weefgetouwen méér laken geproduceerd dan in Gent, Brugge of Ieper. Het succes van de plattelandsindustrie deed de steden leeglopen. Hondschoote en Nieuwkerke trokken heel wat vreemde arbeidskrachten aan. Iedere stap in het productieproces vereiste gespecialiseerde ambachtslui zoals: scheerders, spinners, wevers, volders, ververs dit alles onder de leiding van de kapitaalkrachtige koopman-drapeniers. Het Nieuwkerkse centrum barstte weldra uit zijn voegen en verloor gedeeltelijk zijn plattelandskarakter. De drapeniers, een nieuwe klasse van lakenfabrikanten en/of handelaars, controleerden het volledige productieproces. Zij kochten de nodige grondstoffen, betaalden de arbeiders en verkochten het gekeurde eindproduct. Over de Leie en de Schelde werden de lakens van het Westkwartier naar Antwerpen verscheept en van daar vonden ze hun weg naar alle uithoeken van Europa. Diezelfde machtige drapeniers-families, zoals de families Baelde, de Hane, Ente, Leupe, Hacke, de Brune, de Meyere, Hessels en Tayspil leverden terzelfdertijd ook de schepenen en ambtenaren die het dorp bestuurden. Ze waren ook grondbezitters en heel vaak leenman met lenen en kleinere heerlijkheden in de naburige dorpen. In het landelijk centrum Hondschoote werden de werkplaatsen gewoon naast elkaar gebouwd, volgens de fantasie van de ondernemers en al naar gelang de vreemde arbeiders binnenstroomden. Wie wilde bouwen was aan geen enkel plan gebonden, met straten of wijken hoefde hij geen rekening te houden... In de meeste straten rond het centrum woonden de wevers, kaarders en spinners broederlijk naast elkaar. In de huizen op het platteland, die dichter op elkaar stonden en heel wat talrijker waren dan nu, stonden verscheidene weefgetouwen. |
| 1551 |
Nieuwe oorlog tegen Frankrijk (1551-1559). |
| 1555 |
> Troonsafstand Karel V te
Brussel voor wat betreft de Nederlanden op 25 oktober. > De Godsdienstvrede van Augsburg. Het principe wordt afgekondigd dat het volk van een vorstendom dezelfde godsdienst moet hebben als de heer, graaf, hertog of koning die dat vorstendom bestuurt (Cuius regio, eius religio | Wiens brood men eet, diens woord men spreekt). > In Antwerpen wordt de eerste (protestantse) «gemeente» in de Nederlanden gevormd |
| 1557 |
> Eerste officiële bankroet van de Spaanse Staat. De
bankiers - de verst ontwikkelde burgerij - lijdt grote verliezen. |
| 1559 |
> 7-08: De
Staten-Generaal komen te Gent bijeen om, in aanwezigheid van Filips II,
Margareta van Parma als landvoogdes der
Nederlanden te installeren. > Filips II sluit een concordaat met de paus over een nieuwe kerkelijke indeling van de Nederlanden. > Willem van Oranje wordt stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht. |
| 1560 |
>
21-08:
Onder massale belangstelling berecht men Christiaen De Queeckere, Jacob
Dieusaert en Naentken Salomé op brandstapel te Veurne. Men
vreest voor een revolte. > Om de controle van de Spaanse koning over de Kerk te vergroten worden 14 nieuwe bisdommen opgericht in de Nederlanden. Dit gaat regelrecht in tegen de tradiotionele macht van de hogere clerus en de adel. |
| 1562 |
> 12-07: de eerste
gewapende, openbare calvinistische godsdienstoefening in de open lucht,
een zogenaamde hagepreek op het kerkhof van het dorpje Boeschepe bij
Belle (Bailleul). Het calvinisme had één
ding op de andere protestantse religies voor: een
doordachte en efficiënte organisatie. De «gemeenten»
stonden onder
het bestuur van een
kerkeraad of consistorie en de afgevaardigden van de consistories
ontmoetten elkaar
regelmatig op de vergaderingen van de classes en de synodes. De
predikanten waren degelijk
opgeleid - al dan niet bij Calvijn of diens opvolgers in Genève
zelf - en trokken vol
bekeringsijver het land door. De calvinisten beschouwden de overheid
als de dienares Gods,
en dus diende ook die overheid tot het calvinisme bekeerd te worden,
wat aan dit geloof
het revolutionaire karakter gaf.
> 1-03: Hertog François I
van Guise (FR) richt onder de Hugenoten (Franse protestanten) een
bloedbad aan. Hierop volgt
de eerste Hugenotenoorlog.De meest opmerkelijke doorbraak van het protestantisme vanaf de late jaren 50 vond plaats op het platteland van Zuid-West-vlaanderen, de streek tussen Duinkerke en Ieper die in de 16de eeuw het Westkwartier werden genoemd. De ontwikkelingen in dit zogenaamde Westkwartier werden gestuwd door de nabijheid van Frankrijk, de economische banden met Antwerpen en vooral de invloed vanuit de Engelse vluchtelingenkerken. In grote delen van dit Zuid-West-Vlaamse platteland had zich een bloeiende plattelandsnijverheid ontwikkeld. De sociale impact van deze economische transformatie wordt nog het best geïllustreerd door het voorbeeld van Hondschoote. Hondschoote legde zich toe op de productie van saaien, fel gekleurde lichte weefsels die overal in Europa fel werden begeerd. Dit leidde in het midden van de 16de eeuw tot jaarlijkse topproducties van 100.000 stuks; de bevolking groeide er op een onbeheerste manier aan van 2500 in de 15de eeuw tot 15.000 omstreeks 1560. Dit wil zeggen dat dit overbevolkte dorp op het Vlaamse platteland meer inwoners telde dan menig Europese stad met internationale allure. Het was precies in deze gebieden waar de plattelandsindustrie de traditionele agrarische structuren indringend had gewijzigd, dat vanaf de late jaren 50 het protestantisme zich sterk kon doorzetten. De nieuw gezinde activiteit kreeg vooral een sterke impuls toen in 1561 Vlaamse vluchtelingen toestemming kregen om in het sluimerende havenstadje Sandwich in Kent (Engeland) een vluchtelingen- gemeente op te richten. Deze gemeente was nagenoeg uitsluitend samengesteld uit vluchtelingen uit het Westkwartier van Vlaanderen. Van meet af aan ijverden de protestantse voormannen van Sandwich onder leiding van de heftige predikant Jacob de Bruyzere ervoor om het calvinisme op het thuisfront te verspreiden. Dit leidde in beginnende jaren 60 tot een calvinistische agitatie in de textielgebieden van het Westkwartier. Overheidsdienaars rapporteerden dat het strikt toepassen van de geloofsplakkaten hier een waar bloedbad zou veroorzaken. Maar al vlug gingen de calvinisten er verder dan het clandestien beleggen van conventikels en bijbellezen. Verschillende keren slaagden ze erin om gevangenen geloofsbroeders op een gewelddadige manier uit de gevangenissen te bevrijden. Conventikels, gevangenisbraken en de predikatie van Boeschepe waren allemaal georganiseerd in vluchtelingenkerken in Engeland. Het zal dan ook niet verwonderen dat toen in het cruciale jaar 1566 de Beeldenstorm in de Nederlanden uitbrak, deze actie begon in het Westkwartier van Vlaanderen en dat enkele kopstukken uit de vluchtelingenkerken er de leiding van hadden. |
| 1563 |
> Oppositie van de adel: Prins Willem van Oranje, graaf Egmont en Filips de Montmorency, beter bekend
als admiraal Hoorn
tegen
de willekeur van kardinaal Granvelle: ze legen officieel hun ambt neer
in de Staatsraad. > Op veel plaatsen is er oproer waarbij gevangenen van de Inquisitie bevrijd worden. |
| 1564 |
> Margaretha en koning Filips
II roepen Granvelle terug. De eerste overwinning van de oppositie. > Dit is slechts een tactische zet. In datzelfde jaar komt een edict van de koning waarin de kettervervolging in alle hevigheid wordt bevestigd. De burgerlijke rechtbanken worden aangemaand strenger op te treden tegen de ketters. De voorlezing van dit edict brengt op veel plaatsen openlijk verzet en oproer teweeg. |
| 1565 |
> Egmont naar Spanje als
woordvoerder van de oppositie. > Op 1 mei zijn de calvinisten in Gent al zo sterk vertegenwoordigd dat zij de magistraat om een eigen kerkgebouw verzoeken. > Filips II eist strenge vervolging van de ketters > Een aantal (lagere) edelen onder leiding van graaf Ludwig van Nassau (broer van Willem) sluit zich aaneen in «Le compromis des nobles» [Het Verbond der Edelen]: een protest tegen de inquisitie. Vooraanstaande burgers en zelfs katholieke priesters sluiten zich erbij aan. Willem van Oranje neemt geen standpunt in en krijgt van daar zijn bijnaam «De Zwijger». |
| 1566 |
Begin van de «Nederlandse
Revolutie» [1566-1581] > Hongerjaar. Willem van Oranje waarschuwt de landvoogdes voor het met harde hand inzetten van de inquisitie. De Nederlanden tellen op
dat ogenblik zowat 1,8 miljoen inwoners, waarvan 1 miljoen in het
Zuiden, en daar dan vooral geconcentreerd in Vlaanderen en Brabant.
> 04/05-04:
onder massale belangstelling: aanbieding van het Smeekschrift
door het Verbond der Edelen in Brussel:
zij en hun aanhangers noemen zich geuzen;
de landvoogdes Margaretha van
Parma belooft gematigdheid, waardoor protestanten terugkerenDe opkomst van het calvinisme in het uiterste zuiden van de Nederlanden hing niet alleen samen met de nabijheid van Frankrijk of de Franstaligheid van Artesië en Hengeouwen. Het platteland van Artesië en de Vlaamse zuidwesthoek waren door de lakennijverheid sterk geïndustrialiseerd. Duizenden mensen verdienden in de plattelandsindustrie een karig bestaan, en leefden ook in tijden van welvaart nauwelijks boven het bestaansminimum. Toen door een handelsconflict met Engeland de aanvoer van wol stopte, had dit dadelijk een massale werkloosheid tot gevolg. Nog veel erger waren de gevolgen van het militaire conflict tussen Zweden en Denemarken, waardoor in 1565 het scheepvaartverkeer door de Sont onmogelijk was. Hierdoor stokte de aanvoer van het levensnoodzakelijke graan uit de Oostzeegebieden. Het uitblijven van het Oostzeegraan, de mislukking van de oogst in de Nederlanden zelf, en de buitengewoon strenge winter veroorzaakten in het jaar 1566 een regelrechte hongersnood. Dat was in de Nederlanden sinds mensenheugenis niet meer voorgekomen. De rijkdom van de Rooms-katholieke Kerk wekte juist daar jaloezie en ergernis waar de ellende het grootst was, en ook daar vond het calvinisme het gretigst gehoor. Niet om het religieuze verschil, maar om de kritiek op de heersende en schijnbaar mateloos rijke Kerk. De markies van Bergen schreef de religieuze troebelen toe aan de duizenden loonarbeiders te Valencijn. In Doornik waren de armlastigen er zo bar aan toe dat men sprak van de Tous-nus, de helemaal-naakten, omdat ze van armoe nauwelijks een draad aan het lijf hadden. Dit lompenvolk vroeg niet naar andere dogma's, maar om eten en in die ellende leek iedere vorm van gewelddadige actie een uitkomst. Viglius schreef aan een vriend in Spanje dat door de stagnatie in handel en bedrijf rond Oudenaarde meer dan 8000 mensen werkloos waren die anders door de kooplieden te werk werden gesteld, maar dat zij nu overbodig waren en op een andere manier in hun bestaan moesten voorzien. > juni/juli: De calvinistische synode van consistories formaliseert de spontaan ontstane hagepreken. Het worden georganisserde, gedisciplineerde en gewapende demonstraties en regelrechte calvinistische troepenschouwingen. > 10/11-08: begin van de Beeldenstorm in Vlaanderen in Steenvoorde & Hondschoote (27 à 29.000 inwoners | Westkwartier). De hoedenmaker-predikant
Sebastiaan Matte hield op 10 augustus 1566 een opzwepende preek bij het
St.-Laurensklooster in het plaatsje Steenvoorde,
in het uiterste zuidwesten van Vlaanderen. Toen hij uitgesproken was
gingen twintig van zijn toehoorders onder leiding van een andere
predikant het klooster binnen en vernielden er de beelden.
Drie dagen later gebeurde hetzelfde in het St. Antonieklooster te Belle (Bailleul), niet ver van Steenvoorde. Een dag later preekte Matte in het even noordelijker gelegen Poperinge en daarna sloegen honderd man in de kerk de boel kort en klein. Vandaaruit trokken groepen van enkele tientallen beeldenstormers door Vlaanderen en Brabant om er de kloosters en kerken onder handen te nemen. Dit beeldenstormen verliep niet in razernij door een oververhitte volksmassa, maar gedisciplineerd, door efficiënte groepen van stormers. In tegenstelling met de inquisitie werden geen personen aangevallen, maar alleen de symbolen van het gehate paapse geloof. In de raad- en stadhuizen werden registers aangelegd van de kunstschatten om de opbrengst ervan te benutten voor armenzorg en gemeenschapsvoorzieningen. Het verloop van zo'n beeldenstorm kon van stad tot stad verschillen. Brussel bleef er als regeringscentrum vrij van. In veel steden bepaalde de houding van het schuttersgild de gang van zaken. Was zij tegen het stormen, dan ging het niet door, zoals in Leuven, Rijsel of Brugge en tal van andere steden. Hevige beeldenstormen
vonden plaats op 20 augustus te Antwerpen, 22 augustus te Gent en 24
augustus te Valencijn.
> 23 augustus: Margaretha van Parma laat het preken toe en het
Verbond der Edelen heft zichzelf opIn Gent hielden de gewelddadigheden direct verband met de slechte voedselsituatie. Door de goede oogst in eigen land verwachtte men dat de prijzen snel zouden dalen, maar toen dit niet gebeurde, ontstond er op 21 augustus een voedseloproer en stelden de armen zelf de prijzen vast. De verhitte gemoederen kozen een dag later de kerken en kloosters tot doelwit. In sommige steden verliep het stormen van de beelden ordelijk op last van het stadsbestuur om erger te voorkomen: in Leeuwarden op 6 september en in Groningen op 18 september. De graaf van Culemborg liet in zijn gelijknamige stad op 14 september de beelden verwijderen en Brederode deed hetzelfde in zijn heerlijkheid Vianen op 25 september. Talloze kunstschatten zijn door de Beeldenstorm vernietigd en slechts in een enkele kerk is de sfeer van vòòr 1566 nog te voelen. Behalve deze kortstondige, hevige beeldenstormerij in augustus en september 1566, is de chronische zuivering van kerkgebouwen in de jaren daarna van minstens even groot belang geweest: de meeste beelden zijn verdwenen en de meeste muurschilderingen zijn gewit ná de overwinning van de hervorming in de jaren zeventig. In sommige gevallen waren de geestelijke of wereldlijke bestuurders zich bewust van de dubbele waarde die de kostbare altaarstukken konden hebben: voor de beleving van de godsdienst en van de kunst. Zo is in de St.-Baafs te Gent bijtijds het Lam God van de Van Eycks in veiligheid gebracht. In Leiden gelastte het stadsbestuur om het Laatste Oordeel van Lucas van Leyden uit de kerk te halen, waardoor het er nu nog in het museum te zien is. De hevige beeldenstormen
in Antwerpen en Gent op 20 en 22 augustus stemden de landvoogdes
aanvankelijk wanhopig, maar de hoge adel redde haar: na overleg met
Oranje en Egmond besloot het Compromis der Edelen zichzelf op te
heffen.
> 29-11:
koning Filips II ondertekent aanstelling
van Alva om orde op zaken te stellen in de Nederlanden.In ruil ging Margaretha ermee akkoord dat er gepreekt mocht worden op plaatsen waar dat tot dan toe al gebeurde. Egmont reageert op de gebeurtenissen met: «eerst de staat, dan de godsdienst», en stelt orde op zaken in Vlaanderen. Oranje herstelt als burggraaf van Antwerpen de rust in de Scheldestad en laat er wat oproerkraaiers opknopen. Bankiers en rijke burgers brengen hun geld in veiligheid in het Noorden of het buitenland. Tot de harde lijn had
koning Filips zelf al in 1566 besloten, voor de berichten van de
Beeldenstorm Spanje
bereikten. De koning verwierp de Moderatie die de landvoogdes na de
aanbieding van het
Smeekschrift had verleend
> 04-12: Margaretha van Parma schroeft de
privilegiën terug: buitenlandse calvinisten en verbannen
predikanten worden niet meer geduld.> Valencienne en Doornik kiezen voor het calvinisme en weigeren de garnizoenssoldaten binnen te laten die de regering gestuurd had. |
| 1567 |
> 01: Doornik heroverd door
regeringstroepen > 13-03: een calvinistisch legertje, onder leiding van Jan van Toulouse wordt bij Oosterweel (nabij Antwerpen) verslagen > 24-03: Valencienne heroverd door regeringstroepen > 08: De aangekondigde komst van Alva doet duizenden mensen vluchten wegens activiteiten tijdens de Beeldenstorm. Willem van Oranje neemt het zekere voor het onzekere en vlucht in april naar Dillenburg. > 22-08: Fernando Alvarez de Toledo, hertog van Alva, trekt met zijn leger van 30.000 man Brussel binnen. Margaretha neemt ontslag en Alva wordt haar opvolger. > In september gaat hij over tot de instelling van de «Raad van Beroerten» [Raad der troebelen] of Bloedraad. Een uitzonderingsrechtbank die zich helemaal niet stoort aan de privileges en rechtregels die geldig waren. Naast strafrechtbank heeft de
Bloedraad ook een belangrijke economische functie. Door het verbeurd
verklaren van eigendommen, kan de Spaanse staatskas (in acute nood)
aangedikt. 8.000 mensen zullen door de Bloedraad veroordeeld worden.
> 10-09: arrestatie (na een listige, vriendelijke uitnodiging om te
praten door Alva) van Egmont en
Hoorn. Oranje en andere edelen zoeken toevlucht in Duitsland. |
| 1568 |
> Begin van de Tachtigjarige Oorlog. Willem van Oranje doet een oproep aan de bevolking der Nederlanden de tirannie van de Spanjaarden te bestrijden. Met huurlingen doet hij invallen in het zuiden, noorden en midden, die alle mislukken. Formeel ging het volgens Oranje om een opstand tegen Alva en niet tegen de Spaanse koning. Zo wilde hij binnen- en buitenlandse steun krijgen voor zijn «rebellie». De Bosgeuzen organiseren zich. Een vorm
van partisanenacties tegen Spaanse soldaten en katholieke priesters, in
Vlaanderen, Henegouwen en Artesië.
> 05-06: Egmont
en Hoorn onthoofd op de Grote Markt te BrusselIn de steden zijn het de calvinistische «gemeenschappen» die de weerstand organiseren. |
| 1569 |
Alva reorganiseert
belastingstelsel waaronder de Tiende
Penning, waartegen heftig verzet rijst. Alva wil het
belastingstelsel hervormen, naar Spaans model, het systeem Alcabala. Het was
dringend noodzakelijk dat de Nederlanden voortaan hun eigen bestuur
zouden bekostigen,
want de koning had zijn geld nodig in de strijd tegen de Turken.
Het bleek nu onvermijdelijk om de Staten-Generaal bijeen te roepen, niet om hun toestemming te vragen, maar om ze eenvoudigweg te gelasten wat Alva had besloten. Om te voorkomen dat de Staten zich zouden organiseren en als gebruikelijk kritiek zouden leveren, riep de hertog hen op 21 maart 1569 voor één dag in Brussel bijeen. Of de heren maar akkoord wilden gaan met de volgende drie voorstellen tot belasting: 1. een eenmalige heffing van 1 procent op alle bezittingen, dus een vermogensbelasting; 2. een omzetbelasting van 5 procent, de zogenaamde twintigste penning, op de verkoop van onroerend goed als huizen en landerijen; 3. een omzetbelasting van 10 procent, de tiende penning, op alle roerende goederen, in het bijzonder natuurlijk de dagelijkse levensbenodigdheden en handelswaar. Waren de eerste twee belastingen nog met moeite te verteren, de derde belasting, de Tiende Penning wekte afgrijzen. Die vorm van belastingheffing had men de koning al verscheidene malen geweigerd en men zou het nu evenmin diens plaatsvervanger toestaan. Met het oog op het verzet zag Alva er gedurende de eerste jaren van zijn bestuur vanaf: van 13 augustus 1569 tot 13 augustus 1571 nam hij genoegen met een afkoopsom. Toen die termijn was verstreken, gelastte hij de inning van de Tiende Penning, goedschiks of kwaadschiks. < Pieter Breughel de Oude
overlijdt te Brussel op 5 september 1569.
|
| 1570 |
Alva reorganiseert
strafrechtspraak met de Criminele
Ordonnantiën. Tegenover de Raad van
Beroerten staat een
positieve prestatie van Alva: de
codificatie en humanisering van de strafrechtspraak. Schamper had Alva
zich uitgelaten
over de in de Nederlanden gebruikelijke rechtsgang: «Recht is in
de Nederlanden te koop
als vlees bij de slager.» Hij gaf zijn juristen de opdracht
eenheid aan te brengen in het strafrecht en het strafprocesrecht, een
unificatie die in
1570 werd afgekondigd in de zogenaamde Criminele Ordonnantiën.
|
| 1571 |
Spaanse overwinning op de Turken
in de slag bij Lepanto |
| 1572 |
> 01-04: Watergeuzen nemen
Den
Briel in. Begin van de tweede
faze van de opstand in de Noordelijke provincies.
In het Noorden ontwikkelen de
revolutionaire krachten stormachtig. Overal worden verdedigingsgilden
en burgermilities opgericht; de calvinistische consistories organiseren
en leiden. Goederen van de katholieke kerk en collaborateurs worden
aangeslagen.
> 19-07: de Staten van Holland en Zeeland verkiezen Oranje tot hun
Stadhouder (Regent).De handels- en manufactuurbourgeoisie in het Noorden, vooruitgestuwd door de volksbeweging enerzijds en de terreur van Alva anderzijds, neemt de leiding van de strijd, financiert die en stuwt die vooruit. De verschillende belanghebbende standen en klassen verenigen zich in een antispaanse patriottische strijd. Het beleg van Haarlem (6 maanden tijdens de winter van 1572/73) en dat van Alkmaar zijn de bekendste heldhaftige episodes. Maar Willem van Oranje, woordvoerder van de aristocratie, zet er alles op om de leiding van de revolutie terug over te nemen. Hij zal er in slagen. Hij doet een openlijke oproep tot gewapend verzet tegen Alva en de Spaanse troepen -- niet / nooit tegen de Spaanse koning! > 23/24-08: Bartholomeusnacht in Parijs waarbij duizenden hugenoten worden vermoord. De Franse koning laat alle in de hoofdstad aanwezige protestanten in koelen bloede vermoorden. Veel hugenoten zijn naar Parijs gekomen om de bruiloft te vieren van de zuster van de koning met Hendrik van Navarra. |
| 1573 |
Na de mislukking van zijn campagne om het Noorden te onderwerpen wordt Alva terug geroepen en in november opgevolgd door Don Luis de Requesens y Zuniga. |
| 1574 |
> Requesens geeft een
generaal pardon, schaft de Bloedraad en de Tiende Penning af. > Leiden wordt tot twee keer toe
belegerd door Spaanse troepen. De stad wordt op 3 oktober ontzet door
de geuzen die daartoe o.a. de dijken doorsteken en zo de omgeving van
Leiden onder water zetten. Deze overwinning wordt zowat de bekroning
van de opstand in het Noorden. |
| 1575 |
Requesens en de opstandige
gewesten beginnen in Breda onderhandelingen, die zonder resultaat
blijven. |
| 1576 |
>
01-03: Requesens overlijdt onverwachts zonder dat er een opvolger is
aangeduid. Er ontstaat een machtvacuum bij de Spaanse troepen. > zomer: Spaanse troepen slaan aan het muiten na de nederlagen in het Noorden, na jaren geen soldij te hebben ontvangen en trekken plunderend naar het (rijke) Zuiden; > 03-11: Don Juan van Oostenrijk die in 1571 de Turken had verslagen, komt aan als nieuwe landvoogd - zonder verse troepen, want er is geen geld meer. De Staten-Generaal en de Raad van State probeerden met hem tot een overeenkomst te komen. > 04-09: De stadsmilitie van Brussel die door Oranjegezinde officieren geleid wordt, bezet het gebouw van de Staatsraad en arresteert er de koningsgetrouwe adellijke leden van. In de feiten is de Spaanse heerschappij omver geworpen. Naar dit Brusselse voorbeeld worden in verschillende andere stede de Spaanse garnizoenen uitgeschakeld, de ambtenaren afgezet en eigen organen opgericht. > 4/7-11: Spaanse furie te Antwerpen - Spaanse troepen, maanden zonder soldij, plunderen, moorden, verkrachten... Achtduizend inwoners vinden hierbij de dood. De schade werd door tijdgenoten geraamd op 24 miljoen gulden. > 08-11: De Staten van Brabant roepen de Staten-Generaal bijeen in Gent en beginnen eigenmachtig onderhandelingen met Holland en Zeeland. Met de Pacificatie van Gent sluiten alle gewesten zich aaneen om de Spaanse troepen het land uit te krijgen en de vroegere privileges terug te krijgen. De godsdienstige meningsverschillen, die vooral te maken hadden met de vraag of katholieken gelijke rechten moesten krijgen, hoopte men later op te lossen. |
| 1577 | > Op 7 januari 1577 werd de Unie
van Brussel
gesloten: Don Juan erkent met het Eeuwig
Edict de Pacificatie van Gent en
de Staten-Generaal erkende (nogmaals) de Spaanse koning en beloofde
zich sterk te maken voor het behoud van het katholieke geloof
in de provincies. Don Juan zou landvoogd worden en de Spaanse troepen
zouden zich (tegen betaling) terugtrekken. Op 6 april tekende ook
Filips II de overeenkomst, echter niet uit overtuiging. > De Spaanse troepen begonnen zich eind april 1577 terug te trekken maar al na enkele maanden, op 24 juli, greep Don Juan met geweld de stad Namen. Dit bleek een voorbereiding voor de systematische inname van de steden in het Zuiden. Na deze
militaire ingreep begonnen er opnieuw onderhandelingen tussen Don Juan
en de Staten-Generaal. Het begon er echter naar uit te
zien dat er geen vreedzame oplossing zou komen en op 31 augustus beval
Filips
II dat de Spaanse troepen terug moesten keren naar de Nederlanden.
> In Brussel en andere steden van Brabant en Vlaanderen worden er calvinistische «comités van achttien» gevormd, bestaande uit handwerklieden, die de verdediging organiseren. Gezien het succes van deze comités roepen de Staten van Brabant Oranje naar Brussel en duiden hem aan als hun Stadhouder. > 23-09: triomfantelijke intocht van Willem van Oranje in Brussel als «redder van het vaderland» > Door het verraad van Don Juan bij Namen en Antwerpen erkenden de gewesten hem niet meer als landvoogd. In plaats van hem stelden de gewesten de aartshertog Matthias van Oostenrijk, neef van Filips II, aan als landvoogd. Die was echter nog erg jong en politiek onervaren, zodat hij in de praktijk weinig in te brengen had tegen Willem van Oranje. In de volksmond werd hij spottend de griffier van de prins genoemd. > 28/29-10: machtsgreep door de «radikalen» (het «comité van achttien») in Gent, Gesteund door een leger van 40.000 opstandelingen. Ze weigeren belastingen te betalen aan de Staten-Generaal en dwingt de troepen van deze tot de aftocht. Aerschot, de katholieke stadhouder van Vlaanderen wordt gevangen gezet. Door Vlaanderen en Brabant gaat er een nieuwe revolutionaire golf van bestorming van kerken en kloosters en van efrekening met collaborateurs met Spanje. Men spreekt over de «dictatuur van de steden». > Oranje en de conservatieven in het Zuiden zoeken redding in hulp van troepen van buitenlandse feodale potentaten. Franse troepen marsjeren Vlaanderen binnen; de revolutionaire organen moeten wijken. Duitse troepen, door Engeland gefinancierd, trekken het Noorden binnen. > 10-12: Tweede Unie van Brussel, nu verdraagzaam van karakter > 19-12: Oranje bemiddelt in Gent en weet Aarschot vrij te krijgen <
29-06: Pieter-Paul Rubens
wordt geboren in Siegen (DE). Zijn vader Jan Rubens is rechtsgeleerde.
Zijn moeder Maria Pypelincx moet jarenlang de gezinszorg alleen dragen,
ingevolge de echtbreuk van haar man, begaan met Anna van Saksen,
waarbij hij gevangen wordt in Duitsland en later verbannen.
|
| 1578 |
> In juli stelt Willem van
Oranje een religievrede voor. Deze wordt door de hardliners aan zowel
katholieke als calvinistische zijde afgewezen. > Don Juan overlijdt in oktober. Alexander Farnese, hertog van Parma, zoon van de voormalige landvoogdes wordt zijn opvolger als landvoogd. |
| 1579 |
> 06-01: Artesië,
Henegouwen en Waals-Vlaanderen verenigen zich in de katholieke Unie van Atrecht (Arras). In mei
sluit de
Unie van Atrecht vrede met de landvoogd en aanvaardt zijn gezag. In vergelijking met
Brabant en Vlaanderen, Holland en Zeeland, waren Artesië en Henegouwen
nauwelijks verstedelijkt. Vanouds was de adel er de politieke
machthebber en deze leverde vooral bevelhebbers aan het nationale
leger.
> In reactie op de Unie van Atrecht sluiten op 23 januari de
noordelijke gewesten de Unie van
Utrecht, de grondslag voor een nieuwe staatsinrichting van de
Nederlanden. De gewesten die zich op dat binden aan de Unie van Utrecht
zijn Holland, Zeeland, Utrecht, de Groninger Ommelanden en delen van
Gelderland. Ook veel steden in
Brabant en
Vlaanderen sloten zich bij de Unie van Utrecht aan. Enkele maanden
later sloot ook Overijssel zich aan. In Henegouwen was Bergen de enige vertegenwoordiger van de burgerij in de Staten. In Artesië waren er slechts drie steden: Atrecht, Bethune en St.-Omaars. Op 1 maart 1578 vroegen de door de edelen gedomineerde Staten van Artesië om vrede te sluiten met Don Juan, een voorstel dat op 6 maart de steun kreeg van de Staten van Henegouwen. De bevolking van Béthune, Aire, St.-Omaars en Dowaai was het daarmee niet eens en protesteerden onmiddellijk, maar zij waren tegen het overwicht van de adel niet opgewassen. In navolging van de gebeurtenissen in Vlaanderen maakte zich ook in Atrecht een minderheid van fanatieke calvinisten meester van de stad en zij hezen er het oranje-wit-blauw, als teken van hun politieke gezindheid. Tijdens de troebelen onder Filips II hadden weliswaar ook edelen uit Artesië en Henegouwen meegedaan aan de Opstand, maar zij hadden na de komst van Alva in 1567 het veld geruimd. De achterblijvende groep was daardoor religieus en politiek veel homogener: de radicale elementen waren verdwenen en de voorstanders van hereniging met kroon en altaar waren eensgezind. De Staten van Henegouwen verklaarden zich tegen de «meer dan barbaarse brutaliteit en tirannie van de sectariërs en hun aanhangers, overtreffende die van de Spanjaarden». Daarop maakten de Malcontenten een einde aan het calvinistisch bewind in Atrecht en lieten zij de leiders op het schavot ter dood brengen. Dat was een overwinning voor de adel en de welgestelde bourgeoisie. Op 6 januari 1579 sloten Artesië en Henegouwen in Atrecht een katholieke unie. Maar in het eveneens Franstalige Doornik en het Doornikse was de sociale situatie precies omgekeerd: hier lag het overwicht aan de kant van de burgerij in de stad. Met als gevolg dat de voorstanders van verzoening met de koning - platteland en geestelijkheid - hier aan het kortste eind trokken en Doornik de zijde van de Opstand hield en zich pas gewonnen gaf nadat het was overmeesterd door Parma. |
| 1580 |
> Willem van Oranje zocht al
in 1573 een buitenlandse partner. Engeland, met als
staatshoofd de protestante Elizabeth I leek voor de hand te liggen. Die
aarzelde echter om zich in een oorlog met Spanje te storten. De
onderhandelaars van de opstand keerden met lege handen
terug. In 1580 hadden ze meer succes: de hertog van Anjou, broer van de Franse koning, zou met 10.000 man de opstand steunen. De hertog eiste wel dat de Noordelijke Provincien definitief de Spaanse koning zouden afzweren. > 15-03: Filips II doet Willem van Oranje in de ban > 30-03: De Staten van Friesland verbieden de uitoefening van andere godsdiensten dan de gereformeerde |
| 1581 |
22-07:
Willem van Oranje
schrijft zijn
Apologie; de Staten Generaal stellen het Plakkaat of Acte van Verlatinge op waarmee ze
zich definitief afkeren van het gezag van de Spaanse kroon. Einde van de «Nederlandse revolutie» 1566-1581. De eerste staat in de
wereldgeschiedenis die een politiek voert ten gunste van de
kapitalistische winst. Het gaat om handels- en woekerkapitalisme en nog
niet om productiekapitalisme.
Tot de definitieve Spaanse erkenning van de onafhankelijke Republiek in 1648, gaat het in feite alleen nog om weg en weer gebiedsver- en heroveringen. |
| 1582 |
>
10-02: de hertog van Anjou komt aan in Vlissingen en op 19
februari werd hij ingehuldigd als hertog van Brabant. De hertog van
Anjou was niet populair onder de bevolking. Hondschoote:
Plundering, brandstichting en vernielingen door de Franse troepen. 17
straten en meer dan 900 fabrieken (manufacturen) worden vernietigd. Van
de meer dan 4.000 huizen blijven er nauwelijks 200 over.
|
| 1583 |
> 06: Uit frustatie over zijn
ondergeschikte positie ten opzichte van Willem van Oranje, besloot de hertog van Anjou tot een aanval op Antwerpen en
andere Vlaamse steden, om daar zijn gezag te herstellen. De poging
mislukte
en de Franse politiek van Willem van Oranje had hiermee definitief
afgedaan. Ondanks een verzoeningspoging verliet de hertog van
Anjou in juni 1583 de Nederlanden. > Farnese had door deze ontwikkelingen vrijwel vrij spel, en hij veroverde in hoog tempo steden aan de Vlaamse kust. De grote Vlaamse steden Brugge, Gent en Ieper werden ingesloten en veroverd en in september 1583 viel Zutphen. |
| 1584 |
> 10-07: moord op Willem van Oranje door
Balthasar Gerards > De Engelse koningin Elizabeth I volgde de ontwikkelingen in de Nederlanden met zorg. In het geheim stuurde ze de graaf van Leicester regelde hij de interne zaken binnen de Unie: de graaf van Leicester zou de leiding krijgen over de militaire operaties. De komst van Leicester was echter geen succes: door verraad van Engelse officieren ging Deventer verloren. Ook viel de stad met een troepenmacht van 8.000 man naar de Nederlanden om de opstandelingen bij te staan in de strijd. In 1585 werd Willem van Oranjes tweede zoon, prins Maurits, op 18-jarige leeftijd benoemd tot stadhouder van Holland en Zeeland. Samen met Johan van OldenbarneveltSluis in Spaanse handen. Bovendien bleek Leicester in het geheim op een vrede met Spanje aan te sturen. |
| 1585 |
> Farnese (Parma) neemt Brussel en
Antwerpen in;
vertrek van de Zuidnederlandse calvinisten naar het noorden. Sluiting van de Schelde. |
| 1587 |
> Leicester wordt gedwongen te vertrekken. Maurits en Van Oldenbarnevelt besloten na de debacles met de Franse en Engelse hulp, zelf de leiding te nemen. In de Justificatie of Deductie werd bepaald dat de politieke macht bij de Staten-Generaal zou komen te liggen. Feitelijke onafhankelijkheid van de Republiek der Zeven Verenigde Provinciën. |
| 1588 |
> 07: Als wraak voor de Engelse inmenging in de strijd, besloot Filips II met een oorlogsvloot de Engelsen een les te leren om daarna definitief met de opstandelingen in de Nederlanden af te rekenen. Hoewel Spanje geen reputatie had als vlootnatie en de hertog van Medina Sidonia als admiraal geen ervaring had, werd de vloot als onoverwinnelijk beschouw. De oorlogsvloot, armada invencible (onoverwinnelijke vloot) of kortweg Armada genaamd, was 130 schepen en 30.000 man (waarvan 20.000 soldaten) groot. De armada liep echter op een drama uit voor de Spanjaarden: de Spaanse schepen waren geen partij voor de kleinere en wendbaardere Engelse schepen. Met hulp van de Nederlanders, die belangrijke havens van de Spanjaarden blokkeerden zodat de schepen zich niet terug konden trekken, werd in juli 1588 een groot deel van de Spaanse Armada in het Kanaal vernietigd. In paniek besloten de overgebleven schepen via Schotland en Ierland terug naar Spanje te varen, maar door stormen en stromingen werd nogmaals een groot aantal schepen vernietigd. Meer dan de helft van de vloot keerde niet terug in Spanje. Farnese kreeg de schuld van deze nederlaag. |
| 1596 |
< tot 1603: de pest in het
land
> De Triple Alliantie
tussen de
(Hollandse) Republiek, Frankrijk en Engeland betekent de eerste
officiële internationale erkenning van de onafhankelijkheid van de
Verenigde Provinciën |
| 1598 |
> Albertus (Albrecht) van
Oostenrijk (Gouverneur over de Spaanse Nederlanden) vertrekt naar
Spanje om er te trouwen met de dochter van koning Filips II, Isabella.
Filips II schenkt Albertus en Isabella alle Nederlanden als
bruidsschat; de koning overlijdt en wordt opgevolgd door zijn zoon
Filips III. > 13-04: Edict van Nantes (FR): de Franse koning Hendrik IV geeft de hugenoten (Franse protestanten) rechten op uitoefening van hun geloof en garnizoensrecht in een paar Zuid-Franse steden. Richelieu zal in 1629 hun rechten weer afnemen en Lodewijk XIV trekt het edict in 1685 definitief in, waarop 50.000 hugenoten naar Nederland vluchtten. |
| 1599 |
Aartshertogen Albrecht en Isabella aanvaarden hun bewind in Brussel |
| 1600 |
> 2-07: Maurits van Nassau verslaat het leger van Albertus in de Slag bij Nieuwpoort, maar de overwinning blijft zonder gevolgen; het leger van Maurits trekt terug naar de Republiek. Albertus krijgt de Italiaanse generaal Ambrogio Spinola naast zich, die begint aan een reeks heroveringen |
| 1601 |
tot 1604: Beleg van Oostende (bij de Republiek) en ingenomen door Albertus |
| 1602 |
> Oprichting van de Verenigde
Oost-Indische Compagnie < Zware aardbeving in de
Nederlanden
|
| 1609 |
< Grote overstroming in het
Westkwartier
> 09-04: tot 1621: Twaalfjarig
Bestand getekend te
Antwerpen
Tijdens dit Twaalfjarig Bestand
kwam er een definitief
einde aan de eenheid binnen de Republiek. Volgelingen van de
geestelijke Jacobus Arminius (de remonstranten)
krijgen een
conflict met de volgelingen van Franciscus Gomarus (de contra-remonstranten). Behalve een
godsdienstig meningsverschil (de
remonstranten hadden een vrijere interpretatie van de bijbel), speelde
er ook een politiek conflict. De remonstranten waren
republikeins, de contra-remonstranten voor prins Maurits. Johan van
Oldenbarnevelt koos partij voor de remonstranten, prins Maurits voor de
contra-remonstranten. Er dreigde even zelfs een burgeroorlog.
< Rubens [°1577] wordt hofschilder van de aartshertogen Albrecht en Isabella. |
| 1615 |
< tot 1617: droogte,
hongersnood
en de pest in Vlaanderen (Westkwartier)
|
| 1617 |
< tot 1618: de pest in
Antwerpen,
Rijssel, Douai (7000 slachtoffers)
> Op 4 augustus 1617 begon het conflict te escaleren:
de Staten van Holland namen de Scherpe Resolutie aan, waarin
de steden de vrijheid kregen op te treden tegen de
contra-remonstranten. Deze resolutie pakte echter averechts uit: prins
Maurits beschuldigde Van Oldenbarnevelt en anderen van
verraad en liet hen op 28 augustus 1618
arresteren. Johan van Oldenbarnevelt
werd ter dood veroordeeld en op 13 mei 1619 op het Binnenhof in Den
Haag onthoofd. |
| 1618 | De Praagse opstand luidt
het begin in van de Dertigjarige
oorlog (tot 1648). Een vreselijk verwoestende huurlingenoorlog
die hele streken in Midden-Europa ontvolkte, honderden bloeiende steden
vernielde en hele gebieden terugbracht naar de donkerste Middeleeuwen.
Een nieuwe golf van lijfeigenschap installeert zich over Midden- en
Oost-Europa. Hongersnood en pest maaien hele bevolkingen weg. De
bevolking van Tsjechië valt op de helft terug (tot anderhalf
miljoen). In feite de Eerste Grote Europese (Wereld)oorlog. Nagenoeg
alle landen van Europa waren in deze oorlog betrokken en in twee
wisselende blokken verdeeld.
|
| 1621 |
> Na het Twaalfjarig Bestand
wordt de strijd hervat. > In Spanje wordt Filips III opgevolgd door Filips IV > In Brussel overlijdt aartshertog Albertus van Oostenrijk; zijn weduwe Isabella blijft als gouverneur-generaal de Koninklijke Nederlanden besturen |
| 1626 |
< Rubens geniet het volste
vertrouwen van de landvoogdes Isabella en krijgt meerdere diplomatieke
opdrachten en missies te verwerken. Na de dood van zijn vrouw in 1626
is Rubens herhaaldelijk afwezig in
Antwerpen en vooral bedrijvig als diplomaat. Hij verblijft in
Spanje en werkt er voor Filips IV die hem secretaris van zijn
Privé Raad maakt. Als
gezant vertoeft hij ook aan
het hof van Karel I van Engeland en wordt door deze tot ridder
geslagen. [Het die Karel I die door de revolutie van Cromwell zal
worden onthoofd.]
|
| 1633 |
> Isabella roept in Brussel buiten
Madrid om de Staten-Generaal van de
Koninklijke Nederlanden bijeen. Zij opent rechtstreekse
onderhandelingen met Den Haag, die echter op niets uitlopen. Isabella
overlijdt in hetzelfde jaar |
| 1635 |
< tot 1637: de pest in
Vlaanderen (Westkwartier)
> Frankrijk verklaart Spanje de
oorlog, waardoor in de Koninklijke Nederlanden een tweefrontenoorlog
ontstaat. De Fransen verslaan de Spanjaarden bij les Avins (ten zuiden
van Hoei) en verenigen zich in Maastricht met het Staatse
(Republikeinse) leger. Het gemeenschappelijk Frans-Staatse leger houdt
gruwelijk huis in Tienen,
waardoor de publieke opinie in het Zuiden zich tegen de Republiek
keert. Diest en Aarschot worden ingenomen, maar Leuven weet een beleg
te doorstaan. |
| 1641 |
> De Franse inmenging in de oorlog had het tij definitief
in het voordeel van de Republiek beslist. Inmiddels was het oorlog in
grote delen van Europe, de Dertigjarige
Oorlog. In 1641 begonnen vredesonderhandelingen tussen de
strijdende partijen in deze oorlog in Münster en Osnabrück. |
| 1646 |
< Hittegolf in Vlaanderen
(Westkwartier): 58 dagen.
> De Republiek slaagde erin als volwaardige staat aan de
onderhandelingen in Münster mee te mogen doen: zelfs Spanje stemde
hiermee in. In
januari 1646 kwamen 8 vertegenwoordigers van de Staten aan in
Münster
om te onderhandelen met de Spanjaarden over vrede. Tijdens de
onderhandelingen werden de Republiek en Spanje het snel
eens: de tekst van het Twaalfjarig
bestand werd als
uitgangspunt genomen en de Republiek werd door Spanje als soevereine
staat erkend. De vrede leek snel nabij. Frankrijk gooide
echter roet in het eten door steeds met nieuwe eisen te komen. De
Staten besloten hierop buiten Frankrijk om vrede te sluiten met
Spanje. Op 30 januari 1648 werd de vredestekst vastgesteld. Deze werd
ter
ondertekening naar Den Haag en Madrid gestuurd. Op 15 mei werd de vrede
definitief
getekend. |
| 1648 |
Op
30 januari 1648 werd de vredestekst vastgesteld. Deze werd ter
ondertekening naar Den Haag en Madrid gestuurd. Op 15 mei werd de vrede
definitief
getekend. Vrede van Münster tussen Spanje en de Republiek |
| «Rond 1650 zijn alle
fundamentele structuren van het historisch kapitalisme [in Europa] als
sociaal systeem aanwezig en reeds verankerd. De beweging naar
gelijke verdeling van de inkomens [«egalisation»] is
radicaal omgedraaid. De leidende klassen hebben de controle over de
politieke en ideologische situatie opnieuw stevig in handen. Men stelt
een vrij grote continuïteit vast onder de families die de leidende
klassen uitmaken in 1650 en deze van 1450.» | E.Wallersetein, CAPHIS, p. 43 |