Terug naar:
  • www.katardat.org
  • inhoudsoverzicht van Het Pact
  • Redactie van deze webpagina:
    Lieven Soete | 25-01-2003
    update: 25-01-2003
    Het Sovjet-Duitse niet-aanvalspact van 23 augustus 1939 
    Politieke zeden in het interbellum

    Lieven SOETE | Brussel  | 1989 | Uitgeverij www.EPO.be
    Reacties naar: lieven.soete@katardat.org
    Hoofdstuk 6
    De uitverkoop van Tsjecho-Slowakije
    september 1938 > maart 1939
  • Voorgeschiedenis van Tsjecho-Slowakije
    »»» Zie ook «De Geschiedenis van Tsjechië» [1993] door Lieven Soete op: 
    www.katardat.org/3archiv/3001tsjechos.htm

  •  
  • Plannen voor onderwerping van Tsjecho-Slowakije komen van de Dresdner Bank
  • De eerste crisis in mei 1938
  • Zomer 1938: Hitler besluit Tsjecho-Slowakije van de kaart te vegen
  • Britse «onderzoekscommissies» naar Sudetenland
  • Daladier [FR]: «Oorlog brengt het risico mee dat er een revolutie uit volgt»
  • 13 September 1938: nazi-opstand in Sudetenland
  • 15 september 1938: de eerste ronde van het pokerspel ¬ Chamberlain bij Hitler [1]
  • Tsjecho-Slowakije bedreigd door... Chamberlain en Daladier
  • De Sovjet-Unie staat machteloos
  • 22 september 1938: de tweede ronde van het pokerspel ¬ Chamberlain bij Hitler [2]
  • 29 > 30 september 1938: De conferentie van München
  • Brits-Duits niet-aanvalspact | Chamberlain op 30 september 1938 «De vrede voor de toekomst is verzekerd!»

  •  
  • Schandelijke anti-Sovjetcampagne
  • Aasgieren: Polen en Hongarije
  • «Onafhankelijkheid» van Slowakije en Roetenië
  • Welke buit is er door nazi-Duitsaland binnen gehaald?

  •  
  • 15 maart 1939: Bezetting van Praag en Tsjechië | Inlijving van Slowakije
  • 20 maart 1939: Bezetting van KLaipèda (Memel)

  •  
  • 9 november 1938: Novemberpogrom («Kristallnacht»)
  • 8 december 1938: Frans-Duits niet-aanvalspact

  • Voetnoten

    Bij elk verhalend hoofdstuk geven we de belangrijkste bronnen aan waarme we het verhaal hebben opgebouwd. Alle feiten komen uit een van de betrokken publicaties. Voor dit hoofdstuk zijn dat:
  • Victor Alexandrov, Les jours de la trahison, l'histoire secrète de Munich, Paris, 1975;
  • Jacques de Launay, Histoire de la diplomatie secrète, de 1914 à 1945, Verviers, 1966;
  • Pierre Le Goyet, Munich, pouvait-on et devait-on faire la guerre en 1938?, Paris, 1988;
  • Ivan Maïski, Qui aidait Hitler?, Souvenirs de l'ancien ambassadeur de l'U.R.S.S. en Grande-Bretagne, Moscou, 1959;
  • Henri Noguères, Munich ou la drôle de paix, Paris, 1963;
  • Igor Ovsiany, Les origines de la Seconde Guerre mondiale, Moscou, 1984;
  • B.W. Schaper, Het trauma van München, Amsterdam / Brussel, 1976;
  • William L. Shirer, Le Troisième Reich, des origines à la chute, Tome 1, Paris, 1960;
  • Vilnis Sipols & Mikhaïl Kharlamov, A la veille de la Seconde Guerre mondiale, 1933-1939, Moscou, 1973;
  • A.J.P. Taylor, The Origins of the Second World War, London, 1965.
  • Voorgeschiedenis van Tsjecho-Slowakije1     |Top

    »»» Zie ook «De Geschiedenis van Tsjechië» [1993] door Lieven Soete op: 
    www.katardat.org/3archiv/3001tsjechos.htm

    Na de Eerste Wereldoorlog ontstaat voor het eerst een onafhankelijk land met de naam Tsjecho-Slowakije. Het is meer dan een kunstmatig bufferland in het «cordon sanitair» tegen de Sovjetunie. Het verenigt twee provincies uit het Oostenrijks-Hongaarse rijk: Bohemen-Moravië in het Westen en Slowakije in het Oosten. Tsjechen en Slowaken zijn nauw verwant wat betreft taal en cultuur en hebben eeuwenlang een eigenheid gehad ten overstaan van de omringende volkeren: Polen, Hongaren, Oekraïners, Duitsers en Oostenrijkers. Toch hebben beide volkeren lange tijd een afzonderlijke geschiedenis gekend: Bohemen-Moravië maakte deel uit van het Oostenrijkse rijk (de Habsburgers), Slowakije van het Hongaarse rijk.

    In de negende eeuw kan al gesproken worden van een Tsjechische natie wanneer het koninkrijk Groot-Moravië ontstaat als vazalstaat van het (Oost-)Karolingische rijk. Slowakije maakt dan al deel uit van het Hongaarse rijk.
        Vanaf de twaalfde eeuw komt een grote trek van Duitse kolonisten op gang naar Bohemen. Ze vormen de basis voor het ontstaan van de steden en van de sociale laag van de rijke patriciërs.
    In de XV° eeuw kennen de Tsjechen hun befaamde Hussietenopstand. Dat is niet alleen een «ketterse» maar ook een sociale en nationale beweging: tegen de politieke en economische macht van de feodale adel en kerk, en tegen de macht van de (overwegend Duitse) patriciërs in de steden. Hiermee zijn de Tsjechen een eeuw voorop op de grote religieuse, sociale en nationale beroering die Europa enkele eeuwen in zijn greep zal houden: de Hervorming. Jan Huss en Jan Zizka zijn tot op vandaag nationale helden.
        De Tsjechen hebben daarmee ook een diepgewortelde traditie van democratie ingezet. Niet toevallig is Tsjecho-Slowakije in 1938 het enige land in Midden-, Oost-en Zuid-Europa, waar de democratie nog overeind is gebleven.
        De Oostenrijkse Habsburgers maken aan de democratische verworvenheden van het «hussisme» een einde op 8 november 1620. Op 23 mei 1618 gooiden de Tsjechen twee Habsburgse luitenanten uit de ramen van het paleis (de «defenestratie van Praag»). Dat is de start van een opstand van de Tsjechische adel die verjaagd of onteigend wordt. De katholieke godsdienst wordt verplicht en de steden verliezen alle privileges. Het feodalisme wordt vanuit Oostenrijk opnieuw uitgebouwd met een nieuwe Duitssprekende adel. Slavernij en lijfeigenschap keren terug. Het is de periode van het koninkrijk Bohemen.
        Vanaf het einde van de XVIII° eeuw grijpen regelmatig boerenopstanden plaats. Ze worden bloedig onderdrukt maar in 1781 hebben ze toch tot resultaat dat de slavernij wordt afgeschaft. Ook hiermee zijn de Tsjechen voorop op de meeste van hun buren. Nu kunnen er krachten vrijkomen voor de industrialisatie en de steden groeien snel.
        Het revolutiejaar 1848 gaat aan Praag niet voorbij. Al wordt de opstand neergeslagen door de Oostenrijkse troepen, het betekent toch het einde van het feodale tijdperk in Bohemen. Het land kent een snelle industriële ontwikkeling. Bohemen wordt een van de ontwikkelde kapitalistische streken in Europa.

    Tijdens de Eerste Wereldoorlog richt Tomas Masaryk met zijn medewerkers Edvard Benes en de Slowaak Milan Stefanik in Parijs de «Nationale Tsjechische Raad» op (1916). Ze bepleiten vooral bij de Amerikaanse president Wilson, de oprichting van een nieuwe onafhankelijke staat. Vanaf mei 1917 groeit in het land zelf de nationale en sociale strijd tegen het regime van de Oostenrijks-Hongaarse monarchie.
        In juli 1918 wordt een «Nationaal Comité» opgericht en in september een «Socialistische Raad». In oktober breken algemene stakingen uit en op 14 oktober wordt in Praag de onafhankelijke republiek Tsjecho-Slowakije uitgeroepen. 2 Op 14 november wordt een voorlopige Nationale Vergadering bijeengeroepen die Masaryk tot president verkiest. Hij zal dit blijven tot 1935 en wordt dan opgevolgd door Benes.

    Als de conferentie van Versailles de grenzen van de nieuwe staat vastlegt is dat geen sinecure. Bohemen-Moravië heeft eeuwenlang een Tsjechisch-Duitse gemengde bevolking gehad. De Duitsers3 vormen de belangrijkste nationale minderheid: 3,32 miljoen op een totale bevolking in 1930 van 14,73 miljoen. Ze leven in het uitgestrekte grensgebied met Duitsland en Oostenrijk; daarnaast ook in enclaves van Duitse meerderheden middenin Tsjechisch gebied. Ze hebben nooit tot het Duitse rijk behoord; wel tot het Oostenrijkse maar dan ook steeds als een geheel met de Tsjechische bevolking. De Sudetenduitse gebieden zijn wel de rijkste:de sterkst geïndustrialiseerde met ondermeer belangrijke staal- en wapenfabrieken. In deze gebieden bouwt Tsjecho-Slowakije zijn sterke verdedigingsgordels.
        De Slowaken vormen een groep van 2,5 miljoen inwoners. Bij de oprichting van de nieuwe staat was overeengekomen dat het een federale staat zou worden met eigen regering, parlement en gerecht voor de Slowaken. Daar is in 1938 niets van in huis gekomen.
        Aan de zuidgrens van Slowakije leven 700.000 Hongaren. In het uiterste Oosten heeft Versailles een stuk van Oekraïne met 570.000 inwoners als mandaatgebied ook toegevoegd aan Tsjecho-Slowakije (Roetenië).
        In het drielandenpunt met Duitsland en Polen is na het referendum over Silezië (21 maart 1921) het gebied rond de belangrijke industriestad Cieszyn (Teschen) verdeeld over Tsjecho-Slowakije en Polen: 100.000 Polen leven aldus ook in de Tsjechische staat. Daarnaast leven er ook nog 190.000 joden.
        De Tsjechen vormen met hun 7,5 miljoen de grootste groep maar slechts een kleine meerderheid in het geheel van het land. Er bestaat een sterke nationalistische stroming onder de Tsjechische heersende klasse; zelfs revanchistisch ten overstaan van de Sudetenduitsers. Terwijl de Slowaken officieel als een tweede staatsvolk erkend zijn, is dat niet het geval voor de grotere groep Duitsers. 4

    Als Hitler aan de macht komt in 1933 bestaat er nog geen Duits-nationalistische partij in Sudetenland. Ze schiet plots uit de grond. De gymnastiekleraar Konrad Henlein richt zijn Sudetendeutsche Partei (SdP) op in 1933. Het is een filiaal van de NSDAP.5 Bij de verkiezingen van mei 1935 haalt de SdP 70 % van de Sudetenduitse stemmen.
        Twee weken na de Anschluss wordt Henlein bij Hitler geroepen. Hij krijgt gedetailleerde richtlijnen hoe er verder naar een crisis moet gewerkt worden: «De SdP moet zodanige eisen stellen aan de Tsjechische regering dat die onaanvaardbaar zijn.»

    Zo gebeurt. Op 24 april formuleert de SdP het «acht-puntenprogramma van Karslbad (Karlovy-Vary)»:

    Het resultaat blijft niet uit. Incidenten worden uitgelokt waarbij verschillende doden vallen. Begin mei geeft de Tsjechische regering volmacht aan Henlein om zelf voor de ordehandhaving in het Sudetengebied in te staan. De snelopgerichte «Schutzdienst» wordt een eigen nazileger dat de terreur veralgemeent.
     
     
    Plannen voor onderwerping van Tsjecho-Slowakije komen van de Dresdner Bank     |Top

    De spanningen tussen de nationaliteiten in Tsjecho-Slowakije zijn een hefboom waarmee het Duitse Finanzkapital de economische en financiële controle wil verzilveren met een politieke en militaire overheersing. In Tsjecho-Slowakije speelt de Dresdner Bank een hoofdrol, vooral via zijn banden met de Oostenrijkse kapitaalwereld. De Tsjechische industrie is nog steeds in handen en nauw verbonden met de Oostenrijkse bourgeoisie.
        Uit het onderzoeksrapport van 1946 van de Amerikaanse regering tegen de Dresdner Bank.

    «Het plan voor de economische onderwerping van Tsjecho-Slowakije ontstond gelijktijdig met de plannen voor de politieke verovering ervan. Vier dagen na het verdrag van München6 onderhandelt Carl Goetz met het ministerie van Buitenlandze Zaken over de overname van de Tsjechische banken. Hij meldt er de bijzondere interesse van de Dresdner Bank voor de Böhmische Escompte-Bank (BEB) en de Zivno Bank (Bewijsstuk 110).
        «Nog voor de oorlog officieel verklaard was en de militaire inval in Tsjecho-Slowakije gepland was, gaf Göring aan Kehrl en Rasche 7 volmacht de Tsjechische industrie over te nemen. In een brief van 23 december 1942 aan Gritzbach, chef van de diensten van rijksmaarschalk Göring, schrijft Rasche over deze aandelenwerving:
        «In 1938 konden wij 25 % van de aandelen van Poldihütte AG verwerven 8 en de meerderheid van de aandelen van Brünner Maschinen 9. Zoals U weet werd toen door de heer rijksmaarschalk aan president Kehrl en mijzelf een nog verderdragende volmacht verleend om deze industriën te verwerven en te hergroeperen. Wij geloven dat het ons met goed gevolg gelukt is deze opdracht te vervullen. Zoals U weet dateren uit die periode naast de reeds vermelde ook de verhandelingen van aandelen van Skoda10, Waffenwerke Brünn 11 en de groep die nu samengebracht is onder de naam Sudetenländische Bergbau AG 12. Ik slaagde er toen ook in de onderhandelingen over Witkowitz 13 tot een goed einde te brengen.»(..)
    «Tijdens zijn verhoor op 19 december 1945 (bewijsstuk 111) ging Rasche nader in op de manier waarop de Dresdner Bank werkte in opdracht van de Hermann Göring-Werke (HGW). Het belangrijkste wat de Dresdner Bank voor de HGW wist te bewerkstelligen was de overname van de Sudetenduitse brandstofbedrijven met een aandelenkapitaal van 100 miljoen Reichsmark. De bruinkoolmijnen waren eigendom van de Tsjechisch-joodse famillie Patschek. De Dresdner Bank integreerde deze bedrijven in het Hermann Göring-Konzern.(..)
        «Welke middelen de Dresdner Bank inzette om haar doel te bereiken, speelde geen enkele rol. Soms bewaarde men een schijn van legaliteit. Bedreiging, bedrog, geweld en druk behoorden tot de methodes.(..) Door haar invloed binnen de partij wist de Dresdner Bank met beter gevolg met de nazi's te werken dan de eigen huisbank van de naziregering, de Bank der Deutschen Arbeit.(..) De «Arisierung» was een van de meest gebruikte plundermethodes; daartoe werkte de bank nauw samen met de Gestapo.»14 |15
    De meicrisis rond Tsjecho-Slowakije in 1938     |Top

    Op 21 april 1938 werkt Hitler met zijn legerchef Keitel het plan uit voor de verovering van Tsjecho-Slowakije: het «Fall Grun». Verschillende scenario's worden overlopen, maar Hitler geeft de voorkeur aan

    «een verrassingsactie, verantwoord door een incident (bijvoorbeeld de moord op een Duits minister tijdens een anti-Duitse betoging). De vier eerste dagen van een militaire actie zijn beslissend vanuit politiek standpunt. Als een militair succes uitblijft dan kan er alleen maar een Europese crisis uitbreken. Voldongen feiten zullen de buitenlandse mogendheden er echter van overtuigen dat een militaire tussenkomst volslagen nutteloos is.»16
    Berlijn krijgt geruststellende boodschappen uit het Westen. Op 3 mei meldt von Dirksen vanuit Londen dat Halifax hem heeft meegedeeld dat de Britse regering «zal aandringen in Praag opdat Benes zich zeer verzoenend zou opstellen tegenover de Sudetenduitsers.»17
        Op 7 mei komt een bericht van de Duitse gezant in Praag dat de Britse en Franse ambassadeurs er aandringen bij de Tsjechische regering om tot aan de uiterste grens toegevingen te doen aan Henlein.18

    In Moskou klinkt een ander geluid. De Tsjechische ambassadeur in Moskou stuurt op 23 april volgend bericht naar Praag:

    «In het Kremlin heeft een conferentie plaatsgegrepen met Stalin, Molotov, Vorosjilov, Litvinov en Kaganovitsj. Nadat Alexandrovski19 de politieke toestand in Tsjecho-Slowakije had uiteengezet, was het besluit dat de USSR bereid is, wanneer daartoe het verzoek zou gedaan worden, samen met Frankrijk en Tsjecho-Slowakije alle nodige stappen te zetten om de veiligheid van Tsjecho-Slowakije te waarborgen. Alle nodige middelen daartoe zijn voorhanden. De situatie in het leger en bij de luchtmacht laten dergelijk optreden toe.» 20
    Er zijn gemeenteraadsverkiezingen gepland in Tsjecho-Slowakije voor 22 mei. Op 20 mei verneemt de Tsjechische regering via haar inlichtingendienst, dat er 8 à 10 nieuwe Duitse divisies aan de Tsjechische grenzen opgesteld worden. 's Namiddags komt de regering met president Benes bijeen en kondigt een gedeeltelijke maar onmiddellijke mobilisatie af van meer dan 100.000 reservisten. Het Tsjechische leger bezet alle strategische punten in Sudetenland en de «Schutzdienst» wordt verboden.21
        De internationale spanning is te snijden. De Franse regering ziet zich verplicht een verklaring te publiceren waarin ze herinnert aan haar verbintenis tot steun aan Tsjecho-Slowakije.
        In Groot-Brittannië is de verrassing over de strijdwil van de Tsjechen groot. De oppositie, zowel van de kant van de travaillistische partij als binnen Chamberlains eigen conservatieve partij, eist een bijeenroeping van het parlement. Henderson moet -- tegen zijn eigen opinie in -- een memorandum bezorgen aan von Ribbentrop waarin de Britse regering verklaart:
    «Als onze bondgenoot Frankrijk zich verplicht zou zien om in overeenstemming met zijn verdrag tot wederzijdse bijstand, Tsjecho-Slowakije ter hulp te komen, dan kan Groot-Brittannië niet garanderen dat het zich niet door de omstandigheden verplicht zou zien tussen te komen.»22
    Tezelfdertijd geeft de Britse regering Hitler de verzekering dat ze al het mogelijke zal doen om de Sudetenkwestie op vreedzame wijze te regelen en vraagt hem daarom «wat geduld te hebben». Hitlers adjudant, Fritz Wiedemann schrijft dat de Britten vanaf de lente van 1938 hadden laten weten dat «een bombardement van Praag oorlog zou betekenen. De tactiek die moest gebruikt worden tegenover de Tsjechen was niet schieten maar wurgen.» 23 Hitler trekt voorlopig terug.
     
     
    Zomer 1938: Hitler besluit Tsjecho-Slowakije van de kaart te vegen     |Top

    Na dit lesje tijdens de meicrisis laten de nazi's er geen gras over groeien. Op 28 mei roept Hitler zijn generaals bijeen.

    «Ik heb besloten eens en voor altijd het probleem van de Sudeten op te lossen.
    Op 27 juni 1938 wordt in Duitsland de algemene burgerplicht ingevoerd: de staat eigent zich het recht toe over alle Duitsers te beschikken om de nodige werken «voor het nationale belang» uit te voeren. Op slag is het probleem van het groeiende tekort aan arbeidskrachten opgelost.
        Op 18 juli komt een wet die het Duitse leger onbeperkte volmachten geeft om goederen, personen, woningen, voertuigen, brandstof en diensten op te eisen.
        Op 30 juli worden de meeste grenszones verboden gebied verklaard voor alle vreemdelingen.
    Het identiteitsbewijs wordt verplichtend voor alle burgers en het paspoort voor alle vreemdelingen. 25
        Aan de Siegfriedlinie wordt dag en nacht, zon- en weekdag met afwisselende ploegen gevangenen en «aangeworven» werkkrachten gewerkt.
        Nagenoeg alle westerse en ook de Sovjetdiplomaten overspoelen hun regeringen met alarmerende berichten over het helse ritme waarmee de nazi's zich op een nabije oorlog voorbereiden. Waar de Duitsers in mei 1938 nog bijlange niet klaar waren om een echte krachtproef aan te gaan, komt daar razendsnel verandering in. 26

    Op 31 mei 1938 schrijft de Franse ambassadeur in Moskou, Coulondre:

    «Als de westerse mogendheden de wurging van Tsjecho-Slowakije toelaten dan zal de Sovjetregering breken met deze politiek en toenadering zoeken met Duitsland aan wie het dan de vrije hand zal laten in Europa.»27
    Ook andere westerse ambassadeurs in Moskou, zoals Joseph Davies van de Verenigde Staten, verwittigen hun regeringen al vanaf de periode na de Anschluss, dat de Sovjetunie wel eens een bruusk einde zou kunnen maken aan het westerse kansspel met Hitler.
        Litvinov heeft op 22 augustus een onderhoud met de Duitse ambassadeur in Moskou, von der Schulenburg. Hij neemt geen blad voor de mond.
    «Zelfs de razendste stokers onder de Tsjechen willen geen oorlog en willen Duitsland niet aanvallen. Ze willen alleen dat men zich krachtdadig verdedigt tegen een Duitse aanval en men niet achteruitwijkt. Het is hun goed recht! Maar in werkelijkheid liggen de zaken anders: u wilt de vernietiging van TsjechoSlowakije, u wilt dat land veroveren. U verkiest natuurlijk uw doel te bereiken met vreedzame middelen. Oorlog brengt altijd risico's mee. Iedereen zal proberen een oorlog te vermijden als hij op een andere manier zijn doel kan bereiken.
        «Von der Schulenburg: De Tsjechen werden in hun halstarrigheid aangemoedigd door Britse en Franse politiekers en door beloftes op steun.
        «Litvinov: De Sovjetunie beschouwt de Sudetenkwestie als een interne Tsjechische aangelegenheid. De Sovjetunie heeft zich daar helemaal niet in gemoeid en heeft geen enkele raad gegeven, niet in de ene noch in de andere richting en in de toekomst zal zij dat blijven doen.»2829
    Ivan Maïski schrijft in zijn memoires:
    «Alhoewel de koele reacties op ons voorstel van 17 maart 1938 aan Londen en Parijs ons weinig lust gaven nieuwe pogingen in die richting te doen, besloot de Sovjetregering in die situatie dat er vreselijk gevaar dreigde voor TsjechoSlowakije, eens te meer beroep te doen op het gezond verstand van de Franse en Britse leiders.
        «Wij dachten: Wellicht heeft de bittere ervaring van de laatste maanden hen iets bijgebracht? Misschien tonen ze zich nu meer bereid krachtige maatregelen te nemen tegen de agressors?(..)
        «Men mag zelfs de kleinste kans om een catastrofe te vermijden niet verwaarlozen.» 30
    Op 2 september 1938 bezorgt Litvinov de Franse zaakgelastigde in Moskou31 een nota met de vraag zijn regering er onmiddellijk van in kennis te stellen.32 Het is een belangrijk en formeel engagement van de Sovjetunie in de Tsjechische kwestie.
    «Op de vraag van de Franse zaakgelastigde welke steun de Sovjetunie zou leveren aan Tsjecho-Slowakije in geval van een Duitse aanval, rekening houdend met de bijzondere moeilijkheden die kunnen voortvloeien uit de neutraliteit van Polen en Roemenië, antwoordt Litvinov dat de Sovjetunie vastbesloten is haar verplichtingen na te komen. Hij denkt dat de houding van Roemenië geen onoverkomelijk probleem zal zijn. In de loop van de voorbije maanden zijn de betrekkingen tussen Roemenië en de Sovjetunie aanmerkelijk verbeterd. Litvinov is van oordeel dat de beste manier om Roemenië te overtuigen is, beroep doen op de Volkenbond. Als Genève bijvoorbeeld beslist dat Tsjecho-Slowakije slachtoffer is van een agressie en Duitsland als agressor brandmerkt, dan zal Roemenië waarschijnlijk wel toelaten dat Russische troepen over zijn grondgebied en luchtstrijdkrachten door zijn luchtruim trekken.(..)
        «Litvinov zegt verder dat de Sovjetunie, Frankrijk en Tsjecho-Slowakije onmiddellijk besprekingen onder de legerleidingen moeten beginnen en nagaan welke de respectievelijke mogelijkheden zijn om wederzijdse hulp te bieden.»33
    Churchill voegt er nog aan toe hoe hij op 5 september antwoord kreeg van Halifax: «Hij hield zich op de vlakte. Hij zag op dat ogenblik het nut niet in van een gezamenlijke actie.»34
        Maïski vertelt hoe hij veertien dagen later in Genève, tijdens een bijeenkomst van de Volkenbond, merkt dat de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Bonnet, de nota van Litvinov van 2 september niet eens heeft doorgegeven aan de andere Franse ministers en aan premier Daladier. Die weten nog niets over het engagement en voorstel van de Sovjetunie. Daarom herhaalt Litvinov zijn voorstel op de publieke tribune van de Volkenbond op 21 september. 35
     
     
    Britse «onderzoekscommissies» naar Sudetenland     |Top

    Eind mei 1938 bezoekt Henderson von Ribbentrop. Hij stelt voor een onderzoekscommissie naar Sudetenland te sturen. Von Ribbentrop merkt op dat er nogal wat verschil is tussen de geruststellende houding van Henderson nu en de Britse verklaring van 21 mei.
        Henderson antwoordt: «Mijn regering heeft in de Tsjechische kwestie alleen maar de rol van tussenpersoon aanvaard omdat niemand anders het wil doen.»
        Von Ribbentrop besluit eruit «dat de Britse regering zich in de zaak niet te ver wil engageren om uiteindelijk tezelfdertijd scheidsrechter en uitvoerder van haar eigen vonnis te kunnen spelen. Henderson is niet van plan ook maar één Brits soldaat op te offeren voor de Tsjechen en ook niet voor de Sudetenduitsers.»36 Dit laatste wordt de geliefde slogan van Henderson.37

    Von Dirksen, Duits ambassadeur in Londen maakt op 10 juli 1938 een rapport over de situatie in Groot-Brittannië.

    «Chamberlain heeft als belangrijkste objectief vastgelegd: het realiseren van een akkoord met de autoritaire staten, buiten de Volkenbond om. Onder dit ordewoord heeft hij Eden aan de dijk gezet.(..)
        «De pogingen door besprekingen -- die plaatshadden van de herfst 1937 tot in 1938 -- tot een [Brits-Duits] compromis te komen zijn afgebroken met de verklaring van Chamberlain op 23 maart laatstleden ten gevolge van de aanhechting van Oostenrijk.(..)
        «Hebben de feiten van de laatste maanden de wil van de regering-Chamberlain om een akkoord met Duitsland te bereiken doen verdwijnen of verzwakken? De aanhechting van Oostenrijk heeft zoals men weet een schok veroorzaakt maar die werd vrij snel weer te boven gekomen. Men heeft zich hier ook zeer snel rekenschap gegeven van de fouten die gemaakt werden in de Britse buitenlandse politiek tijdens de Tsjechische crisis. Er zijn maatregelen genomen om die te herstellen. In alle voorstellen van de verantwoordelijke Engelse staatsmannen klinkt een duidelijke en onwankelbare wil om tot een akkoord met Duitsland te komen.(..)
        «Na enkele maanden rust zullen Chamberlain en Halifax voldoende moed tonen en ook de nodige middelen hebben op binnenlands vlak om de laatste en belangrijkste taak van de Engelse politiek aan te pakken: het bereiken van een akkoord met Duitsland.(..)
        «De huidige Britse regering is de eerste sinds de oorlog die van het zoeken naar een compromis met Duitsland een essentieel punt van haar programma heeft gemaakt. Ze is dicht genaderd bij de fundamentele eisen die door Duitsland werden geformuleerd: de Sovjetunie buiten spel zetten bij het regelen van het lot van Europa; de Volkenbond buiten spel zetten; het nut erkennen van bilaterale akkoorden. Duitsland vindt bij deze regering een groeiend begrip voor zijn eisen wat betreft de Sudetenduitsers. Ze zou ook bereid zijn grote offers te brengen om de andere gewettigde Duitse eisen in te willigen op de enige voorwaarde dat men deze objectieven met vreedzame middelen wil bereiken. In het geval Duitsland militaire middelen zou gebruiken om deze objectieven te bereiken, dan zal Engeland zonder enige twijfel beslissen oorlog te voeren aan de zijde van Frankrijk.(..)
        «Daarom is de dringendste taak van onze buitenlandse politiek, een akkoord trachten te bereiken met Engeland, van zodra de voorwaarden gunstig zijn in de maanden die komen.» 38
    Hitler zal zeer handig deze analyse benutten. Tot in mei 1940 -- wanneer Chamberlain het totale failliet van zijn strategie moet erkennen en door Churchill vervangen wordt -- zal hij de Britse drang om met Duitsland een akkoord af te sluiten, tot op het bot uitbuiten. Het is Hitlers tactiek om eerst «nog één laatste toegeving» te eisen met de zoethouder «dat we dan samen zullen spelen.»
        Hitler toont zich een groter meester, en beter bewust van het zwakke punt van Chamberlain, dan von Ribbentrop en von Dirksen. Dezen willen zo snel mogelijk een akkoord met de Britten. Hitler beseft dat hij daardoor een aantal mooie expansieplannen (Tsjecho-Slowakije, Klaipèda, Polen, de Baltische staten) met de Britten als pottenkijkers zou moeten realiseren. Hij drijft het zo ver mogelijk, zonder hen. Aan het dreigement dat hij in geen geval geweld mag gebruiken tilt hij niet zo zwaar. De bezetting van het Rijnland en van Oostenrijk is toch ook niet met bloemenmeisjes voltrokken. Natuurlijk verkiest Hitler ook een «vreedzame» oplossing. Maar de bezetting van Praag (maart 1939) en zelfs van Polen (september 1939) zal bewijzen dat hij gelijk heeft: de Britse dreigementen zijn vooral voor de eigen tribune bestemd.

    Op 3 augustus 1938 verschijnen plots Lady and Lord Runciman in Praag. De Tsjechische regering weet van niets maar Chamberlain verklaart voor zijn parlement dat Runciman met een officiële bemiddelingsopdracht tussen de Sudetenduitsers en de Tsjechische regering is belast. Een goede bekende uit de «Clividen-groep», wapenhandelaar, beheerder in meerdere raden van beheer van grote bedrijven, ex-voorzitter van de Britse Kamer van Koophandel, ontpopt Runciman zich al snel als vriend van al wat SdP- en nazi-achtig is. Hij kiest als verblijfpost voor zijn «missie» het kasteel van graaf Czernin, een overtuigde nazifan en bankier.3940
        Benes vertelt in zijn memoires hoe Runciman voortdurend druk uitoefende op de Tsjechische regering om toegevingen te doen aan Henlein.41
        Runciman moet voor de nodige adempauze zorgen om de schok van de meicrisis te verwerken, zowel voor de Britse regering en publieke opinie, als voor de Duitsers. Maar wellicht is zijn belangrijkste opdracht: tijdig orde brengen in de internationale bankiersbelangen die in Tsjecho-Slowakije op het spel staan.
     
     
    Daladier [FR]: «Oorlog brengt het risico mee dat er een revolutie uit volgt»     |Top

    Voor de Franse houding putten we opnieuw uit een diplomatieke bron. Het rapport van de Poolse ambassadeur in Parijs, Lukasiewicz, na een onderhoud met Bonnet, de Franse minister van Buitenlandse Zaken.

    «Bonnet sprak uitvoerig en met grote nadruk over het probleem van de houding ten overstaan van de Sovjetunie. Het Sovjet-Frans pact is zeer «vague», zei hij. De Franse regering is helemaal niet van plan er beroep op te doen. Het zal alleen een rol spelen en enig belang hebben in de manier waarop Frankrijk zal reageren ten overstaan van Poolse weifelingen. Persoonlijk is minister Bonnet geen voorstander van samenwerking met de communisten. De Franse regering zou volledig willen steunen op Polen en met haar samenwerken. Minister Bonnet zou zeer gelukkig zijn als hij, na de samenwerking met Polen in het reine te hebben getrokken aan de Sovjets zou kunnen verklaren dat Frankrijk hun hulp niet nodig heeft.(..)
        «Men mag de positieve kanten van het Sovjet-Franse pact niet vergeten. In geval van oorlog met Duitsland zou men, zich steunend op dat pact, van Moskou kunnen eisen dat het de hulp verleent die nodig is inzake goederen en grondstoffen. In bepaalde omstandigheden zou Polen voordeel kunnen halen uit dit pact.(..)
        «Als er een conflict uitbreekt tussen Polen en Duitsland kan het Sovjet-Franse pact positief zijn omdat op die manier de mogelijkheid van een strijd op twee fronten wordt uitgeschakeld.»42
    Ook in Frankrijk is er verdeeldheid over de aan te nemen strategie en tactiek tegenover de fascistische machten. Laval en Pétain staan een regelrechte pro-nazi politiek voor en zullen openlijk met de nazi's collaboreren vanaf 1940. Bonnet en Daladier kunnen best als chamberlainisten gekenmerkt worden. Zij bepalen de politiek tot eind 1939. Diplomaten en politici als Coulondre en François-Poncet zijn eerder churchillianen.
        Hoe Bonnet en Chamberlain op eenzelfde lijn zitten, bewijst ondermeer het onderhoud dat Bonnet op 17 juni heeft met de Duitse ambassadeur in Parijs. Bonnet wil «met alle middelen alle inspanningen versterken die kunnen leiden tot een beter begrip tussen Duitsers en Fransen.» Over Tsjecho-Slowakije verklaart hij dat hij in Praag klare en energieke taal wil spreken, dat hij «een hoge toon zal aanslaan als de Tsjechen zich koppig tonen om de kwestie van de Sudetenduitsers te regelen». Hij betreurt het «dat de Duitsers er niets voor voelen samen te komen met de Engelsen en de Fransen om het probleem onder hun drieën te regelen».43

    Een belangrijk argument waarom men ten allen prijze een oorlog wil vermijden zet Daladier uiteen tijdens een gesprek met de Duitse ambassadeur in Parijs op 7 september 1938:

    «De oorlog brengt het risico mee dat er een revolutie uit volgt die uitsluitend in het voordeel van de Sovjets kan zijn. Terwijl het probleem vreedzaam kan opgelost worden en dit de weg zou kunnen vrijmaken voor een poging om tot eenheid te komen met Duitsland, wat het grootste goed zou zijn voor Europa.»44
    13 September 1938: nazi-opstand in Sudetenland     |Top

    De nazi's hebben een goede gewoonte: ze zijn stipt. Von Dirksen had de raad gegeven: geef de Britten enkele maanden vakantie om de plooien glad te strijken. Op 1 september is die vakantie om. Hitler roept opnieuw Henlein bij zich. De eindfase wordt grondig besproken.
        De provocaties in Sudetenland nemen plots hevig toe en op 5 september besluit Benes toe te geven. Hij nodigt drie SdP-leiders uit in zijn paleis, geeft hen een wit blad papier en vraagt hen al hun eisen op te schrijven. Hij voegt er vooraf al aan toe dat hij ze hoedanook zal inwilligen. De twee adjudanten van Henlein zijn uitzinnig van vreugde, maar hijzelf staat voor schut. Dat was nu juist het laatste wat mocht gebeuren: elk voorwendsel voor de Duitsers om tussen te komen is weggeveegd. Zijn instructies getrouw verbreekt Henlein op 7 september alle verdere onderhandelingen met de Tsjechische regering.
        Op 12 september houdt Hitler een met spanning verwachte toespraak op het nazicongres in Nürnberg. Groot verbaal geweld, vooral tegen de persoon van Benes, maar geen echte oorlogsverklaring. Hij laat nog een weg open voor de Britten en Fransen. Hitler eist dat de Tsjechische regering gerechtigheid doet geschieden tegenover de Sudetenduitsers en zegt dat Duitsland dan zal zien wat het moet doen. Göring heeft op 10 september de gemoederen al goed opgehitst: «Die miserabele pygmeeën [over de Tsjechen] onderdrukken een gecultiveerd volk. Achter hen staat Moskou en het eeuwige masker van de joodse duivel.»45
    De demagogie mist haar effect niet. Op 13 september breekt een ware opstand uit in Sudetenland maar de Tsjechische regering komt krachtig tussen. Er worden troepenversterkingen gestuurd en de noodtoestand wordt afgekondigd. Henlein vlucht naar Duitsland. Lord Runciman voelt het ook te warm worden en vertrekt naar Londen.
        De Franse regering is de hele dag in vergadering, zonder resultaat. 's Avonds stuurt Daladier een boodschap naar Chamberlain om te vragen of hij niet wil tussenkomen bij Hitler. Chamberlain heeft deze aansporing niet eens nodig. Hij stuurt een vraag naar Hitler of die hem wil ontvangen, liefst zo snel mogelijk. Hij wil het vliegtuig nemen en kan er zelfs 's anderendaags al zijn. Hitler is akkoord en nodigt Chamberlain uit op 15 september in zijn Arendsnest in Berchtesgaden.
        Ondertussen verklaart Henlein vanuit Duitsland dat er maar één oplossing meer is: de aanhechting van Sudetenland bij Duitsland.
     
     
    15 september 1938: de eerste ronde van het pokerspel ¬ Chamberlain bij Hitler [1]     |Top

    15 september 1938: eindelijk wordt het pokerspel gespeeld, rechtstreeks van man tot man. Wie is aan de slag?
        Chamberlain, negenenzestig jaar, na zeven uur vliegen -- voor het eerst in zijn leven --, drie uur trein en tot op de tweede verdieping de trappen opklimmend van het Arendsnest?
        Of Hitler die bij ontvangst van het telegram van Chamberlain uitriep: «Ich bin von Himmel gefallen!»

    Hitler stelt een ultimatum: Sudetenland moet bij Duitsland. Chamberlain zegt dat hij daar persoonlijk wel mee instemt maar toch eerst zijn regering en de Franse regering moet raadplegen.
        En de Tsjechen zelf? Bij het pokeren wordt het leven of de vrijheid van de vrouw of kinderen van een der partijen wel eens meer ingezet. Uiteraard vraagt men dan de toestemming van het slachtoffer niet.
        Chamberlain laat Hitler beloven dat hij ondertussen geen geweld zal gebruiken. «Ik had de indruk dat Hitler een man was op wie men kan rekenen als die eenmaal zijn woord heeft gegeven.»46 Hitler wordt zelfs vriendelijk: de volgende ontmoeting waar Chamberlain zijn antwoord moet brengen, wordt wat dichter bij Londen vastgelegd, ergens aan de Rijn.
     
     
    Tsjecho-Slowakije bedreigd door... Chamberlain en Daladier     |Top

    In Londen krijgt Chamberlain vrij snel het akkoord over de Duitse eis. In Parijs gaat het wat lastiger maar uiteindelijk raken beide regeringen het eens. Op 19 september wordt een Brits-Franse nota naar Praag gestuurd:

    «Er is een situatie ontstaan waarin het niet langer mogelijk is de streken die bewoond worden door Sudetenduitsers binnen de grenzen van de Tsjecho-Slowaakse staat te behouden. De twee regeringen zijn tot het besluit gekomen dat de vrede en de vitale belangen van Tsjecho-Slowakije niet kunnen bewaard worden als deze streken niet onmiddellijk worden overgedragen aan het Reich.(..)
        «De Franse en Britse regeringen beseffen hoe zwaar het offer is dat van de Tsjechische regering wordt gevraagd voor de zaak van de vrede. Maar aangezien deze zaak heel Europa aangaat, achten zij het hun plicht openlijk en gezamenlijk de voorwaarden bekend te maken die de zaak van de vrede moeten verzekeren.»47
    De Tsechische regering antwoordt op 20 september:
    «De voorstellen van de Franse en Britse regering werden gedaan zonder de vertegenwoordigers van Tsjecho-Slowakije te raadplegen. Ze zijn gericht tegen Tsjecho-Slowakije en dus onaanvaardbaar. De aanvaarding ervan zou neerkomen op een vrijwillige en volledige verminking van onze staat, op alle gebieden. De Tsjechische economie en het transport zouden volledig verlamd worden en de strategische positie zou extreem moeilijk worden. Zelfs indien Tsjecho-Slowakije de gevraagde offers zou brengen dan zou het probleem van de vrede helemaal niet opgelost zijn.»48
    's Anderendaags reeds krijgen de Tsjechen een dreigbrief van Chamberlain:
    «De regering van Hare Majesteit is van oordeel dat het antwoord van de Tsjechische regering niet beantwoordt aan de kritieke situatie. Als dit zou gepubliceerd worden dan zou er een onmiddellijke Duitse invasie op volgen. Daarom spoort de regering van Hare Majesteit de Tsjechische regering aan haar antwoord in te trekken en snel een andere beslissing te nemen die rekening houdt met de werkelijkheid (..) voor er een situatie ontstaat waarin de regering van Hare Majesteit alle verantwoordelijkheid zou afwijzen.»49
    De Franse regering vindt dit nog niet sterk genoeg. Daladier en Bonnet schrijven in de nacht van 20 op 21 september een ultimatum naar de Tsjechen:
    «Door het Frans-Britse voorstel te verwerpen neemt de Tsjechische regering de verantwoordelijkheid van het geweld dat Duitsland zal gebruiken. Daardoor verbreekt zij de Frans-Britse solidariteit die tot stand is gekomen en daarmee ontneemt ze een Franse hulp ook elke doeltreffendheid. Tsjecho-Slowakije moet zelf de conclusies begrijpen die Frankrijk gerechtigd is te trekken als de Tsjechische regering niet onmiddellijk het Frans-Britse voorstel aanvaardt.»50
    Dezelfde dag, 21 september 1938, om 17 uur stuurt de Tsjechische regering haar antwoord:
    «Gedwongen door de omstandigheden en onder extreme druk vanwege de Franse en Britse regeringen, aanvaardt de Tsjechische regering met bitterheid de Anglo-Franse voorstellen in de veronderstelling dat de beide regeringen alles zullen doen om de vitale belangen van de TsjechoSlowaakse republiek te bewaren.»51
    September 1938: de Sovjet-Unie staat machteloos     |Top

    Een belangrijke, misschien wel beslissende factor bij de beslissing tot capitulatie van de Tsjechische regering, is de vraag in hoeverre men beroep wil doen op de Sovjetunie. Op 20 september stuurt de Sovjetregering een telegram met haar standpunt naar de Tsjechische ambassade in Moskou:

        «1. Op de vraag van Benes: zal de USSR, conform het verdrag, een onmiddellijke en daadwerkelijke steun verlenen aan Tsjecho-Slowakije als Frankrijk trouw blijft en ook hulp verleent? -- kunt U in naam van de regering van de USSR een bevestigend antwoord geven.
        «2. U kunt eveneens een bevestigend antwoord geven op deze andere vraag van Benes: zal de USSR Tsjecho-Slowakije helpen als lid van de Volkenbond op basis van de artikels 16 en 17 als Benes de Raad van de Volkenbond vraagt deze artikels toe te passen bij een Duitse agressie.
        «3. Zeg aan Benes dat wij tezelfdertijd de inhoud van ons antwoord op beide vragen aan de Franse regering zullen kenbaar maken.»52
    Uit documenten die na de oorlog werden ontdekt is gebleken dat de Franse minister Bonnet simpelweg verschillende stukken heeft vervalst of doen verdwijnen.53 De ervaringen in mei hebben de Sovjets al getoond dat Bonnet tot dergelijk verzwijgen in staat is, daarom herhaalt Litvinov op 21 september voor de openbare tribune van de Volkenbond nog maar eens het engagement van zijn land. Hij voegt er nog concreet aan toe:
    «Onze militaire afdeling is klaar om onmiddellijk samen te komen met militaire vertegenwoordigers van Frankrijk en Tsjecho-Slowakije om de maatregelen te onderzoeken die zich momenteel opdringen.»54
    Op 19 september schrijft de Franse militaire attaché vanuit Boekarest over de grote hoeveelheden Sovjetvliegtuigen die het Roemeense grondgebied overvliegen.
    «Men heeft ze zien voorbijkomen vanuit Piatra Neamtz en Boekovina. In het begin dacht men dat het ging om een lot vliegtuigen dat in Rusland is aangekocht(..) maar de vluchten bleven duren. Iedereen is ervan overtuigd, ondanks de officiële ontkenningen, dat het gaat om oorlogsvliegtuigen die ter beschikking gesteld worden van Tsjecho-Slowakije tegen een Duitse invasie.(..)
        «Men rekent dat honderden, minstens driehonderd, Russische vliegtuigen, reeds in Tsjecho-Slowakije zijn toegekomen. Iedereen vindt deze maatregel bijna normaal en de Roemeense regering sluit de ogen.»55
    De brutaliteit van de Britse en Franse leiders tegenover de Tsjechen is voor een groot deel mee te verklaren door het feit dat Tsjecho-Slowakije vrij goede betrekkingen heeft met de Sovjetunie. Vooral economisch maar ook politiek en militair. De Tsjechen verhinderen de hulp van de Sovjets te aanvaarden, en hen trachten los te weken uit de banden met de Sovjetunie, is het objectief van Bonnet en Daladier, uiteraard daarin gesteund door Chamberlain. De Franse ambassadeur in Moskou, Coulondre schrijft: «De politiek van Daladier bestond erin voor alles een nauwe band te smeden met Groot-Brittannië. Daarbij moest hij rekening houden met de Engelse vooroordelen tegen het bolsjewistische Rusland.»5657
     
     
    22 september 1938: de tweede ronde van het pokerspel ¬ Chamberlain bij Hitler [2]     |Top

    Zoals was afgesproken ontmoeten Chamberlain en Hitler elkaar opnieuw op 22 september in Godesberg aan de Rijn. Fier en gelukkig zet Chamberlain uiteen hoeveel moeite hij gedaan heeft om Fransen en Tsjechen te overtuigen, maar dat zij akkoord gaan Hitlers eisen te aanvaarden.

    -- «Begrijp ik goed dat de Britse, Franse en Tsjechische regeringen akkoord gaan om Sudetenland af te staan aan Duitsland?» vraagt Hitler.
    -- «Jawel!» antwoordt Chamberalin glimlachend.
    -- «Es tut mir furchtbar leid, aber das geht nicht mehr!» 58 is de tegenzet van Hitler. Als hij zo gemakkelijk Sudetenland kan krijgen, waarom dan niet verder gaan?
    Hitler eist een overgave van Tsjecho-Slowakije alsof hij er een militaire overwinning heeft behaald. Hij wil de onmiddellijke inlijving van alle gebieden waar meer dan 50 % Sudetenduitsers wonen, ten laatste op 26 september. Wanneer men een referendum wil houden in de betwiste gebieden dan moeten de 580.000 Sudetenduitsers die sedert 1918 naar Duitsland zijn uitgeweken, ook kunnen meestemmen. Meteen wil hij zijn vrienden laten delen: het gebied van Cieszyn moet naar Polen en de gebieden met een Hongaarse meerderheid in het Zuiden van Slowakije moeten naar Hongarije.
        Chamberlain krijgt even een schok: hoe moet hij dat aan de man brengen? Hij vraagt bedenktijd, en krijgt die ook.
        Hitler zet zijn eisen netjes op papier, met een kaart erbij hoe het allemaal moet verlopen.
        Chamberlain zegt dat hij zijn best zal doen om als «bemiddelaar» de nieuwe eisen te doen aanvaarden.

    De avond van 23 september, terwijl Chamberlain en Hitler nog volop in discussie zijn, kondigt Benes de algemene mobilisatie af in Tsjecho-Slowakije.
        Hitler is razend: «De zaak is nu blijkbaar geregeld. De Tsjechen zijn helemaal niet van plan om ook maar een stukje grond af te staan aan Duitsland.»
        Chamberlain vraagt of dit Hitlers laatste woord is?
        Als die «Ja!» zegt, besluit Chamberlain te vertrekken.
        Hitler merkt dat hij iets te ver is gegaan en doet een «toegeving»: hij verschuift de uitvoeringsdatum van het ultimatum van 26 september naar... 1 oktober, de datum die hij met zijn generaals had vastgelegd voor de inval in Tsjecho-Slowakije.
        Chamberlain «is zeer erkentelijk voor deze geste» en belooft dat hij Hitlers eisen zal voorleggen in Praag en een snel antwoord zal vragen.

    Het scenario verloopt dit keer minder vlot. Chamberlain slaagt er niet in een meerderheid in zijn regering te krijgen om de nieuwe Duitse eisen te aanvaarden.
        De Franse regering weigert ook en kondigt zelfs een gedeeltelijke mobilisatie af.
        Diezelfde dag, 24 september 1938, verwerpt ook de Tsjechische regering resoluut het Duitse ultimatum.
        Hitler giet nog wat olie op het vuur: op 27 september verscherpt hij zijn ultimatum. Duitsland zal op 28 september, om 14 uur de algemene mobilisatie afkondigen als er tegen dan geen positief antwoord komt op de eisen.
        In Londen begint men alvast schuilkelders te graven in de parken; schoolkinderen worden geëvacueerd; de Britse vloot wordt gemobiliseerd.
        Intussen staan Sovjettroepen klaar aan de grenzen van Polen en Roemenië.

    Op 27 september laat Hitler 's morgens vroeg de Duitse troepen paraderen in de straten van Berlijn. Toen dit in 1914 ook gebeurde bij de aankondiging van de oorlog, ontstond een algemene oorlogshysterie onder het Duitse volk. Hitler rekent op een herhaling maar het wordt een grote flop. De Berlijners keren zich af van de troepen. Er blijft een ijzige stilte hangen. Op de Reichskanzlerplatz waar Hitler vanop het balcon de troepen schouwt staan nauwelijks 200 mensen. 59
        In Duitse stations ontstaan protestmanifestaties bij het vertrek van reservisten. Jongeren werpen zich zelfs op de sporen om het vertrek van de oorlogstreinen te verhinderen.

    Chamberlain geeft het niet op. Op 27 september vraagt hij aan Hitler een nieuwe samenkomst. Hij stelt zich garant dat de Tsjechen wel zullen uitvoeren wat er overeengekomen wordt maar vraagt dat er een bijeenkomst zou zijn van Tsjechen, Duitsers, Britten en eventueel ook Fransen en Italianen.
        Diezelfde dag krijgt Benes een dreigbrief van Chamberlain:

    «Als de Tsjechische regering op 28 september om 14 uur de eisen van Hitler niet aanvaardt, dan zullen Duitse troepen de Tsjechische grens oversteken. Bohemen zal onder de voet gelopen worden en de tussenkomst van een of enkele andere mogendheden zou uw land dergelijk lot niet kunnen besparen, zelfs al zou daar een wereldoorlog voor gevoerd worden.»60
    Benes heeft nauwelijks tijd om te antwoorden of er komt een nieuw telegram van Chamberlain.
    «Zelfs als er een conflict uitbreekt dat onnoemlijk veel mensenlevens zou kosten, dan nog zullen de Tsjechische grenzen niet kunnen hersteld worden, wat ook het resultaat van dit conflict zou zijn.»61
    Van deze chantagetelegrammen naar Praag stuurt Chamberlain trouwens telkens plichtsgetrouw een afschrift naar Berlijn.62
        Diezelfde avond van 27 september houdt Chamberlain een radiotoespraak.
    «Is het niet verschrikkelijk, fantastisch, ongehoord dat wij bezig zijn schuilkelders te graven en te oefenen met gasmaskers omwille van een ruzie die is ontstaan in een verafgelegen land, onder mensen die we niet eens kennen! En het lijkt nog absurder dat een ruzie die in principe al is geregeld, voorwerp zou worden van een oorlog.» 63
    Naarmate de crisis vordert, vallen zelfs de tactische maskers af van de gentleman. Tegen Jan Masaryk, de Tsjechische ambassadeur, zal Chamberlain twee dagen later antwoorden: «Er zijn mensen die Benes vertrouwen -- ik van mijn kant vertrouw Hitler.» 64

    Hoewel helemaal buiten de besprekingen en ontwikkelingen gehouden, bereidt de Sovjetunie zich voor op een militaire tussenkomst om Tsjecho-Slowakije te steunen. 65
        De Franse ambassadeur in Praag, Léon Noël rapporteert op 28 september over een onderhoud met president Benes:

    «President Benes oordeelt dat het Sovjetleger veel sterker is dan wat men er in Frankrijk over denkt, maar op de vraag: «Wat zou het doen? Wat is het bereid te doen voor u?», antwoordt hij loyaal: «Ik weet er niets van.» Benes weigert trouwens Moskou om informatie te vragen daarover. «Mijn politiek is een westerse politiek, zegt hij, ik wil slechts samenwerken met de USSR in de mate dat Frankrijk hetzelfde doet.» Overigens vreest hij dat door Moskou dergelijke vragen te stellen, hij Polen en Roemenië zou ontstemmen.» 66
    De clausule die de Tsjechische regering heeft toegevoegd aan het Sovjet-Tsjechische bijstandspact (16 mei 1935), waarbij de Sovjets uitsluitend hulp mogen verlenen als de Fransen dat ook al doen, blijkt nu een soort zelfmoordclausule te zijn.
     
     
    29 > 30 september 1939:  De conferentie van München     |Top

    Op 28 september 1938 om 14 uur loopt het ultimatum van Hitler af. In de voormiddag is het zeer druk bij Hitler. Franse, Britse en Italiaanse gezanten staan er aan te schuiven. De Franse ambassadeur François-Poncet is de eerste. Hij heeft een voorstel bij van minister Bonnet dat nog verdere toegevingen bevat dan wat Chamberlain aan het afdwingen is in Praag. De Franse regering wil de Britten overtroeven tegenover Hitler. «Waarom wilt u het grote risico van een oorlog lopen als u voldoening kunt krijgen op de belangrijkste van uw eisen zonder oorlog?.»67
        Op het ogenblik dat François-Poncet de kaart openplooit om aan te duiden tot hoever de Franse regering wil toegeven, komt een bode binnen met een bericht van Mussolini. Die is gecontacteerd door Chamberlain en vraagt nu het ultimatum te verdagen en zijn bemiddeling te willen aanvaarden.
    Het is twaalf uur. Hitler voert de spanning wat op en enkele minuten voor twee uur kondigt hij plots aan dat de mobilisatie vierentwintig uur is uitgesteld. Hij gaat akkoord met het Brits-Italiaanse voorstel om 's anderendaags om twaalf uur in München bijeen te komen met Mussolini, Chamberlain en Daladier. Er is geen sprake van de Tsjechen of de Sovjets erbij te betrekken.
        Na de Franse is de Britse ambassadeur Henderson aan de beurt. Hij komt vooral melden dat de Tsjechische regering 's voormiddags uiteindelijk heeft toegegeven onder de Britse druk.

    Halifax brengt in Londen Jan Masaryk op de hoogte van de beslissing van de conferentie.

    -- «Masaryk: het is een conferentie die het lot van mijn land zal bespreken, zijn wij dan niet uitgenodigd?
    -- «Halifax: het is een conferentie van de grote mogendheden.
    -- «Masaryk: Dan wordt de Sovjetunie dus uitgenodigd. Rusland is door een pact met mijn land gebonden.
    -- «Halifax: We hebben geen tijd gehad om de Russen uit te nodigen.» 68
    Uiteindelijk mag Jan Masaryk toch mee naar München, maar moet in een afzonderlijke kamer blijven wachten.

    Op 29 september 1938 om 12 uur 45 begint de conferentie. Om 1 uur 's nachts op 30 september wordt het akkoord ondertekend. Hitler krijgt over de hele lijn voldoening: zijn eisen van Godesberg worden allemaal ingewilligd. Hij doet een geste: in de plaats dat heel Sudetenland op 1 oktober moet ontruimd zijn door de Tsjechen, gaat hij akkoord in drie fases te werken tot 10 oktober.
        Uit het verslag dat de Duitsers maakten van de conferentie:

    «Daladier antwoordt dat de Fransen in geen enkel geval vertragingsmaneuvers van de Tsjechische regering zullen toelaten; die heeft haar woord gegeven en moet zich eraan houden. Er kan geen sprake van zijn de evacuatie van de streek uit te stellen tot er nieuwe versterkingen zijn gebouwd. Hij vraagt over dit punt zelfs niet te discussiëren.» 69
    Frankrijk en Groot-Brittannië stellen zich garant voor de nieuwe grenzen van Tsjecho-Slowakije.

    De Britse diplomaat Wilson mag de Tsjechen inlichten over de resultaten.

    -- «Wilson: alles is bijna beslist. U zal tevreden zijn te vernemen dat wij een akkoord hebben bereikt over bijna alles.
    -- «Masaryk: Wat is ons lot?
    -- «Wilson: minder slecht dan wat het had kunnen zijn. Herr Hitler heeft een aantal toegevingen gedaan.»
    Hij toont de kaart van Tsjecho-Slowakije waarop met rode inkt het gebied is aangeduid dat moet afgestaan worden.
    -- «Masaryk: Dat is monsterachtig! Het is genadeloos en crimineel beestachtig! U geeft niet alleen ons land weg maar geeft ook onze verdedigingslinies op. Kijk, dit is onze linie - en hier - en hier - en hier! Dat wordt allemaal aan de nazi's gegeven!
    -- «Wilson: Het is nutteloos erover te discussiëren. Het spijt mij. Ik heb geen tijd om te luisteren. Ik moet weer terug naar mijn baas.» 70
    Op 30 september, als de conferentie gedaan is, heeft Chamberlain een gesprek met Hitler. De Fransen mogen er niet bij. Chamberlain zet aan Hitler zijn programma voor de buitenlandse politiek uiteen.
    «De Britse premier geeft eerst zijn standpunt over Tsjecho-Slowakije en spreekt de hoop uit dat de Tsjechische regering toch zo gek niet zal zijn de genomen beslissing te verwerpen.»
        Dan komt hij op het hoofdstuk van de USSR. «Hij merkt op dat Hitler nu geen schrik meer moet hebben dat Tsjecho-Slowakije als basis zal kunnen dienen voor een Russische agressie. Hij moet ook geen vrees meer hebben dat Groot-Brittannië in Zuidoost-Europa een politiek zal voeren om Duitsland militair en economisch te omsingelen.» 71
    Chamberlain en Hitler tekenen volgende verklaring72 We geven de integrale tekst.
    «Tot besluit van hun onderhoud hebben de Führer en rijkskanselier en de Britse premier volgende gemeenschappelijke verklaring bekend gemaakt:
        «Wij hebben vandaag een nieuwe samenkomst gehad en wij gaan akkoord te erkennen dat het vraagstuk van de Brits-Duitse betrekkingen van het grootste belang is voor onze beide landen en voor Europa.
        «Wij beschouwen het akkoord dat vorige nacht werd ondertekend en het Brits-Duitse vlootakkoord als symbolen van het verlangen van onze twee volkeren om nooit opnieuw tegen mekaar in oorlog te treden.
        «Wij zijn vastbesloten de methode van de raadplegingen te gebruiken om alle andere vraagstukken te regelen die onze beide landen zouden kunnen interesseren. Wij hebben besloten onze inspanningen verder te zetten om de mogelijke bronnen van meningsverschillen te doen verdwijnen en om op die manier bij te dragen tot het verzekeren van de vrede in Europa.»73
    Dit is het akkoord waarmee Chamberlain zal zwaaien als hij in Londen uit het vliegtuig stapt met de woorden: «De vrede voor de toekomst is verzekerd!»
     
     
    Anti-Sovjetcampagne     |Top
    «Tijdens het proces van Nürnberg vraagt de Tsjechische maarschalk Eger aan de Duitse generaal Keitel:
        -- «Zou het Reich Tsjecho-Slowakije aangevallen hebben in het geval de westerse mogendheden Praag hadden gesteund?
        -- «Maarschalk Keitel antwoordt: Zeker niet. Militair waren wij nog niet sterk genoeg. Het doel van München was Rusland uit Europa verwijderen, tijd winnen en onze bewapening vervolledigen.» 74
    Schaamteloosheid is de omschrijving voor wat zich na München vooral in Groot-Brittannië afspeelt. De Britse bourgeoisie plaatst zich in de propaganda op dezelfde golflengte als de nazi's.
        Op 11 oktober 1938 houdt minister Winterton een toespraak. Hij legt uit hoe de toegevingen van de Britten en de Fransen aan Hitler «onvermijdelijk waren door de militaire zwakte van de Sovjetunie; door haar onvermogen en weigering, omwille van die zwakte, haar verplichtingen na te komen die voortvloeiden uit het bijstandspact met Tsjecho-Slowakije.»75
        Als de Sovjetambassadeur Ivan Maïski krachtig protesteert en onmiddellijk een eigen verklaring laat afdrukken in de kranten -- wat zeer ongebruikelijk is -- antwoordt Winterton op 12 oktober door dezelfde leugens gewoon te herhalen.
        De Sovjetunie lijkt uitgeschakeld in (West-)Europa. In München is een anti-Sovjetbondgenootschap bezegeld tussen Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Italië. De weg ligt open om ongeremd een anti-Sovjetcampagne op te zetten. Dit gebeurt niet alleen in Groot-Brittannië. In alle landen staan de communisten overigens helemaal alleen om het akkoord van München als verraad te brandmerken. Een «Koude Oorlog» avant-la-lettre wordt ontketend. De Sovjetunie en de Komintern zijn de oorlogstokers want ze ondermijnen de «vrede die in München is gerealiseerd.»
        Op 4 oktober wordt in het Franse parlement het akkoord van München met 331 stemmen goedgekeurd. Er zijn 78 tegenstemmen waarvan 76 van de communisten. Jacques Fauvet, die van geen sprankeltje communistische sympathie kan verdacht worden, schrijft in zijn Histoire du Parti Communiste Français:
    «De premier, Edouard Daladier, bereidt zijn groot offensief voor. Na twaalf jaar wordt de fameuze kreet van Albert Sarraut hernomen: «Het communisme, dat is de vijand!»(..)
        «Na München groeit een campagne om de communistische partij te ontbinden. Op 30 november belooft Daladier aan zichzelf «diegenen die het land naar de ruïne trachten te leiden, eens tot rede te brengen.» 76
    Poolse en Hongaarse aasgieren     |Top

    De Poolse ambassadeur in Berlijn, Lipski schrijft aan zijn minister Beck op 11 augustus 1938:

    «Tijdens een receptie gisteren heb ik Göring gesproken. Hij zei dat hij me eens wilde spreken over de mogelijkheden van grotere Pools-Duitse toenadering. Het Russische probleem zou actueel worden nadat de Tsjechische kwestie zou geregeld zijn. Volgens hem kan Polen bepaalde belangen hebben in Rusland, Oekraïne bijvoorbeeld.(..) Ik vertelde hem dat de conferentie van Versailles belet heeft dat Polen een gemeenschappelijke grens heeft met Hongarije, wat in tegenstelling is met de Pools-Hongaarse belangen. Göring antwoordde dat hij de noodzaak van een gemeenschappellijke Pools-Hongaarse grens begrijpt.(..) Ik had ook een kort onderhoud met de Hongaarse ambassadeur. Ik legde hem mijn vrees uit dat de Poolse en Hongaarse belangen in Tsjecho-Slowakije zouden verwaarloosd worden tijdens de regeling van de Sudetenkwestie. De Hongaarse ambassadeur deelde mijn vrees.» 77
    Op 20 september 1938 stuurt Lipski een nieuw rapport over het onderhoud dat hij diezelfde dag had met Hitler.
    «Hitler zei dat hij nadacht over de manier waarop de problemen in Tsjecho-Slowakije die Polen en Hongarije interesseren moesten geregeld worden. Ik heb hem uitgelegd dat het vooreerst om de streek van Cieszyn gaat: een beperkt gebied van Cieszyn-Frysztat en het verlengde ervan langs de spoorlijn tot Bohumin-Oderberg. Dan heb ik hem gewezen op het belang van de kwestie Roetenië voor Hongarije. Als er een gemeenschappelijke grens zou gecreëerd worden tussen Polen en Hongarije door Roetenië zouden wij een veel sterkere barrière hebben tegen Rusland. Ik heb hem verteld hoe Roetenië slechts aan Slowakije is toegewezen als mandaatgebied, dat de bevolking er zeer gering van dichtheid en sterk gemengd is en dat het Hongarije is die er de grootste belangen heeft.(..)
        «Ik heb gezegd dat wij niet zullen aarzelen geweld te gebruiken als onze belangen [in Tsjecho-Slowakije] niet gediend worden.(..)
        «De kanselier verzekerde mij, helemaal vertrouwelijk, dat het Reich partij zou kiezen voor ons als er een conflict zou uitbreken tussen Polen en Tsjecho-Slowakije omwille van onze belangen in Cieszyn. De kanselier onderstreepte met aandrang dat Polen een factor van eerste orde is die Europa tegen Rusland moet verdedigen.(..)
        «Uit de lange uiteenzettingen die de kanselier nog hield valt te besluiten: (..) dat de idee is gegroeid om het probleem van de joden op te lossen door een emigratie naar de kolonies, na akkoord met Polen en Hongarije en misschien ook Roemenië. Ik heb hem daarop geantwoord dat, indien dit probleem een oplossing vindt, wij voor hem een mooi monument zullen oprichten in Warschau.» 78
    Op 21 september schrijft de Franse generaal Musse in een rapport over een gesprek met de Poolse generaal Stachiewicz, chef van de generale staf.
    «Stachiewicz wond zich verschrikkelijk op: «Deze situatie is absurd, ze kan leiden tot een absurde oorlog; veronderstel dat op vraag van de Tsjechen de Sovjets over ons grondgebied willen trekken... dan zullen wij verplicht zijn oorlog te voeren met hen, wij zullen absoluut niet anders kunnen! En dan, wat een situatie krijgen we dan!» De generaal zocht vruchteloos naar woorden om de verschrikking van de situatie te beschrijven als Polen in hetzelfde kamp zou staan als Duitsland: «Als ik eraan denk is het om zot te worden, om helemaal zot te worden» herhaalde hij. De eerlijkheid van de generaal was duidelijk. Ze drukt trouwens het algemene gevoel van de natie uit en nog meer van het leger die in de Duitsers uitsluitend vijanden kan zien maar die er geen ogenblik aan kunnen denken Sovjettroepen op hun grondgebied te laten binnendringen.» 79
    Die generaal zal er misschien enkele slapeloze nachten aan overgehouden hebben, de Poolse politieke machthebbers en hun «bondgenoten» in Parijs en Londen, hebben de keuze al gemaakt.

    Op 21 september stuurt Polen een ultimatum naar de Tsjechische regering in verband met Cieszyn: er moet een referendum gehouden worden in het gebied. Het Pools-Tsjechische verdrag van 1925 over de nationale minderheden wordt eenzijdig opgezegd. Poolse troepen worden aan de Tsjechische grens samengetrokken.
        Op 23 september verwittigt de Sovjetregering de Polen dat het binnenrukken van Poolse troepen in Tsjecho-Slowakije zal aanzien worden als een agressie en dat het niet-aanvalspact met Polen zal worden verbroken. Op 25 september verklaart de Poolse ambassadeur in Parijs, Lukasiewicz aan zijn Amerikaanse ambtsgenoot:

    «dat er een godsdienstoorlog begint tussen het fascisme en het bolsjewisme; als de Sovjetunie Tsjecho-Slowakije ter hulp zou komen dat Polen dan aan de zijde van Duitsland tegen de USSR in oorlog gaat. De Poolse regering is ervan overtuigd dat de Russische troepen in drie maanden helemaal zullen vernietigd zijn en dat er van Rusland niet meer zal overblijven dan een schijnstaat.»80
    Het akkoord van München is het startsein voor de Polen. Op 30 september presenteren ze opnieuw een ultimatum aan Tsjecho-Slowakije: Cieszyn moet onmiddellijk afgestaan worden -- tegen 1 oktober 's middags. Op 2 oktober marcheren de Poolse troepen het gebied binnen: 1.700 km2 en 230.000 inwoners (van wie 133.000 Tsjechen) veranderen ook daar van nationaliteit, maar vooral van regime. 81
     
     
    «Onafhankelijkheid» van Slowakije en Roetenië     |Top

    Hongarije volgt het voorbeeld. Na een «bemiddeling» van Italië en Duitsland wordt op 2 november een gebied van 19.500 km2 en een miljoen inwoners (van wie 272.000 Slowaken) door Hongarije ingelijfd. Ook daar is het niet alleen de nationale vlag die verandert. Het regime van Horthy in Hongarije is een militaire dictatuur met grote macht voor fascistische terreurgroepen.
        Te noteren is dat de inlijving van deze gebieden ook is vastgelegd in de akkoorden van München. Daarmee is de uitverkoop van Tsjecho-Slowakije nog niet gedaan. Op 7 oktober begint de gedwongen demobilisatie van het Tsjechische leger. In Slowakije profiteert de ultra-reactionaire monseigneur Tiso ervan om een eigen regering te vormen en zich onafhankelijk te verklaren.
        Op 11 oktober gebeurt hetzelfde met Roetenië en op 26 oktober komt daar een gelijkaardige monseigneur aan de macht: Volosin. Natuurlijk kan dit alleen omdat intussen de Duitse troepen de rest van Bohemen volledig omsingelen.
     
     
    Welke buit is er binnen gehaald?     |Top

    Op 20 november 1938 wordt door de Duitsers de definitieve inventaris opgemaakt van hun buit in Tsjecho-Slowakije.

  • Het Reich heeft 28.600 km2 gewonnen
  • waar 2.800.000 Sudetenduitsers wonen
  • en 800.000 Tsjechen.
  • In dit gebied bevinden zich de beste verdedigingslinies -- op de Franse Maginotlinie na misschien -- van Europa.
  • Het hele communicatienet van het overblijvende Bohemen-Moravië is ontwricht: wegen, spoorwegen, telefoon.
  • De officiële Duitse cijfers geven zelf aan wat werd buitgemaakt: Tsjecho-Slowakije dat een geavanceerd industrieland was, is industrieel en militair ontmanteld.
    In zes maand tijd hebben de nationaal-socialisten, zonder een schot te hoeven lossen, het Derde Rijk uitgebreid met 10 miljoen mensen en met belangrijke strategische gebieden die de weg openleggen naar het Oosten en het Zuidoosten van Europa.
     
     
    De voltooiing van München     |Top

    In Slowakije en Roetenië stoken en provoceren de autonome regeringen steeds meer in de richting van volledige afscheiding van Tsjecho-Slowakije. Op 6 maart 1939 ontbindt de Tsjechische president Hacha de Slowaakse regering en kondigt er de krijgswet af. Monseigneur Tiso wordt gearresteerd en Karol Sidor wordt nieuwe premier van Slowakije benoemd. Als die op 12 maart zijn eerste regeringsraad houdt in Bratislava komen daar plots vijf Duitse generaals en Seyss-Inquart binnen. Die geven het bevel onmiddellijk de onafhankelijkheid van Slowakije uit te roepen. Door de plotse tussenkomst van Mgr. Tiso die uit zijn klooster is ontsnapt en eerst nog eens bij Hitler op visite gaat, duurt het nog even. Maar op 14 maart wordt officieel de onafhankelijke staat Slowakije uitgeroepen.
        Een gelijkaardig scenario speelt zich af in Roetenië dat plots ook een onafhankelijke staat is. Vanop afstand, in de tijd en de ruimte, lijkt het allemaal nogal op een libretto van een operette. Voor miljoenen Slowaken, Oekraïners en joden staan echter het eigen leven en het lot van hun volk op het spel.

    President Hacha die Benes is opgevolgd als die op 5 oktober 1938 zijn ontslag aanbiedt en naar Parijs vertrekt, is zeer nazi- en plichtsgetrouw. Toch wil hij zijn land onder een of andere vorm als een onafhankelijke eenheid behouden. Hij vraagt een onderhoud met Hitler en krijgt dat ook. Op 14 maart, om elf uur 's avonds arriveert hij in Berlijn en wordt er met de statie van een staatshoofd opgewacht. Het is een van de meest cynische episodes en staaltjes van «geweldloze» terreurdiplomatie uit de nazigeschiedenis.
        Eenmaal binnen bij Hitler, Göring en von Ribbentrop begint een waar Gestaposcenario. Hacha wordt verplicht ter plaatse de Anschluss van Bohemen-Moravië (wat er dus nog overblijft van Tsjecho-Slowakije) te ondertekenen en te telefoneren naar Praag dat er geen weerstand mag geboden worden tegen de Duitse troepen die intussen klaar staan aan de grenzen. Om vijf minuten voor vier in de nacht begeeft Hacha, na in zwijm te zijn gevallen en door een klaarstaande dokter met een spuitje te zijn opgepept.
        Om zes uur 's morgens, 15 maart 1939, trekken de Duitse troepen Bohemen en Moravië binnen. Zonder enige weerstand bezetten ze Praag waar Hitler diezelfde dag nog zijn intrede doet. 's Anderendaags roept hij Bohemen en Moravië uit tot protectoraat van het Reich. Meteen proclameert hij ook dat het Reich Slowakije «onder zijn bescherming» neemt; op 22 maart wordt het een protectoraat. Tesamen met de Duitse zijn de Hongaarse troepen intussen Roetenië binnengevallen. Op 22 maart wordt Roetenië officieel door Hongarije ingelijfd.

    Noch uit Groot-Brittannië, noch uit Frankrijk, de twee mogendheden die zich in München garant hebben gesteld voor de onafhankelijkheid en de onschendbaarheid van de grenzen van Tsjecho-Slowakije, komt reactie.
        Het hoofdpunt op de Britse regeringsraad van 15 maart is, hoe de Britten hun gezicht kunnen redden. Chamberlain is het meest vindingrijk:

    «Het fundamentele feit is, dat de staat wiens grenzen wij gegarandeerd hebben, momenteel helemaal uiteen is gevallen. Het is mogelijk dat de verbrokkeling van Tsjecho-Slowakije voor een groot deel veroorzaakt is door Duitsland.»82
    De regering beslist «als concreet teken van afkeuring» de geplande reis naar Berlijn van Oliver Stanley, de minister van Handel, wat uit te stellen maar niet af te gelasten.83
        In mei worden Britse consul-generaals naar Praag en Bratislava (Slowakije) gestuurd waarmee de annexaties in de feiten erkend worden.84
     
     
    20 maart 1939: Bezetting van Klaipèda (Memel)     |Top

    Op 20 maart 1939 stelt von Ribbentrop een ultimatum aan de Litouwse minister van Buitenlandse Zaken. Klaipèda moet onmiddellijk aan Duitsland worden teruggegeven. Er moet de volgende dag een antwoord komen.
        We krijgen opnieuw het intussen bekende scenario. De Litouwse delegatie weigert eerst, maar wordt zo onder druk gezet dat ze toegeeft op 23 maart, om 1 uur 30 's nachts.
        Om 14 uur 30 doet Hitler opnieuw een triomfantelijke intrede -- dit keer is hij per schip gekomen en zeeziek geworden trouwens. In het Westen krijgen we ook het bekende scenario. De Litouwse gezant in Londen, Balutis meldt op 13 december 1938 al: «Buiten wat diplomatieke steun is er van de Engelsen niets te verwachten.»85
        Op 28 februari 1939 meldt een chef van de Wilhelmstrasse: «De laatste weken tonen de mogendheden die de conventie van Memel (Klaipèda) ondertekend hebben geen enkele interesse voor de kwestie Memel.»86

    Naast de hereniging van de 40.000 vooral Duitse inwoners van het gebied met het Reich, is Klaipèda een vooruitgeschoven post voor de verovering van het oude Teutoonse gebied: de Baltische staten. De Litouwse gezant in Brussel vat de situatie als volgt samen:

    «Niemand gelooft dat Duitsland zal halt houden aan de grenzen van Klaipèda. Bij de eerste gelegenheid zal het verder oprukken. Men gaat ervan uit dat het lot van Litouwen omzeggens is bezegeld en dat is het gezichtspunt van waaruit men hier naar Litouwen begint te kijken.»87
    10 > 11 november 1938: Novemberpogrom («Kristallnacht»)     |Top

    Op 7 november 1938 schiet de 17-jarige Duits-Poolse jood Herschel Grynszpan in Parijs de Duitse diplomaat Ernst von Rath neer. De jongen had net vernomen dat zijn ouders door de nazi's waren opgepakt, over de Poolse grens gezet en daar in een kamp zitten. Twee dagen later sterft von Rath aan zijn vijf kogelwonden.
        Een gedroomde kans voor de nazi's. Ze zitten al lang te wachten op een aanleiding om de joden nog harder aan te pakken. Na de machtsovername door Hitler zijn er van de 650.000 joden in het Reich nog maar een 150.000 uitgeweken. Het gaat veel te traag.88
        De nazi's schatten het totale joodse vermogen op 7 miljard Rijksmark; daarvan heeft men slechts 2 miljard kunnen «ariseren» en de Duitse staatskas heeft dringend die andere miljarden nodig.
        Intussen begint het buitenland bezwaren te maken tegen de immigratie van Duitse joden. In Evian wordt daarover in juli 1938 een internationale conferentie gehouden; de besluiten ervan worden door de New York Times samengevat onder de kop: «Grootmachten slaan deuren dicht voor Duitse joden.»89

    De avond van 9 november geeft Göbbels instructies aan alle NSDAP-afdelingen «spontane protestacties» te ontketenen tegen de joden in Duitsland.
        Reinhard Heydrich, de chef van de S.D. (Sicherheidsdienst) en de Gestapo, organiseert de actie met de gekende grondigheid en wreedheid.
        In de nacht van 10 op 11 november wordt de grootste pogrom uit de Duitse geschiedenis uitgevoerd.
        Heydrich rapporteert aan Göring:

    «Er werden 815 winkels vernield, 171 woningen in brand gestoken of vernield. Dit is slechts een fractie want de volledige resultaten zijn nog niet gekend. 119 synagoges werden in brand gestoken en 76 andere volledig vernield. 20.000 joden werden gearresteerd. Men signaleert 36 doden en 36 zwaargewonden. De doden en gewonden zijn allen joden.»90
    De definitieve cijfers zijn:
  • 7.500 joodse winkels geplunderd;
  • 26.000 joden aangehouden van wie de rijksten worden vrijgelaten nadat ze hun emigratiepapieren hebben ondertekend en hun vermogen afgestaan;
  • tienduizenden huizen zijn vernield of geplunderd;
  • alle synagogen zijn afgebrand, vernield, of worden in de komende maanden helemaal afgebroken.
  • De nazi's vinden het mooie woord «Kristallnacht» uit, wijzend op de enorme massa's ruiten die werden gebroken.
        De Duitse joden worden collectief gestraft met een boete van een miljard mark. Ze moeten alle schade onmiddellijk en op eigen kosten laten herstellen. De verzekeringsuitkeringen worden uitbetaald maar worden direct in beslag genomen door de staat. Tienduizenden joden worden als dwangarbeiders tewerk gesteld.
        Alleen de Verenigde Staten laten een noemenswaardig protest horen. Zij roepen hun ambassadeur uit Berlijn terug. Chamberlain, die op 1 november in het Lagerhuis nog «alle kritiek op München een bevuiling van eigen nest» heeft genoemd, laat de storm van verontwaardiging in zijn land overtrekken.
     
     
    8 december 1938: Frans-Duits niet-aanvalspact     |Top

    De moord en het pogrom zijn voor de Franse regering geen reden om de Frans-Duitse toenaderingen zelfs maar even te onderbreken.
        Op 18 oktober 1938 wordt François-Poncet, de ambassadeur in Berlijn belast met de eerste contacten met Hitler. Op 22 november kondigt Bonnet aan dat een akkoord rond is en dat von Ribbentrop op 6 december op bezoek komt naar Parijs om een niet-aanvalspact te ondertekenen.
        William Shirer was getuige van het bezoek in Parijs.

    «De atmosfeer was ijzig. Op het traject dat de wagen van von Ribbentrop volgde was er niet één toeschouwer. Verschillende ministers, de voorzitters van de Kamer en de Senaat, belangrijke politieke en literaire figuren, weigerden aanwezig te zijn op de receptie die gegeven werd ter ere van de nazi.»91
    Bij velen is het enthousiasme voor de «vrede van München» al fel aan het bekoelen. De politiek van Bonnet en Daladier zal de meerderheid van het Franse volk steeds verder naar het defaitisme drijven.

    De tekst van de Frans-Duitse verklaring op 8 december in Parijs ondertekend door Georges Bonnet en Joachim von Ribbentrop:

        «1. De Franse en de Duitse regering gaan volledig akkoord dat de vreedzame relaties en het goed buurmanschap tussen Frankrijk en Duitsland een essentieel element vormen van de versteviging van de situatie in Europa en van het behoud van de algemene vrede. De twee regeringen zullen bijgevolg al het mogelijke doen om de betrekkingen tussen hun landen in deze richting te versterken.
        «2. De beide regeringen stellen vast dat er tussen hun beide landen geen territoriale vraagstukken blijven bestaan en zij erkennen plechtig dat de grens tussen hun landen zoals die momenteel is getrokken, definitief is.
        «3. De beide regeringen zijn vastbesloten, onder voorbehoud van hun bijzondere betrekkingen met derde mogendheden, in contact te blijven over alle kwesties die hun beide landen aangaan en elkaar wederzijds te raadplegen in het geval de verdere evolutie van deze kwesties zou kunnen leiden tot internationale problemen.»92
    Voetnoten     |Top
    1 . Aanvullende bron bij dit deel:
    La Tchécoslovaquie en marche vers le socialisme, Prague, 1949.
       Terug


    2 . Vanuit Washington kondigt Masaryk op 18 oktober 1917 de onafhankelijkheid af. Op 28 oktober bevestigt het «Tsjechische Nationale Comité» dit (vanuit Praag) en op 30 oktober ook de «Slowaakse Nationale Raad».
       Terug


    3 . Men spreekt van Sudeten-Duitsers naar het Sudetengebergte.
       Terug


    4 . De Nederlandse dichter en romancier A. den Doolaard is in 1936 als reisredacteur van het sociaal-democratische dagblad Het Volk op rondreis door de Tsjecho-Slowakije. Hij schrijft:
    «Wenzel Jaksch was de voorzitter van de staatsgetrouwe Sudetenduitse sociaal-democratische partij en hij had mij aan de hand van een massa feiten ingelicht over de krenkende manier waarop de Duitse minderheid, die in Sudetenland in aaneengesloten gebieden woonde, economisch benadeeld werd door Tsjechische chauvinisten die zich wilden wreken voor driehonderd jaar Habsburgse dwingelandij.(..)
        «Toen in de winter van 1932 op '33 de wereldcrisis ook in Tsjecho-Slowakije had toegeslagen waren er ongeveer 900.000 werklozen. Twee derden daarvan waren Duitsers. In Sudetenland heersten ondervoeding en zelfs honger, en Praag trok er zich niets van aan. Sinds Hitlers opkomst waren in Sudetenland de ergernis en opstandigheid aanzienlijk toegenomen.».
    NRC-Handelsblad, 20 oktober 1988.
       Terug


    5 . Vanaf 1935 ontvangt de SdP in het geheim 15.000 mark per maand van het Duitse ministerie van Buitenlandse Zaken.
       Terug


    6 . 30 september 1938.
       Terug


    7 . Twee topmannen van de Dresdner Bank.
       Terug


    8 . Poldihütte was wereldwijd bekend om zijn kwaliteitsstaal, ondermeer uitstekend geschikt voor de bepantsering van tanks. De BEB was een van de belangrijkste aandeelhouders ervan.
       Terug


    9 . Machinebouw en electrische generatoren.
       Terug


    10 . Skoda was toen de belangrijkste munitiefabriek in Europa; daarnaast produceerde het lokomotieven en machines.
       Terug


    11 . Pruduktie van kleinere wapens en springstof.
       Terug


    12 . Mijnbouw.
       Terug


    13 . IJzermijnen en hoogovens.
       Terug


    14 . OMGUS, op. cit., pp. 101-124.
       Terug


    15 . Westerse banken spelen mee met de Dresdner Bank om Tsjecho-Slowakije in te palmen. Vanaf 1933 neemt de Tsjechische regering maatregelen tegen de groeiende Anschluss van kapitalen en aandelen door het Duitse Finanzkapital. Om dit te omzeilen wordt gewerkt via Franse, Britse en Belgische collega's als S.A. de la dynamite française, Imperial Chemical Industries en Solvay. Aandelenpaketten van Skoda, Patschek en de Boheemse koolmijnen worden via de Praagse Zivno-Bank, de Banque de Paris et de l'Europe Centrale, de Banque de Bruxelles en de Union Bank of London, overgesluisd naar de Dresdner Bank. Op 30 september zelf, de dag van de ondertekening van het akkoord van München, wordt het grootste pakket aandelen van Tsjecho-Slowakije naar Duitsland overgeheveld.
    Bron: V. Alexandrov, op. cit., p. 206.
       Terug


    16 . W.L. Shirer, op. cit., p. 471.
       Terug


    17 . Ibidem, p. 474.
       Terug


    18 . Vermeldenswaard is zeker dat in mei 1938 het Belgische leger zijn maneuvers houdt... aan de Franse grens. Minister Spaak verklaart aan de Franse ambassadeur, Bargeton: «Als U bij ons binnentrekt om de Tsjechen te steunen, dan zal U het Belgische leger tegenover U vinden!».
    J. de Launay J., op. cit., p. 206.
       Terug


    19 . De Sovjetgevolmachtigde in Praag.
       Terug


    20 . Pravda, 30 september 1988.
       Terug


    21 . Opvallend is dat ook de Sudetenduitsers gedisciplineerd antwoorden op het mobilisatie-order (er zijn slechts 18 deserteurs) en dat het Tsjechische leger zonder verzet, integendeel, de forten en verdedigingsposten in Sudetenland kan innemen.
       Terug


    22 . Documents on British Foreign Policy, 3rd ser., V.I, pp. 331-332 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 158.
       Terug


    23 . Akten zur Deutschen auswärtigen Politik, Bd. VII, p. 545 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 159.
       Terug


    24 . W.L. Shirer, op. cit., T.1, p. 482.
       Terug


    25 . De «mobilisatie van de arbeiders» wordt stilaan een vertrouwd beeld. Aan de uitgang van bioscopen, op grote bouwwerven, bij bijeenkomsten van de werklozen, aan stations, klinkt plots een fluitsignaal, de omgeving is afgezet door politie en vrachtwagens en al wie nodig is wordt «aangeworven» om ergens te gaan werken. Zo vertelt de Franse ambassadeur te Berlijn hoe hij meemaakte «dat in Darmstadt op 12 augustus zeshonderd jongeren tijdens de voormiddag werden «aangeworven» en om 14 uur op transport gezet naar Saarbrücken.»
    Lettre n° 882, Berlin le 18 août 1938 -- gecit. door P. Le Goyet, op. cit., p. 45.
       Terug


    26 . De Franse generaal Vuillemin is in augustus 1938 op officieel bezoek in Duitsland. Hij rapporteert:
    «Ik heb mij nu persoonlijk kunnen overtuigen van de juistheid van de inlichtingen die door onze ambassade werden doorgegeven en die dikwijls als overdrijvingen werden bestempeld.(..)
        «Als men zegt dat het Derde Rijk vandaag twaalf keer zoveel vliegtuigen fabriceert als Frankrijk, dan is men niet ver van de waarheid. De Heinkel-fabrieken produceren per maand het materiaal dat nodig is voor een bombardementseskader, te weten 100 vliegtuigen.»
    Télégr. par courrier, Berlin le 18 août 1938 -- gecit. door P. Le Goyet, op. cit., p. 147
       Terug


    27 . N° 407, Moscou le 31 mai 1938 -- gecit. door P. Le Goyet, op. cit., p. 227.
       Terug


    28 . Archives secrètes de la Wilhelmstrasse, T.II, p. 349 -- gecit. door P. Le Goyet, op. cit., p. 231.
       Terug


    29 . Over hetzelfde onderhoud Litvinov -- von der Schulenburg, maakt de Franse zaakgelastigde te Moskou, Payart een nota.
    «Op de vraag van von der Schulenburg of Litvinov werkelijk gelooft dat de westerse mogendheden oorlog zullen maken voor de Sudeten, antwoordt Litvinov: «Het is niet uit liefde voor de Tsjechen dat ze zullen vechten, maar omwille van de macht, van de invloed en van het evenwicht der krachten. Wat de Sovjetunie betreft, zij was er niet bij als de TsjechoSlowaakse staat gecreëerd werd maar vandaag moet ze zich verzetten tegen elke uitbreiding van Hitler-Duitsland dat is bezield met een geest van agressie en altijd klaar staat om geweld te gebruiken. De USSR zou zonder twijfel een andere houding aangenomen hebben in de Sudetencrisis als de oude democratie van Weimar nog zou bestaan hebben. De Sovjetunie is inderdaad altijd voorstander geweest van het principe dat de volkeren het recht hebben zelf over hun lot te beslissen. De eis van de Sudeten om een nationaal-socialistische enclave te vormen binnen de Tsjechische staat gaat trouwens in tegen alle logica. Het zou hetzelfde zijn als proberen in één land de republiek en de monarchie samen te laten bestaan.»
    Lettre n° 249, «très confidentiel», Moscou le 5 septembre 1938 -- gecit. door P. Le Goyet, op. cit., p. 233.
       Terug


    30 . I. Maïski, op. cit., p. 93.
       Terug


    31 . Ambassadeur Naggiar is afwezig.
       Terug


    32 . Churchill geeft in zijn memoires een letterlijke weergave van deze nota. Op 3 september geeft Maïski de tekst aan Churchill die hem onmiddellijk aan Halifax bezorgt.
       Terug


    33 . Churchills memoires, op. cit., pp. 275-276.
       Terug


    34 . Ibidem, p. 276.
       Terug


    35 . I. Maïski, op. cit., p. 99.
       Terug


    36 . Archives secrètes de la Wilhelmstrasse, T.II, pp. 221-223 -- gecit. door P. Le Goyet, op. cit., p. 177.
       Terug


    37 . Op 20 juli heeft Henderson een gesprek met zijn Franse ambtsgenoot in Berlijn, François-Poncet. Henderson zegt dat Benes zelfs een oorlog wil riskeren om te beletten dat zijn land wordt omgevormd tot een federale staat. Hij verwijt Frankrijk niet genoeg druk uit te oefenen in Praag.
    «Men moest dreigen ze in de steek te laten als ze blijven weigeren. De Sudeten noch de Tsjechen zijn het bloed van één enkele tommy waard.»
    Télégr., Berlin le 21 juillet 1938 -- gecit. door P. Le Goyet, op. cit., p. 180.
       Terug


    38 . DMDGM, T.I, pp. 126-138.
       Terug


    39 . Het OMGUS-rapport meldt over Felix Graf Czernin: «een directeur van de Banque Continentale S.A. te Brussel -- het speerpunt van de Dresdner Bank in België --, leidende kracht van een filiale van de Dresdner Bank in Sudetenland en bestuurder van de Länderbank in Wenen. In 1944 wordt hij aangetroffen op de lijst van agenten van de nazispionagedienst als: Czernin, Felix Graf, alias Burger, Agent Nr. A-306, (Bewijsstuk 109).
    OMGUS, op. cit., pp. 100-101.
       Terug


    40 . Over Lady Runciman rapporteert een enthousiaste Duitse zaakgelastigde in Praag:
    «Lady Runciman toont in de gesprekken een merkwaardig begrip voor de zaak van de Sudetenduitsers.(..) Ze spreekt voortdurend over de invloed van de bolsjewieken in Tsjecho-Slowakije.»
    H. Noguères, op. cit., p. 129
       Terug


    41 . Benes E., Mnichovské Dny, Praag 1968 -- gecit. door V. Alexandrov, op. cit., p. 111.
       Terug