Terug naar:
  • www.katardat.org
  • inhoudsoverzicht van Het Pact
  • Redactie van deze webpagina:
    Lieven Soete | 12-01-2003
    update: 12-01-2003
    Het Sovjet-Duitse niet-aanvalspact van 23 augustus 1939 
    Politieke zeden in het interbellum

    Lieven SOETE | Brussel  | 1989 | Uitgeverij www.EPO.be
    Reacties naar: lieven.soete@katardat.org
    Hoofdstuk5
    Ontwikkelingen vanaf 1933:
    • Het fascistische blok: Duitsland -- Japan -- Italië
    • De «schaduw-as» Groot-Brittannië -- Duitsland
    • Pogingen tot vredespacten vanuit de Sovjet-Unie •

    1. Druk diplomatiek verkeer, voor en tégen de vrede

  • 26 januari 1934: vriendschaps- en niet-aanvalsverklaring tussen Polen en Duitsland
  • 25 juli 1934: Moordaanslag op Dolfuss (Oostenrijk)
  • 7 juni 1933: Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Italië, sluiten het Vierlandenpact: een soort nieuw Europees directorium
  • Vanaf maart 1933 neemt de Sovjet-Unie verschillende diplomatieke vredesinitiatieven
  • November 1933 tot oktober 1934: poging tot een «Oostenpact»
  • 2. Het naziregime wordt volwassen
  • Hitlers eerste overwinning: de herovering van Saarland op 13 januari 1935
  • Op 16 maart 1934 voert Hitler de algemene dienstplicht in
  • 29 maart 1934: de Sovjetregering stelt een «pan-Europese conferentie» voor
  • 11 april 1935: de conferentie van Stresa | FR GB IT
  • 18 juni 1935: Brits-Duits vlootakkoord
  • 29 maart 1935: Sovjetregering stelt driepartijenpact van wederzijdse bijstand voor tussen USSR + FR + CZ
  • 3. Italië trekt ten oorlog in Ethiopië

    4. Maart 1935: Bezetting van het Rijnland = de eerste Blitzkrieg

  • België haalt hazentruc uit: uitroeping van de «onafhankelijkheid»
  • 5. De antifascistische oorlog in Spanje

    6. Japanse expansie in het Verre Oosten

  • Op 25 november 1936 sluiten Duitsland en Japan het Anti-Kominternpact
  • De yankees (onder Roosevelt) verkopen massaal wapens aan Japan dat in oorlog is tegen China en de Sovjet-Unie

  • De Sovjet-Unie levert wapens aan China
    7. Vorming van een fascistisch blok 8. De schaduw-as: Londen - Berlijn

    9. De Anschluss van Oostenrijk

    Voetnoten



    1. Druk diplomatiek verkeer, 
    voor en tégen de vrede

     
    26 januari 1934: vriendschaps- en niet-aanvalsverklaring tussen Polen en Duitsland     |Top

    Op 26 januari 1934 zorgt Hitler voor een verrassing. Hij maakt een vriendschaps- en niet-aanvalsverklaring bekend tussen Polen en Duitsland.
        Pilsudski heeft in Polen een regime geïnstalleerd dat we rustig fascistisch mogen noemen. Het anti-Duitse nationalisme blijft echter levendig en dat is zeker een reden waarom de voorbereiding van dit pact in het grootste geheim is verlopen. Een andere reden is het Poolse bondgenootschap met Frankrijk. Hitler behaalt een eerste diplomatieke overwinning: hij kan een schakel doorknippen in het netwerk van de Franse bondgenootschappen in Midden- en Oost-Europa die bedoeld zijn om Duitsland -- én de Sovjet-Unie -- onder controle te houden. Maar daarmee maakt hij het ook een stuk gemakkelijker voor de Fransen in te gaan op nieuwe Sovjetpogingen tot toenadering.
        De Duits-Poolse verklaring heeft ook een verdovende rol. De vredesdemagogie van Hitler, die zeer bloemrijk en overvloedig is tijdens de eerste maanden van zijn bewind, lijkt in realiteit te worden omgezet. Hitler heeft rust nodig op de internationale scène. Zolang Duitsland zijn militaire macht niet minimaal heeft opgebouwd kan er nog niet veel aan machtspolitiek gedaan worden. De Duitse herbewapening en militarisering wordt wél razendsnel doorgevoerd. Het zal snel gedaan zijn met de rust! Hitler wil trouwens alleen maar een «verklaring» en geen pact met Polen. «Het is gemakkelijker achteraf een «verklaring» te schenden.» [1] Enkele weken later zal Hitler verklaren:

    «Alle akkoorden met Polen hebben slechts een voorlopig karakter. Ik denk er geen ogenblik aan ernstig met de Polen overeen te komen. Ik heb Polen slechts nodig zo lang ik in het Westen kan bedreigd worden.» [2]
    25 juli 1934: Moordaanslag op Dolfuss (Oostenrijk)     |Top

    De wolkjes uit de nazi-vredespijp trekken snel weg. Op 25 juli 1934 op de middag trekt een groep van 154 Duitse S.S.'ers, verkleed in uniformen van Oostenrijkse soldaten, het paleis van kanselier Dolfuss in Wenen binnen en vermoordt hem. Een ander groepje nazi's bezet het radiostation in de buurt en kondigt aan dat Dolfuss ontslag heeft genomen. De putsch mislukt -- Hitler heeft blijkbaar nooit geluk in zijn eerste «grootse» pogingen -- door tussenkomst van het Oostenrijkse leger. Berlijn heeft al een communiqué klaarliggen waarin het zich verheugde over de val van Dolfuss en het Groot-Duitsland uitriep door aansluiting van Oostenrijk.
        De historie is interessant omdat hier drie fascistische regimes in onderlinge strijd staan. Dolfuss is de leider van wat het austrofascisme wordt genoemd, een eigen versie van het nazisme maar met en sterk clericaal accent en nationalistisch gestoeld, tegen de groot-Duitse gedachte.
        In februari 1933 breekt in Wenen een gewapende opstand uit van de socialistische Schutzbund en de communisten. Het leger, onder de leiding van Schussnigg zet artillerie in. Er vallen 374 doden en 13.000 opstandelingen worden in concentratiekampen opgesloten. Op 4 maart 1933 schaft Dolfuss het parlement af en regeert voortaan als dictator, per decreet.
    De Duitse nazi's zijn echter al maanden bezig hun eigen troepen in Oostenrijk te organiseren en te bewapenen.
        Het derde soort fascisme dat meespeelt in Oostenrijk is het Italiaanse. Dat beschouwt de Donaulanden (Oostenrijk, Hongarije, Joegoslavië) als zijn Europese hinterland. [3] Enkele weken voor de mislukte putsch in Wenen, belooft Hitler nog in Venetië aan zijn Italiaanse collega zich niet te zullen moeien met Oostenrijk. Als hij het nieuws van de putsch verneemt stuurt Mussolini toch vier divisies naar de Brennerpas.
        Het is von Papen, door Hitler naar Wenen gestuurd om orde op zaken te stellen, die uitroept: «Dit is een nieuw Sarajevo!» Er hangt opnieuw oorlog in de lucht in Europa.
     
     
    7 juni 1933: Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Italië, sluiten het Vierlandenpact: een soort nieuw Europees directorium     |Top

    Mussolini lanceert op 18 maart 1933 het voorstel om met de vier grote Europese mogendheden, Groot-Brittannië, Frankrijk, Duitsland en Italië, een soort nieuw Europees directorium op te richten. Het is de uitdrukkelijke bedoeling het verdrag van Versailles en de kaart van Europa te herzien. Duitsland is happig en zegt onmiddellijk toe. Macdonald staat positief. In Frankrijk is men verdeeld; de idee Europa en de kolonies onder de groten te herverdelen valt niet slecht, maar er komt groot protest tegen dit Vierlandenpact vanwege Frankrijks bondgenoten. Alle kleine landen in de Balken en Midden-Europa, België en Finland protesteren. Polen is kwaad omdat het niet bij de «groten» gerekend wordt en uitgesloten is. Het pact wordt toch -- onder Franse druk gewijzigd -- ondertekend in Rome op 7 juni 1933. Als het Franse parlement weigert het pact te ratificeren, schrijft Mussolini op 31 december: «Bij gebrek aan een Vierlandenpact, is het zijne majesteit het kanon dat zal moeten spreken.» [4]
     
     
    Vanaf maart 1933 neemt de Sovjet-Unie verschillende diplomatieke vredesinitiatieven     |Top

    Op 19 maart 1933 stelt Litvinov Polen voor een conferentie bijeen te roepen van de Sovjet-Unie en haar grensstaten. Bedoeling is een conventie te ondertekenen waarin oorlog die via provocatie wordt uitgelokt ook als agressie wordt veroordeeld. [5] De Poolse regering weigert. Wanneer al die landen in juni in Londen bijeen zijn voor een economische conferentie, legt Litvinov opnieuw zijn voorstel voor. Omwille van de onrust die het Vierlandenpact veroorzaakt worden ook niet-grensstaten van de USSR uitgenodigd te tekenen: Litouwen, Tsjechoslovakije en Joegoslavië. Het is opnieuw de Poolse delegatie die al het mogelijke doet om de zaak te dwarsbomen. Uiteindelijk zal in juli 1934 toch een hele rij van die landen de conventie ondertekenen. [6] Het is het eerste belangrijke succes van de nieuwe Sovjetdiplomatie in Europa en een rechtstreeks antwoord op het Vierlandenpact.
        Op 28 maart 1934 stelt de Sovjet-Unie Berlijn voor gezamenlijk een protocol te ondertekenen waarin ze verklaren zich te onthouden van elke directe of indirecte inmenging in de Baltische staten. Duitsland weigert. De Duitse minister van Buitenlandse Zaken verduidelijkt in een nota aan zijn ambassadeur in Moskou:

    «dat het afsluiten van om het even welk politiek akkoord met de Sovjet-Unie over de landen ten Oosten van Duitsland, de «Ostpolitik» van alle vrijheid zou beroven, wat onoverzienbare gevolgen zou kunnen hebben.» [7]
    November 1933 tot oktober 1934: poging tot een «Oostenpact»     |Top

    Paul-Boncour, de Franse minister van Buitenlandse Zaken stelt in november 1933 de Sovjet-Unie voor hun niet-aanvalspact van 1932 uit te breiden tot een bijstandspact. Litvinov is akkoord maar wil dergelijk pact niet tot de twee landen te beperken.

    «De USSR heeft geen bezwaren tegen het afsluiten van een regionaal akkoord, binnen het kader van de Volkenbond, ter verdediging tegen een Duitse agressie. De USSR gaat akkoord dat zo'n pact zou getekend worden door België, Tsjechoslovakije, Polen, Litouwen, Letland, Estland en Finland of door sommige van die landen, maar ziet het als onontbeerlijk dat het ondertekend wordt door Frankrijk en Polen.» [8]
    Het «Oostenpact» is gelanceerd. Er zal heel wat beroering rond ontstaan in de internationale diplomatie en commentaren. Het is het eerste voorstel voor een bondgenootschap, uitdrukkelijk gericht tegen een mogelijke Duitse aanval. De commotie is des te groter door de ommekeer in de houding van de Sovjet-Unie ten overstaan van de Volkenbond.
        In Frankrijk is er grote aarzeling, vooral voor de blokvorming tegen Duitsland. In april 1934 doen de Fransen een tegenvoorstel: een niet-aanvals- en bijstandspact tussen de USSR, Duitsland, Tsjechoslovakije, Polen en de Baltische staten. Tezelfdertijd zouden Frankrijk en de Sovjet-Unie een pact van wederzijdse bijstand sluiten. [9]
    Tsjechoslovakije is onmiddellijk akkoord. Polen weigert. De minister van Buitenlandse Zaken reist zelfs naar Estland en Letland om deze twee landen te overtuigen niet mee te doen met het Oostenpact. Duitsland is radicaal tegen. Londen steunt de Duitse weigering en boycot het opzet. De Duitse ambassadeur in Londen, von Hösch schrijft: «Het is duidelijk dat het toetreden van de Sovjet-Unie tot een Europees veiligheidssysteem de Britten helemaal niet zint.» [10]
    In Frankrijk is intussen Barthou minister van Buitenlandse Zaken geworden. Hij is een sterk voorstander geworden van samenwerking met de Sovjets en reist Europa rond om het Oostenpact tot stand te brengen. Hij wordt op 9 oktober 1934 in Marseilles vermoord volgens een naziplan met de naam «Teutonenschwert».
        Laval volgt hem op. Die verbergt nauwelijks zijn sympathie voor de nazi's en zoekt een Frans-Duits pact af te sluiten. Het Oostenpact behoort niet langer tot de reële mogelijkheden en voor de Sovjet-Unie worden de betrekkingen met Frankrijk nu een prioriteit. De Sovjets willen voorkomen dat Duitsland akkoorden afsluit met Frankrijk en Groot-Brittannië en zo in het Westen gedekt is voor de tocht naar het Oosten.


     

    2. Het naziregime wordt volwassen
     
    Hitlers eerste overwinning: de herovering van Saarland op 13 januari 1935     |Top

    De herovering van Saarland wordt Hitlers eerste overwinning. Tot 1933 was de grote meerderheid van de bevolking in Saarland voor een hereniging met Duitsland. Met Hitler aan de macht komt er twijfel en verandering in de stemming. 72% van de bevolking is katholiek en de nazi's voeren een uitgesproken antikatholieke politiek. Socialisten en communisten weten wat hen te wachten staat in het Derde Rijk.
        In Versailles was voorzien dat een referendum in januari 1935 defenitief zou beslissen over het statuut van Saarland. Een kleine minderheid is voor de terugkeer naar Frankrijk, maar steeds meer stemmen gaan op om het status quo te behouden: rechtstreeks onder het bestuur van de Volkenbond. In 1932 behaalt de NSDAP er 2 zetels van de 30. Vanaf 1933 organiseren de nazi's grootse campagnes: speciale treinen worden ingelegd om gratis Duitsland te bezoeken; omgekeerd worden er voor nazimanifestaties in Saarland duizenden nazi's uit Duitsland aangevoerd.
        De Volkenbond heeft de mogelijkheid het referendum af te gelasten en de bestaande toestand te behouden. Laval verklaart echter in november 1934: «Saarland is geen oorlog tussen Frankrijk en Duitsland waard.» [11] Hij ondertekent een akkoord waardoor de volledige vrije hand wordt gegeven aan de Duitsers om propaganda te maken in Saarland. [12]. Hitler laat geen twijfel bestaan over zijn bedoelingen: «Duitsland zal nooit verzaken aan Saarland en Saarland niet aan Duitsland.»[13] Op 13 januari 1935 gaat het referendum door: 91 % stemt voor aansluiting bij Duitsland.
     
     
    Op 16 maart 1934 voert Hitler de algemene dienstplicht in     |Top

    Op 16 maart 1934 vaardigt Hitler een wet uit waarbij de algemene dienstplicht wordt ingevoerd en de legersterkte in vredestijd op 12 corpsen en 36 divisies wordt vastgelegd: ongeveer 500.000 man. In Berlijn is het de dag daarop groot feest om de definitieve vernietiging van het verdrag van Versailles te vieren.
        In Frankrijk weigert Laval zelfs uit protest de ambassadeur uit Berlijn terug te roepen. In Londen is de eerste zorg, de vraag aan Hitler of het voorziene bezoek aan Berlijn, van Eden, de minister van Buitenlandse Zaken, nu nog kan doorgaan.
     
     
    29 maart 1934: de Sovjetregering stelt een «pan-Europese conferentie» voor     |Top

    Op 29 maart 1934 is Eden in Moskou. De Sovjetregering stelt hem voor een pan-Europese conferentie bijeen te roepen, met alle landen, dus ook met Duitsland, om tot een algemeen niet-aanvalspact te komen. Litvinov argumenteert:

    «Het zou voorbarig zijn nu te zeggen in welke richting Duitsland voor het eerst zal toeslaan. Het is mogelijk en zelfs waarschijnlijk dat de eerste slag niet tegen de USSR zal gericht zijn. Duitsland is de lessen uit de geschiedenis niet vergeten: als men erin slaagt ons land binnen te dringen is het niet zo gemakkelijk er te blijven of om er ongedeerd weer uit te geraken. Als Hitler nu de expansie naar het Oosten voorop zet, wil hij daarmee de westerse landen verleiden en van hen de zegen krijgen over zijn herbewapening. Maar eenmaal die bewapening op het gewenste peil zal gekomen zijn, zou het wel eens kunnen dat de kanonnen in een heel andere richting vuren.» [14]
    De Britse regering blijft echter de andere kant uitkijken.
     
     
    11 april 1935: de conferentie van Stresa | FR + GB + IT     |Top

    Op 11 april 1935 komen de Franse en Britse leiders met Mussolini bijeen in Stresa. Het opzet is een gemeenschappelijke houding te bepalen op de volgende Volkenbondvergadering tegenover de Duitse schending van het verdrag van Versailles. Frankrijk wil een resolutie laten goedkeuren waarin verklaard wordt dat een «volgende» schending met sancties zal bestraft worden. Mussolini vindt dat dit «nog het minste is wat men kan doen» en wil concrete afspraken in verband met Oostenrijk.
        Léon Noël, secretaris van de Franse premier Flandin, geeft een levendig beeld van deze conferentie. Macdonald treedt er op als verdediger van het standpunt van Hitler. Over de dreigementen die deze tegenover Litouwen heeft geuit in verband met Klaipèda (Memel), zegt Macdonald:

    «Het fruit rijpt. Hitler hoeft zelfs aan de boom niet te schudden. Het is een ernstige situatie, maar men moet ze als realist bekijken.»
    Mussolini antwoordt:
    «De dag dat het fruit zal gevallen zijn zal Duitsland tachtig miljoen inwoners tellen. Dan zal het ook andere fruit doen vallen.» [15]
    Dit lijkt de wereld op zijn kop wel. De Britten als advokaat van de nazi's en Mussolini als officier van justitie. De Britse regering is helemaal niet van plan Hitler een voet dwars te zetten, integendeel. Enkele weken later wordt duidelijk waarom ze in Stresa een laatste kans laten voorbijgaan om samen met Mussolini blok te vormen tegen nazi-Duitsland.
     
     
    18 juni 1935: Brits-Duits vlootakkoord     |Top

    Op 30 maart 1935 is Eden op bezoek bij Hitler. Hij stelt een akkoord voor in verband met de sterkte van beide vloten. Op 4 juni beginnen hierover geheime onderhandelingen en op 18 juni wordt een Brits-Duits vlootakkoord getekend. Duitsland mag een vloot uitbouwen die 35 % van de Britse capaciteit heeft en evenveel duikboten als Groot-Brittannië. Met de mogelijkheden van de Duitse scheepswerven op dat ogenblik, zelfs maximaal benut, betekent dit 10 à 12 jaar werken om dit niveau te behalen. Wanneer in 1940 de oorlog met Groot-Brittanië begint, is Duitsland nog niet aan de helft van wat het mocht hebben. [16]
        De Britten weigeren aan de Franse regering bekend te maken over welk type van schepen en om hoeveel het precies gaat. Dit akkoord is een flagrante schending van het verdrag van Versailles en in de feiten een aanmoediging tot herbewapening zonder beperkingen, van Duitsland.
     
     
    29 maart 1935: Sovjetregering stelt driepartijenpact van wederzijdse bijstand voor tussen USSR + FR + CZ     |Top

    Op 29 maart 1935 stelt de Sovjetregering Frankrijk en Tsjechoslovakije voor een driepartijenpact van wederzijdse bijstand te onderteken. Frankrijk wil afzonderlijke pacten en de bevoegdheid te beslissen wanneer zo'n pact in voege kan treden, toevertrouwen aan de Volkenbond. Litvinov weet de Volkenbondbevoogding af te zwakken en op 2 mei 1935 wordt tussen de USSR en Frankrijk een pact tot wederzijdse bijstand ondertekend. Op 16 mei wordt eenzelfde pact afgesloten met Tsjechoslovakije. De Tsjechische regering laat er echter de clausule aan toevoegen dat het pact met de Sovjet-Unie slechts in voege kan treden als de Fransen hun land al ter hulp zijn gekomen.
        Premier Laval doet al het mogelijke om de ondertekening en later de ratificering van het akkoord te laten aanslepen maar hij moet rekening houden met een meerderheid in zijn parlement die een bondgenootschap met de Sovjets wil. Ondertussen tracht hij een akkoord te bereiken met Duitsland. In juli vertelt hij aan Köster, de Duitse ambassadeur in Parijs, «dat het pact met de USSR een «papier» is dat Frankrijk naar Rusland zal terugsturen wanneer Duitsland aanvaardt samen te werken met Parijs.» [17]
        In januari 1936 wordt Sarraut premier en vanaf februari wordt merkbaar dat Hitler iets van plan is met zijn leger aan de Rijn. Op 27 februari 1936 wordt het pact eindelijk goedgekeurd in het Franse parlement [18]. Toch is het nog maar half werk. Frankrijk weigert de concrete militaire afspraken te maken en te ondertekenen die normaal bij een dergelijk bijstandspact horen.
        Hitler reageert zeer kwaad op het Sovjet-Franse pact. Op 1 juni 1935 stuurt hij een memorandum waarin hij uitlegt waarom het pact volgens hem een inbreuk is op het verdrag van Locarno (1925). Daarin was voorzien dat Frankrijk mag tussenkomen wanneer Duitsland Polen of Tsjechoslovakije zou aanvallen. Maar nu zou Frankrijk ook tussenkomen als Duitsland de Sovjet-Unie aanvalt, en dat was de afspraak niet.



     

    3. Italië trekt ten oorlog in Ethiopië

       |Top
    Ethiopië is een onafhankelijk land, het enige in Afrika dat nooit echt gekoloniseerd en bezet is geweest door Europese mogendheden. Het is volwaardig lid van de Volkenbond. Italië beheerst twee van de buurlanden: Eritrea en Somalië; de andere buurlanden Aden, Soedan en Kenia behoren tot het Britse imperium. De Britten zijn eigenaar van het Suez-kanaal en hebben Egypte onder controle. Frankrijk bezit de havenstad Djibouti met omliggend gebied: Frans Somalië. Frankrijk heeft weinig interesse voor het gebied, zo lang aan de spoorwegconcessie Djibouti - Addis-Abeba niet wordt geraakt. Voor Groot-Brittannië daarentegen is het een belangrijk gebied. Ethiopië beheerst de bronnen van de Nijl die het leven in Soedan en Egypte bepaalt; de Hoorn van Afrika beheerst de Indië-route. In 1925 sluiten Groot-Brittannië en Italië een akkoord waarmee Ethiopië in twee invloedssferen wordt verdeeld.

    Vanaf december 1934 concentreert Italië een troepenmacht aan de Ethiopische grens in Eritrea en beginnen geregelde militaire provocaties. Ethiopië brengt de zaak onmiddellijk voor de Volkenbond. Op 3 oktober 1935 begint Italië de inval in Ethiopië. Vanaf 7 oktober houdt de Volkenbond zich «ermee bezig». Het «principe van sancties» tegen de agressor wordt aanvaard. Artikel 16 van het Volkenbondverdrag voorziet in zo'n geval de onmiddellijke stopzetting van alle handels- en financiële relaties met de agressor. Er wordt een «economisch embargo» tegen Italië afgekondigd. Dat klinkt goed maar alle producten die nuttig en nodig zijn in een oorlog, vormen een uitzondering en mogen toch verder geleverd worden: ijzer, staal, koper, lood, zink, katoen, wol en petroleum. Groot-Brittannië weigert het Suez-kanaal te sluiten voor Italiaanse schepen.
        Op 7 december 1935 werken Laval, Hoare (Groot-Brittannië) en Mussolini in het geheim een akkoord uit waarin alleen een schimmenstaat Ethiopië blijft bestaan en Italië zelfs meer gebieden toebedeeld krijgt dan het op dat ogenblik bezet. Het plan lekt uit in de Franse pers en verwekt grote beroering in Groot-Brittannië. Hoare moet ontslag nemen. In mei 1936 maakt Mussolini gebruik van het feit dat alle aandacht naar de bezetting van het Rijnland gaat om heel Ethiopië te bezetten. Op 9 mei roept hij de koning van Italië uit tot keizer van Ethiopië. Op 4 juli 1936 wordt in de Volkenbond een resolutie goedgekeurd die alle sancties tegen Italië opheft!



     

    4. Maart 1935: Bezetting van het Rijnland
    = de eerste Blitzkrieg

       |Top
    Op 2 mei 1935 vers preidt de Duitse generaal von Blomberg een ultra-geheime nota waarin onder de codenaam Schulung de bezetting door het Duitse leger van het Rijnland wordt aangekondigd. «De operatie zal bij verrassing dienen uitgevoerd, met de snelheid van een bliksem. De voorbereiding moet zeer geheim blijven en slechts een beperkt aantal officieren mogen ervan op de hoogte gebracht worden.»[19] Er valt alleen nog te wachten tot zich een geschikt moment voordoet in de internationale politiek.
        Op 1 maart 1936 beslist Hitler tot de actie over te gaan, tot grote consternatie van zijn generaals die de reële sterkte -- of beter, de nog relatieve zwakte -- van de nieuwe Wehrmacht kennen, in vergelijking met het Franse leger. Hitler rekent erop dat de Fransen niet zullen tussenkomen. Zo dat wel het geval is, zijn de orders: «terugtrekken en zo snel mogelijk de Rijn weer oversteken.»[20] Van von Ribbentrop heeft Hitler twee geruststellende nota's ontvangen. In de ene wordt verslag uitgebracht over de welwillende houding tegenover het naziregime van koning Eduard VIII van Engeland. De andere is het verslag van de ontmoeting tussen von Ribbentrop en de Belgische premier Van Zeeland (eind augustus 1935) in Brussel waaruit Hitler terecht de conclusie trekt dat vanuit die kant zeker geen gevaar dreigt. [21]
        7 maart 1936 bij dageraad: een Duitse legermacht van ongeveer 30.000 man trekt de verschillende Rijnbruggen over. Om 10 uur 's morgens roept de Duitse minister van Buitenlandse Zaken, von Neurath, de ambassadeurs van Frankrijk, België, Italië en Groot-Brittannië bij zich. Hij deelt hen mee dat Duitsland officiëel het verdrag van Locarno (1925) verbreekt. Daartegenover wil Duitsland met België en Frankrijk een niet-aanvalspact sluiten, onder de garanties van Groot-Brittannië en Italië. Met de oostelijke grensstaten wil Duitsland ook dergelijk pact sluiten. Duitsland wil de demilitarisering aanvaarden van beide kanten van de Frans-Duitse grens -- wat de ontmanteling van de Franse Maginot-linie betekent ! -- en op die voorwaarde opnieuw toetreden tot de Volkenbond. «Wij stellen u de vrede voor!» is het aanbod.
        Intussen wordt aan de Rijn niet de minste weerstand geboden. De Franse generaal Gamelin, chef van de generale staf, is tegen militaire tussenkomst: «een oorlogsoperatie, zelfs beperkt, zou onvoorzienbare risico's meebrengen.» [22]Hitler zal later verklaren:
    «Als we toen [aan de Rijn] waren verslagen, was dit de ineenstorting geweest. Waren de Fransen het Rijnland binnengekomen, dan waren wij verplicht geweest ons met hangende oren terug te trekken. Onze militaire macht was totaal onvoldoende om zelfs maar korte tijd weerstand te bieden.» [23] [24]
    Op 7 maart 1936, 's namiddags maakt Hitler de verovering van het Rijnland bekend in de Reichstag.
    «Frankrijk heeft een pact gesloten met de Sovjet-Unie dat uitsluitend tegen Duitsland gericht is en dat een schending betekent van het Locarnopact.(..)
    «In naam van het fundamenteel recht op veilige grenzen en op een afdoende verdediging, heeft de Duitse regering vanaf vandaag de absolute en onbeperkte soevereiniteit van het Rijk over de gedemilitariseerde zone hersteld. Wij zweren dat we niet zullen wijken, voor welke macht ook, voor wie ons zou willen beletten de eer van ons volk te herstellen. Wij verbinden ons ertoe dat we vanaf vandaag meer dan ooit zullen werken aan een bondgenootschap onder de volkeren van Europa, vooral met onze westerse buren. Wij hebben geen enkele territoriale eis in Europa! Duitsland zal nooit de vrede verbreken!» [25]
    Het is niet allemaal demagogie wat Hitler hier debiteert. Met de westerse buren wil hij inderdaad (nog) geen oorlog. In november '35 vertrouwt Hitler de Franse ambassadeur François-Poncet toe: «U beschouwt Rusland toch niet als een deel van Europa? Voor mij begint Azië in Rusland en ik denk dat het gevaarlijk is de Sovjet-Unie te betrekken in de Europese aangelegenheden.» [26] Met het machtsvertoon in het Rijnland legt Hitler dreigend zijn pistool op de pokertafel. Zijn tegenspelers willen niet zien dat er (nog) geen kogels in steken.
        De Amerikaanse ambassadeur in Frankrijk, William Bullitt schrijft over zijn ontmoeting in mei '36 met zijn collega von Neurath in Berlijn:
    «Von Neurath verklaarde me dat de politiek van de Duitse regering erop gericht is geen beslissende stap te zetten in de buitenlandse politiek vooraleer het Rijnland «verwerkt is».
    Daarmee wilde hij zeggen, zo legde hij zelf uit, tot de Duitse versterkingen langs de Franse en Belgische grenzen gebouwd zijn. Zolang zal Duitsland de nazibeweging in Oostenrijk niet steunen maar integendeel al het mogelijke doen om ze tegen te houden. Zolang ook zal Duitsland met Tsjechoslovakije goede buurrelaties onderhouden.
    «Op het moment dat onze versterkingen klaar zijn en dat de landen van Midden-Europa begrepen hebben dat Frankrijk het Duitse grondgebied niet meer kan binnenvallen als het dat wil, dan zullen deze landen hun buitenlandse politiek willen herzien en zal zich een nieuw bondgenootschap vormen.» [27]
    Het lijkt profetisch. Maar zo helderziend moet men niet zijn om het belang te begrijpen van een sterke «Siegfriedlinie» voor Duitsland. Hitler heeft deze strategie al in 1925 in Mein Kampf uiteengezet.
        Is de Duitse actie bedoeld als een verrassing, dan moeten de nazi's op dat punt nog wat ervaring opdoen. Na het onderhoud met Hitler op 21 november 1935 schrijft François-Poncet dat Hitler duidelijk een tegenzet beraamt tegen het Sovjet-Franse niet-aanvalspact. «Deze tegenzet kan alleen maar de opzegging zijn van het Locarno-pact en de bezetting van de gedemilitariseerde zone.» [28]
        Op 27 januari bespreekt Flandin[29] met Eden een mogelijke Geallieerde actie tegen een Duitse schending van het Locarnopact. Eden laat duidelijk verstaan dat Frankrijk niet op de Britten zal moeten rekenen.
    «Welk belang hecht de Franse regering aan het Rijnland? Wil ze zich op een onverzoenlijk standpunt plaatsen of is ze bereid met de Duitse regering te onderhandelen nu deze kwestie zo belangrijk is voor de Duitsers? Het is de Franse regering die hier betrokken partij is en zij moet dus beslissen. In elk geval, een militaire tussenkomst valt onder haar verantwoordelijkheid.» [30]
    Op 8 maart slaat de Franse premier Sarraut wat stoere taal uit -- er zijn immers verkiezingen voorzien binnen zes weken, waarin het «Front Populaire» zijn grote zege zal behalen. «Wij zijn niet van plan Straatsburg onder de dreiging van Duitse kanonnen te laten.»[31] Het enige wat er gebeurt is dat de bemanning van de Maginotlinie wordt versterkt. Volgens het verdrag van Locarno heeft Frankrijk nochtans het recht militair te antwoorden en volgens ditzelfde verdrag is Groot-Brittannië verplicht zijn bondgenoot bij te staan. Diezelfde dag verklaart Flandin aan Bullitt «dat de bezetting en militaire versterking van het Rijnland Duitsland zal toelaten zijn blikken naar het Oosten en het Zuiden te richten: naar Oostenrijk, Tsjechoslovakije, Polen en naar Rusland.»[32] Is hier sprake van schrik voor de «onoverzienbare gevolgen van een oorlog»? Het lijkt eerder op het afstemmen van de Franse politiek op de nazistrategie.
        In Groot-Brittannië is deze politiek zo mogelijk nog explicieter. Op 8 maart krijgt de Franse regering een telegram van de Britse collega's waarin de raad wordt gegeven «de koelbloedigheid te bewaren en niets onherstelbaars te doen.»[33] Op 10 maart verklaart Eden in het parlement: «Gelukkig is er geen enkele reden te veronderstellen dat de huidige daad van Duitsland een vijandelijke dreiging betekent.» [34]
        Op 11 maart is Flandin in Londen. Lord Lothian verklaart hem: «Alles bijeen nemen de Duitsers alleen maar bezit van het bijgebouw van hun woning.»[35] Flandin komt niet eens militaire steun vragen, alleen de medewerking van de Britten om in de Volkenbond sancties tegen Duitsland uit te vaardigen. De Britten stellen voor een nieuw Locarnopact af te sluiten -- met Duitsland dus -- maar dan zonder de bepalingen in verband met het Rijnland. Ze willen ook Duitsland opnieuw in de Volkenbond krijgen en onderzoeken hoe een regeling kan gevonden worden om Duitsland zijn kolonies terug te geven. [36] In de Britse pers wordt campagne gevoerd voor verzoening en een nieuw akkoord met Duitsland. De travallistische Daily Herald schrijft:
    «Het feit dat een verdrag niet rechtvaardig is, wettigt daarom de schending ervan niet. Sancties moeten echter niet genomen worden want Duitsland heeft het wapen van de oorlog niet gebruikt.» [37]
    Op 14 maart komt de Raad van de Volkenbond bijeen in Londen. Men komt niet verder dan een «plechtige verklaring» dat «Duitsland zijn internationale verplichtingen niet is nagekomen.» [38] Op 17 maart komt de Raad opnieuw bijeen. Litvinov trekt scherp van leer tegen het Britse voorstel om nu onderhandelingen met Duitsland over een nieuw pact te beginnen. «Wij veroordelen scherp dit standpunt en wij zijn bereid elke actie tegen Duitsland te ondersteunen die collectief door de Volkenbond wordt ondernomen.» [39] Op 19 maart tenslotte komen delegaties van Groot-Brittannië, Frankrijk en België bijeen. Ze beslissen de «klacht» van Duitsland dat het Locarnopact in strijd zou zijn met het Sovjet-Franse niet-aanvalspact door het Internationale Gerechtshof in Den Haag te laten onderzoeken. Hiermee wordt aan de uitvluchten van Hitler een aureool van gewettigdheid verleend.
     
     
    België haalt hazentruc uit: uitroeping van de «onafhankelijkheid»     |Top

    Het Frans-Belgische militaire akkoord van 7 september 1920 loopt (toevallig) af op 6 maart 1936. Nu het Locarnopact door Hitler is verbroken, acht de Belgische regering het ogenblik gekomen om op de internationale scène grondig van politiek te veranderen. [40]
        Koning Leopold III van Saksen-Coburg-Gotha neemt zelf het initiatief in handen. Op 14 oktober 1936 roept hij de voltallige regering op zijn paleis en houdt er een opmerkelijke toespraak. Het eerste argument dat hij inroept voor een strikte «onafhankelijkheid» van België is: «de herbewapening van Duitsland die volgt op de volledige hermilitarisering van Italië en Rusland.» Zijn laatste (vijfde) argument luidt:

    «De interne verdeeldheid van bepaalde staten riskeert te ontaarden in rivaliteit tussen politieke en sociale systemen van andere staten en een brand te doen ontstaan die nog verwoestender zal zijn dan deze waarvan we nu de terugslag ondergaan.(..)
    «Onze geografische ligging gebiedt ons een militair apparaat op de been te houden dat in staat is om het even wie van onze buren ervan te overtuigen dat hij ons grondgebied niet kan gebruiken om een andere staat aan te vallen.(..)
    «Elke eenzijdige politiek zou onze positie in het buitenland verzwakken en zou -- terecht of ten onrechte -- verdeeldheid veroorzaken in het binnenland.» [41]
    De nationale coalitieregering Van Zeeland, met Spaak (socialist) als minister van Buitenlandse Zaken werkt het initiatief uit. Niet de vroegere «neutraliteit» wordt hersteld, maar men noemt het een politiek van «onafhankelijkheid». België blijft lid van de Volkenbond want het heeft die nodig om het protectoraat over Rwanda-Boeroendi te kunnen behouden. Hitler is een van de eersten om zich te verheugen over de Belgische koerswending. Een nieuwe schakel van het Franse collectieve veiligheidssysteem in Europa is verbroken. Men kan de Belgische beslissing dus terecht rangschikken onder de reeks van toegevingen aan nazi-Duitsland. Als men de topografische kaart van dit deel van West-Europa bekijkt, dan wordt ook duidelijk dat het geen marginale toegeving is. België is voor de Duitsers de enige toegangsweg naar Frankrijk en naar de Engelse kusten. [42]

    5. De antifascistische oorlog in Spanje

       |Top
    Van 1923 tot 1931 heeft Spanje al een reactionair dictatoriaal regime gekend met Primo de Rivera en Barenguer. In 1931 wordt dit omvergeworpen door een volksopstand en wordt meteen de republiek uitgeroepen. Tijdens de verkiezingen op 16 februari 1936 behaalt het Volksfront, analoog van samenstelling als in Frankrijk, de overwinning. Rechtse en fascistische krachten bereiden al onmiddellijk een machtsgreep voor. Op 17 juli 1936 begint vanuit Spaans Marokko de contrarevolutie, onder de leiding van generaal Franco. Die installeert op 25 juli een tegenregering in Burgos. Italië en Duitsland steunen al van tijdens de voorbereidingen de opstandelingen. De republikeinse regering doet beroep op de Sovjet-Unie en de westerse mogendheden, voor militaire steun. De opstand groeit uit tot een ware burgeroorlog, waarin voor elk dorp, elke straat en elk huis wordt gevochten.
    De Duitse hulp aan de Spaanse opstandelingen is minder groot dan de Italiaanse, maar zal toch in totaal 500 miljoen Mark (200 miljoen dollar) bedragen, zonder de vliegtuigen, tanks, de steun van Duitse technici en het «Condor Legioen» van piloten mee te tellen. Eind 1936 schat men dat er 20.000 Duitse soldaten en piloten in Spanje actief zijn. [43]
        Hitler wil de Spaanse burgeroorlog zo lang mogelijk laten aanslepen. Op 5 november 1937 verklaart hij voor een beperkte groep van generaals:
    «Een honderd procent overwinning van Franco is niet wenselijk voor Duitsland. Wij hebben er veeleer belang bij dat de oorlog aansleept en dat zo de spanningen in het Middellandse-Zeegebied blijven duren.» [44]
    Op die manier wil Hitler een mogelijk bondgenootschap tussen Italië en Frankrijk (en Groot-Brittannië) dwarsbomen. Hoe langer de Spaanse burgeroorlog duurt, hoe meer Mussolini in de richting van nazi-Duitsland wordt gedreven. Daarnaast is Spanje een ideaal oefenterrein voor de nieuwe Duitse luchtmacht.
        De Italiaanse steun aan de opstandelingen is massaal: 60 à 70.000 soldaten, voor 700 miljoen dollar, meer dan 1.000 vliegtuigen die 86.000 vluchten uitvoeren en 11.500 ton bommen afgooien. [45] Voor Mussolini is een fascistische bondgenoot in Spanje van groot belang voor zijn project om van de Middellandse Zee opnieuw de Romeinse «Mare Nostrum» te maken.
        De Franse Volksfrontregering-Blum stuurt na veel aarzeling en onenigheid -- vooral vanwege Daladier en de Parti Radical -- aanvankelijk wat wapens naar de republikeinen. Onder druk van de rechterzijde en van Groot-Brittannië verbiedt Blum op 25 juli elke wapenlevering aan Spanje. Op 1 augustus stelt hij voor een internationaal akkoord af te sluiten onder alle landen om niet tussen te komen in Spanje. Groot-Brittannië, België, Polen, de USSR, Duitsland, Italië en Portugal gaan akkoord. Blum verengt echter zijn voorstel en wil een wapenembargo opleggen. De Spaanse regering protesteert krachtig. De Britten gaan onmiddellijk akkoord -- het idee komt trouwens van hen -- en passen het embargo al onmiddellijk toe; zelfs indirecte steun door verkoop van licenties en octrooien is verboden. Op 9 september wordt in Londen een internationale non-interventiecommissie geïnstalleerd; 27 landen sluiten erbij aan. Deze commissie is helemaal niet in staat Hitler en Mussolini te beletten Franco verder te steunen -- in zoverre dat al de bedoeling was. Het enige resultaat is dat de republikeinen afgesneden worden van alle noodzakelijke wapenleveringen terwijl de fascisten door de massale steun kunnen oprukken.
        Op 5 augustus stuurt de Franse regering een geheime missie naar Londen om te polsen naar de Britse houding. De antwoorden zijn duidelijk. Neville Chamberlain: «Wij zijn vastberaden vijanden van de bolsjewieken en van de fascisten. We mogen de kans niet laten voorbijgaan dat ze elkaar verslinden in Spanje.» [46]
        Churchill drukt de stemming onder de Britse (en Franse) bourgeoisie zeer goed uit. Op 31 juli 1936 schrijft hij naar de Franse ambassadeur in Londen:
    «Als ik wil vasthouden aan onze oude gedragslijn, zit ik met een groot probleem: Duitsland verklaart dat alle anticommunistische landen front moeten vormen. Als Frankrijk vliegtuigen stuurt naar de Spaanse regering en als Duitsland en Italië tussenkomen aan de andere kant, dan ben ik er zeker van dat de leidende kringen hier akkoord zullen gaan met Duitsland en Italië, en zich distantiëren van Frankrijk. Ik hoor de mensen niet graag spreken over een gemeenschappelijk front van Engeland met Duitsland en Italië, tegen het Europese communisme.» [47]
    In oktober '36 meent de Sovjet-Unie dat de schijnvertoning van de non-interventie lang genoeg heeft geduurd. Ivan Maïski verdedigt in Londen:
    «De non-interventie is een fictie die de steun aan de opstandelingen verbergt. Daarom ziet de Sovjetregering maar één oplossing meer voor de situatie: de Spaanse regering het recht en de mogelijkheden bieden wapens te kopen buiten Spanje. Alle regeringen hebben dat recht.» [48]
    Er komt een nieuwe wapenstroom op gang naar de Spaanse republikeinen. Frankrijk sluit echter zijn grenzen met Spanje zodat er over land geen wapens, vluchtelingen of vrijwilligers meer kunnen passeren. Op 8 november 1936 arriveert de eerste Internationale Brigade in Spanje: vrijwilligers uit de hele wereld -- ook uit Duitsland en Italië. [49]


     

    6. Japanse expansie in het Verre Oosten

       |Top
    De ontwikkeling van het Japanse economische en politieke systeem vertoont sterke gelijkenissen met wat zich in Duitsland afspeelt, alhoewel er tot in 1933 weinig van wederzijdse beïnvloeding sprake is. Na de Eerste Wereldoorlog ontstaat een zeer sterke monopoliseringsbeweging. In 1929 is 65 % van het Japanse kapitaal in handen van 1,5 % van het aantal ondernemingen. [50] De militaire kaste ontsnapt vanouds aan nagenoeg alle politieke controle: de generaals zijn alleen verantwoording verschuldigd rechtstreeks aan de keizer. Na de wereldcrisis van 1929 trekken de militairen steeds meer politieke macht naar zich toe. Op 11 december 1931 grijpt generaal Araki, leider van de nationalistische beweging, de macht en wordt premier. [51] Onder de militair-keizerlijke dictatuur die zich installeert vergroot de macht van de monopolies nog aanzienlijk: ook hier wordt een centraal gedirigeerde oorlogseconomie opgezet waarvoor al de rest moet wijken.
    In mei-juni 1935 slagen de Japanners erin door provocaties de plaatselijke Chinese oorlogsheren te dwingen afstand te doen van gebieden die grenzen aan de Japanse schimmenstaat Mantsjoekwo [Mantsjoerije]. [52] Vanaf oktober 1935 breken ernstige incidenten uit aan de grens tussen Mantsjoekwo en Sovjet-Siberië. In maart '36 trekken Japanse troepen de onafhankelijke staat Buiten-Mongolië binnen maar worden teruggeslagen. Op 12 maart 1936 sluit Buiten-Mongolië een pact van wederzijdse bijstand met de USSR.
     
     
    Op 25 november 1936 sluiten Duitsland en Japan het Anti-Kominternpact     |Top

    Officieel is de bedoeling uitsluitend de communistische propaganda tegen te gaan en behandelt het akkoord de samenwerking tussen beide politieke polities. De ware inhoud is dat Duitsland Japan de vrije hand geeft voor verdere expansie in China. Artikel 1 van de geheime clausules bepaaalt:

    «Als een van beide landen zonder provocaties wordt bedreigd of aangevallen door de Sovjet-Unie dan zal het andere land de Sovjet-Unie niet helpen en zal men elkaar raadplegen om de nodige maatregelen te kunnen treffen om de gemeenschappelijke belangen te verdedigen.»
    Artikel 2: «Geen van beide landen zal een politiek akkoord sluiten met de Sovjet-Unie zonder instemming van het ander.» [53]
    Op 7 juli 1937 lokt Japan een zwaar incident uit nabij Peking en op 26 juli start een massale aanval, zonder enige oorlogsverklaring. Peking, Sjanghai (27 oktober), Nankin (14 december) worden bezet. Gedurende heel het jaar 1938 gaan de Japanse aanvallen en veroveringen gestadig door: op 21 oktober 1938 wordt ook Kanton ingenomen en Tjang Kaï-Tsjek moet zijn regering overplaatsen naar Tsjoengtjing. De oorlog zal blijven aanslepen, met wisselende successen en nederlagen voor beide kampen, tot 1945. [54]
     
     
    De yankees (onder Roosevelt) verkopen massaal wapens aan Japan, in volle oorlog tegen China     |Top

    Op 1 juni 1937, enkele dagen voor het uitbreken van de geregelde oorlog, laat Cordell Hull, de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken aan Chamberlain weten dat de Verenigde Staten tegen elke gemeenschappelijke actie in China zijn. Op 20 juli weigert Roosevelt in te gaan op een Brits voorstel om samen met Frankrijk een houding te bepalen tegenover het Chinees-Japanse conflict. Aangezien Japan niet officieel de oorlog heeft verklaard aan China zegt Roosevelt dat het principe van de neutraliteit tegenover oorlogvoerende landen niet van toepassing is. Integendeel, het Amerikaanse Cash-and-Carry-systeem voor de wapenhandel wordt strikt toegepast: Japanse en Chinese schepen mogen zelf wapens komen halen in de Verenigde Staten en moeten ze contant betalen. Amerikaanse schepen mogen geen wapens vervoeren naar de beide oorlogvoerende landen. Alleen Japan beschikt over een vloot en over contante deviezen; het resultaat laat zich raden.
        China doet op 12 september 1937 beroep op de Volkenbond. Er wordt een conferentie bijeengeroepen in Brussel en een voorzichtige verklaring geformuleerd dat Japan het Briand-Kellogg-pact schendt. Geen woord echter om Japan als agressor te veroordelen. Er is helemaal geen sprake van sancties tegen Japan. Nochtans is Japan met een economische blokkade gemakkelijk in te tomen. [55] De Verenigde Staten zijn de belangrijkste leveranciers aan Japan, vooral van strategische grondstoffen en goederen. [56]
        De USA spelen in het Verre Oosten eenzelfde soort pokerspel met Japan als de Britten met Duitsland in Europa. De verwachting is dat Japan zich vanuit een stevige positie in China voor verdere expansie naar het Noorden, tegen de Sovjet-Unie, zal keren. Wat ook wordt geprobeerd.
     
     
    De Sovjet-Unie levert wapens aan China     |Top

    Na veel aarzeling gaan de Chinese leiders, die voortdurend twijfelen tussen een akkoord met Japan en de consequente verdediging van hun land, in op het Sovjetvoorstel om een niet-aanvalspact te sluiten. Op 21 augustus 1937 komt dit er uiteindelijk toch. Er komt een toevoerlijn tot stand van wapens uit de Sovjet-Unie naar China. Het zal lange tijd de enige zijn want Japan blokkeert alle Chinese havens, voor zover ze die al niet bezet heeft. [57]
        Het Chinese verzet tegen de Japanners is een streep door de rekening van verschillende westerse leiders. Ze zouden liever zien dat Japan zijn krachten kan sparen voor een oorlog tegen de Sovjet-Unie. De Amerikaanse ambassadeur in Tokio, J. Grew, schrijft in 1944 in zijn memoires:

    «Wat moest er nu gebeuren met Sovjet-Rusland wanneer de Japanse krachten helemaal opgeslorpt werden door de strijd tegen China en dus verzwakt werden?.» [58]
    De Sovjet-Unie voert een zeer voorzichtige politiek in het Verre Oosten. Ze wil vermijden geprovoceerd te worden tot een oorlog tegen Japan, waarin ze alleen zou staan, mogelijks zelfs tegen een bondgenootschap van Japan met de Verenigde Staten.
    Op 11 juli 1938 komt het toch tot oorlog tussen de Sovjet-Unie en Japan. Het is de slag bij het Hasan-meer, ten noordwesten van Vladivostok. Het wordt een overwinning voor het Sovjetleger. Op 27 mei 1939 schrijft de Italiaanse militaire attaché in Japan:
    «Rusland is vijand nummer 1 voor Japan. De staat Mantsjoekwo is uitgebouwd als uitvalsbasis tegen Rusland. Japan heeft een reusachtig uitbreidingsplan voor zijn strijdkrachten uitgewerkt om in staat te zijn een oorlog op twee fronten te voeren: in China en tegen Rusland.» [59]
    In mei 1939 komt het opnieuw tot een openlijk treffen tussen Japan en de Sovjet-Unie, nu nabij het Boejr Nor-meer op de grens tussen Mantsjoerije en Buiten-Mongolië [60]. Ook hier worden de Japanners teruggeslagen en lijden ze zware verliezen (18.000 doden; 250 vliegtuigen neergehaald). De oorlog blijft aanslepen tot 16 september 1939 wanneer Japan, onder druk van het Sovjet-Duitse niet-aanvalspact, de wapenstilstand aanvaardt.

    7. Vorming van een fascistisch blok

       |Top
    Vanaf juni 1936 beginnen drukke diplomatieke onderhandelingen en contacten tussen Italië en Duitsland. Op 25 juli erkent Duitsland de Italiaanse verovering van Ethiopië. Om de verdenking weg te nemen dat de nieuwe toenadering tegen Groot-Brittannië zou gericht zijn wordt in de zomer Lloyd George uitgenodigd op Hitlers Arendsnest in Berchtesgaden.
        Hitler wringt Italië los uit de Britse omhelzing, via de Italiaanse wapenfeiten in Ethiopië en in Spanje. [61] Tijdens diezelfde zomer nodigt hij Mussolini uit voor een officieel bezoek aan Duitsland, maar «el duce» wil daar nog niet te snel op ingaan. Hij stuurt zijn schoonzoon, de minister van Buitenlandse Zaken, Ciano. Op 21 oktober erkennen beide landen de Franco-regering in Spanje. Op 24 oktober 1936 wordt het (geheime) oktoberprotocol tussen de twee fascistische staten getekend. Dat bepaalt ondermeer dat de buitenlandse politiek van beide staten gemeenschappellijk zal uitgewerkt worden. De nazidiplomatie is vrij tactisch. Hitler wil de westerse mogendheden zeker niet in de richting duwen van het Sovjetidee van een bondgenootschap tegen Duitsland. Daarom wordt de ware inhoud van zowel het anti-Kominternpact als van het Duits-Italiaanse akkoord geheim gehouden. Mussolini kan moeilijker zwijgen en lanceert op 1 november tijdens een van zijn balcontoespraken de nieuwe idee:
    «Deze overeenkomst, deze loodrechte lijn tussen Rome en Berlijn is geen vernauwend diafragma, het is eerder een «as» waarop alle Europese staten die bezield zijn met de wil aan de vrede te werken, zich kunnen aansluiten.» [62]
    Oostenrijk en Hongarije schurken zich aan tegen het fascistische Italië     |Top

    Oostenrijk en Hongarije hebben al goede betrekkingen zowel met Duitsland als met Italië. Op 12 november 1936 wordt in Venetië tussen Oostenrijk, Hongarije en Italië een geheim protocol getekend waarbij ze elkaar welwillende neutraliteit beloven in geval een ervan in een oorlog betrokken raakt. De Donau- en Balkanlanden vormen de belangrijkste inzet van de Duits-Italiaanse tegenstellingen. Beide landen beschouwen ze als hun «natuurlijke» hinterland. Er speelt zich een financiersoorlog af, achter de schermen, waar Italië uiteindelijk het loodje moet leggen. [63] De grote Duitse banken zijn volop bezig de Oostenrijkse, Hongaarse, Roemeense -- én ook de Tsjechische en Poolse -- sleutelindustriën en banken in hun greep te nemen.
        Op 25 september 1937 wordt Mussolini ontvangen in Berlijn. Tot in de uiterste perfectie wordt langs heel de route waar Mussolini voorbijkomt, de «vitaliteit» van het naziregime gedemonstreerd. De duce proclameert er in zijn beste Duits -- wat trouwens helemaal niet slecht is; Hitler daarentegen begrijpt of spreekt geen enkele vreemde taal -- de solidariteit van de as Rome-Berlijn.
    Als Göring op 23 januari 1937 bij Mussolini is, zegt hij:

    «De Britse conservatieven hebben een helse schrik van het bolsjewisme. We kunnen gemakkelijk gebruik maken van deze vrees voor politieke doeleinden. De conservatieve kringen hebben schrik van de kracht van Duitsland, dat is waar, maar ze hebben boven alles schrik van het bolsjewisme.» [64]
    De nazi's kennen het zwakke punt van de Britse bourgeoisie. Ze zullen het maximaal uitbuiten. [65]
    Op 2 december 1936 sluit Italië, in navolging van het Japans-Duitse akkoord, een eigen akkoord met Japan. Tijdens de conferentie van Brussel (29 oktober 1937) weigert Italië de halfzachte verklaring tegen Japan mee te ondertekenen. Integendeel het erkent provocatorisch op diezelfde dag de schimmenstaat Mantsjoekwo. Op 6 november 1937 sluit Italië aan bij het anti-Kominternpact. Op datzelfde moment beginnen de besprekingen om dat pact uit te bouwen tot een militaire en politieke alliantie van de drie mogendheden.
    In een kommentaar van 10 november 1937 zegt de Pravda:
    «Nu wordt het wel voor iedereen duidelijk dat de vorming van dit blok van agressors tot doel heeft tot een nieuwe verdeling van de wereld te komen.(..) Het belang van de vrede vereist de vorming van een front van alle naties die de oorlog willen tegenhouden en blok willen vormen tegen de oorlogsstokers. Daartoe is het echter wel nodig dat er een einde gemaakt wordt aan de politiek van tegemoetkomingen ten opzichte van de agressors. Hoe sneller de leidende kringen in Groot-Brittannië, Frankrijk en de Verenigde Staten zullen inzien dat het nodig is collectief de vrede te verzekeren, des te gemakkelijker zal de pas kunnen afgesneden worden van de fascistische staten die een nieuwe wereldoorlog voorbereiden.» [66]
    Hier wordt de aandacht getrokken op het feit dat niet alleen -- en misschien zelfs niet op de eerste plaats in de chronologie -- de Sovjet-Unie het doelwit zal zijn van dit blok. Italië heeft bijvoorbeeld geen direct belang bij een aanval op de Sovjet-Unie, maar het kijkt wel uit naar verdere expansie rond de Middellandse Zee en in Afrika. De Duitse diplomaat von Weizsäcker schrijft in zijn memoires hoe von Ribbentrop in die periode de tactiek formuleerde: «Officieel zal Rusland als onze vijand uitgeroepen worden maar in werkelijkheid zal alles tegen Engeland gericht zijn.» [67] Waarom kan in het Westen niet eenzelfde realistische analyse gemaakt worden van de nazistrategie? Heeft men daar andere plannen?

    8. De schaduw-as: Londen - Berlijn

       |Top
    Op 27 mei 1937 wordt Neville Chamberlain premier in Groot-Brittannië. Op 20 februari 1938 neemt zijn minister van Buitenlandse Zaken, Anthony Eden ontslag omdat hij niet langer de verantwoordelijkheid wil dragen voor de toegevingen aan Italië. Hij wordt vervangen door Halifax, een vertrouweling uit de Clividen-clan. Op de post van Britse ambassadeur in Berlijn wordt Neville Henderson benoemd, openlijk gekend als Duits- en nazi-gezind. Lloyd George verklaart op 1 juli 1937 aan Maïski:
    «Het algemeen plan van Chamberlain bestaat hierin: in de loop van het komend jaar een akkoord sluiten met Duitsland en Italië en [samen met Frankrijk] een vierlandenpact afsluiten. Chamberlain zal de Sovjet-Unie uitsluiten uit een systeem van collectieve veiligheid.» [68]
    De inhoud van dergelijk akkoord wordt duidelijk als we het verslag lezen van de ontmoeting tussen Halifax en Hitler op 19 november 1937. Halifax wordt met een speciale missie door Chamberlain gestuurd; op dat ogenblik is hij minister van Financies en de naaste medewerker van de Britse premier. We citeren uitvoerig uit de notulen van dit onderhoud.
    «Lord Halifax: In Engeland is men van oordeel dat de bestaande misverstanden volledig uit de weg kunnen geruimd worden. Men erkent er tenvolle en zonder reserves de grote verdiensten van de Führer in de heropbouw van Duitsland. Als de Engelse publieke opinie soms een kritische houding aanneemt ten overstaan van sommige Duitse problemen, dan is dat zonder twijfel gedeeltelijk omdat men in Engeland niet goed weet waarom en in welke omstandigheden bepaalde Duitse maatregelen zijn genomen. Op die manier toont de Engelse kerk zich zeer bezorgd en ongerust ten overstaan van de ontwikkeling van de kerk in Duitsland. In de middens van de travaillistische partij beschouwt men ook bepaalde feiten die zich in Duitsland voordoen als ongunstig. Ondanks deze moeilijkheden zijn ikzelf en de andere leden van de Engelse regering doordrongen van de idee dat de Führer veel heeft gerealiseerd. Niet uitsluitend in Duitsland, want door het communisme in zijn land te vernietigen heeft hij een dam ertegen opgeworpen voor West-Europa. Daarom kan Duitsland met volle recht beschouwd worden als het bastion van het Westen tegen het bolsjewisme.(..)
        «Als Duitsland en Engeland tot een akkoord zouden kunnen komen, of tenminste er dichterbij komen, dan zou men volgens ons landen die vanuit politiek standpunt dichtbij Duitsland en Engeland staan, moeten laten deelnemen aan de discussies. Het gaat om Italië en Frankrijk aan wie men vanaf het begin moet laten verstaan dat de Anglo-Duitse samenwerking geenszins leidt tot vijandelijke kuiperijen tegen Italië of Frankrijk.(..)
        «De Engelsen zijn realisten en meer dan wie ook ervan overtuigd dat de fouten van het dictaat van Versailles moeten verbeterd worden. Trouwens, Engeland heeft altijd zijn invloed aangewend in deze realistische richting. Ik herinner aan de rol die Engeland gespeeld heeft in de voortijdige ontruiming [door de Geallieerde bezettingslegers] van het Rijnland; in de regeling in verband met de herstelbetalingen en ook bij de herinname van het Rijnland.(..)
        «Aan Engelse kant denkt men niet dat het status quo ten allen prijze moet behouden blijven. Men erkent er dat het belangrijk is zich aan te passen aan nieuwe voorwaarden, oude fouten te verbeteren, veranderingen voor ogen te houden die noodzakelijk geworden zijn gezien de bestaande toestand.(..) Ik wil nogmaals onderstrepen, in naam van de Engelse regering, dat men geen enkele mogelijkheid moet uitsluiten om de bestaande toestand te veranderen. Maar de wijzigingen mogen slechts gebeuren op basis van een redelijke regeling. Als beide partijen akkoord gaan te erkennen dat de wereld niet statisch is, dan moet men proberen om vertrekkend van gemeenschappelijke idealen, de conclusies te trekken die zich opdringen en dan moet men al zijn energie richten op een gemeenschappellijk doel, in een sfeer van wederzijds vertrouwen.
    «De Führer: Alle zinnige oplossingen zullen zeer grote moeilijkheden ondervinden, vooral in de democratische landen waar de politieke partijen de mogelijkheid hebben een beslissende invloed uit te oefenen op de daden van de regering.(..)
        «Duitsland kan niet wachten tot andere landen een minimale toegeving doen om aan zijn meest natuurlijke vitale behoeften te voldoen. In deze landen heersen immers de partijen. Duitsland kent het standpunt van de Engelse partijen in het koloniale vraagstuk en vooral het absoluut negatieve standpunt van de conservatieven. In Frankrijk is het hetzelfde. Duitsland kan slechts acte nemen van deze houding en vertrekken van de idee dat het onmogelijk is in deze omstandigheden het koloniale vraagstuk op te lossen.

    «Lord Halifax: Het feit dat Engeland met Duitsland een vlootakkoord heeft ondertekend ondanks de kritieken op bepaalde bepalingen ervan vanwege de partijen, bewijst juist dat ook de Engelse regering onafhankelijk handelt ten overstaan van de partijen. Zij is geenszins de slaaf van de demagogische intriges van deze laatste.(..)
        «De Engelse regering is helemaal niet van mening dat er niet moet gediscussieerd worden met Duitsland over het koloniale vraagstuk, wat ook de omstandigheden zijn. Ze weet dat het een moeilijk probleem is.(..) Dit vraagstuk kan alleen bekeken worden als een onderdeel van een algemene regeling die kalmte en veiligheid in Europa moet brengen.

    «De Führer: Fundamenteel bestaat er slechts één twistpunt tussen Engeland en Duitsland: dat is het koloniale vraagstuk.

    «Lord Halifax: Mijn vraag aan de Führer is, wat hij denkt over de Volkenbond en over de ontwapening. Alle andere kwesties slaan op veranderingen die zich waarschijnlijk vroeg of laat zullen voordoen in de Europese ordening. Bij deze kwesties horen Danzig, Oostenrijk en Tsjechoslovakije. De enige bekommernis van Engeland is dat deze veranderingen plaatsgrijpen door een vreedzame evolutie en dat men methodes kan vermijden die mogelijk leiden tot nieuwe omwentelingen die niet zouden gewenst zijn door de Führer en ook niet door andere landen.
        «Het koloniale vraagstuk is zonder twijfel moeilijk. De Engelse premier is van oordeel dat het slechts kan opgelost worden als een onderdeel van een nieuwe oriëntatie en van een algemene regeling van alle problemen.

    «De Führer: Het probleem van de ontwapening is buitengewoon ingewikkeld tengevolge van de Sovjet-Franse alliantie die een antwoord was op bepaalde Duitse maatregelen. Het resultaat is: Rusland wordt in Europa niet alleen een morele factor maar ook een materiële factor van vrij groot gewicht, vooral tengevolge van de alliantie met Tsjechoslovakije.(..)
        «Duitsland bewapent zich en klaagt daar niet over. Het zal de verbintenissen nakomen van het vlootakkoord maar met het voorbehoud dat van Duitse kant al werd gemaakt op het moment van het afsluiten van het akkoord, dat Rusland zich niet onbeperkt zal bewapenen ter zee. Anders zal een herziening van het vlootakkoord zich opdringen.(..)
        «Wat betreft het koloniale vraagstuk is het niet aan Duitsland wensen te formuleren. Er zijn twee mogelijkheden. Vooreerst het spel van de vrije krachten. Wat Duitsland in dat geval als kolonies zou nemen, weet men niet. De tweede mogelijkheid zou een redelijke oplossing zijn en die moet gebaseerd zijn op het recht. Anders gezegd: Duitsland kan aanspraak maken op zijn oude bezittingen.(..) In elk geval zal Duitsland als kolonie de Sahara niet willen, ook niet de gebieden rond de Middellandse Zee want het lijkt te gevaarlijk zich tussen twee wereldimperiums te bevinden.(..)
        «Twee realistische volkeren, het Duitse en het Engelse, moeten niet wijken voor de schrik voor een eventuele catastrofe. Men zegt altijd dat als dit of dat zal gebeuren, Europa naar een catastrofe stevent. De enige catastrofe is het bolsjewisme. Al de rest kan geregeld worden...» [69]

    Op 24 november 1937 wordt in de Britse ministerraad het verslag besproken van de besprekingen Halifax - Hitler. Chamberlain verklaart er nog eens duidelijk: «Halifax is naar Duitsland geweest om de mogelijkheden van een Anglo-Duits akkoord te onderzoeken en ik ben zeer tevreden over de resultaten van dit bezoek.» [70]
        Op 3 maart 1938 zet de Britse ambassadeur Henderson de discussies met Hitler verder. Hij preciseert op verschillende punten het Britse standpunt.
    «De Britse ambassadeur onderstreept het vertrouwelijke karakter van dit onderhoud. De inhoud ervan zal niet bekend gemaakt worden aan de Fransen en zeker niet aan de Belgen, Portugezen of Italianen. Hij legt ook uit dat hij spreekt in naam van de Britse regering.(..)
        «Wat betreft de kolonies leest de Britse ambassadeur een schriftelijke verklaring voor: «Volgens de Britse regering zou volgende oplossing veel voordelen bieden: een plan uitwerken dat steunt op een nieuw soort koloniaal bestuurlijk systeem voor een deel van Afrika. Het plan zou zich uitstrekken over een gebied dat ongeveer overeenstemt met het Congobekken; het zou moeten aangenomen en toegepast worden door alle betrokken mogendheden. Elk van die mogendheden blijft verantwoordelijk voor het bestuur van de gebieden die haar toebehoren maar ze zou zich toch moeten houden aan bepaalde principes die toelaten het algemene belang te dienen.»
        «Terwijl hij dit voorleest verklaart hij dat dit gebied ongeveer als volgt zou begrensd zijn: in het noorden door de vijfde breedtegraad en in het zuiden door de Zambesi-rivier.(..)
        «De Führer herinnert eraan dat de wapenbeperking voor een groot stuk afhangt van Sovjet-Rusland. Wat kan men verwachten van deze kant? Het probleem is buitengewoon ingewikkeld als men weet dat men voor het respecteren van verdragen, evenveel kan rekenen op zo'n barbaarse troep als de Sovjet-Unie, als men kan rekenen op begrip bij een wilde als het gaat over wiskundige formules. Daarom kunnen akkoorden met dit land eigenlijk geen enkele waarde hebben. Men mocht Sovjet-Rusland niet toegelaten hebben binnen te dringen in Europa. Indertijd heeft de Führer voorgesteld om Europa te verenigen zonder Rusland.(..)
        «De minister van Buitenlandse Zaken van het Rijk, von Ribbentrop, wijst op het dramatische onderhoud tussen de Britse ambassadeur in Wenen en M. von Papen, waar de ambassadeur krachtig heeft geklaagd over de druk die Duitsland zou uitoefenen op Oostenrijk.(..)
        «De Britse ambassadeur wijst erop dat de woorden van de ambassadeur [in Wenen] niet noodzakelijk het standpunt van de Britse regering weergeven. Hij verklaart dat hij zelf, Sir Neville Henderson, zich herhaaldelijk heeft uitgesproken voor de Anschluss.(..)
        «De Führer zegt dat als Duitsland zich bewapent het omwille van Rusland is. Voor Duitsland is de verdediging van zijn posities in Centraal Europa een kwestie van levensbelang en het moet zich bewapenen tegen een mogelijke agressie van Sovjet-Rusland die uiteraard niet zal kunnen tegengehouden worden door de grensstaten en ook niet door Polen.» [71]
    Het zoeken naar toenadering tussen Duitsland en Groot-Brittannië komt niet van één kant. De nazi's zelf hechtten er groot belang aan. Churchill geeft in zijn memoires verslag van een gesprek in 1937 [72] met von Ribbentrop.
    «Het belangrijkste punt van de verklaringen die hij me deed was dat Duitsland vriendschap zocht met Engeland.(..) Duitsland zou de grootsheid en de integriteit van het Britse imperium erkennen. Het kon wel de teruggave opeisen van de Duitse kolonies maar dat was natuurlijk geen hoofdzaak. Wat Duitsland vroeg, was dat Groot-Brittannië vrij spel zou geven in Oost-Europa. Het had een «Lebensraum» nodig, een vitale ruimte voor zijn groeiende bevolking. Daarom zouden Polen en de corridor van Danzig terug moeten ingenomen worden. Oekraïne en Biëlorusland waren onontbeerlijk voor de toekomst van een Duits rijk dat zo'n 70 miljoen zielen telde. Met minder zou het niet volstaan. Alles wat men vroeg aan het Britse Gemenebest en imperium was, niet tussen te komen.
        «Ik antwoordde onmiddellijk dat ik er zeker van was dat de Britse regering nooit zou aanvaarden vrij spel te laten aan Duitsland in Oost-Europa. Het is ongetwijfeld juist dat wij op slechte voet stonden met Sovjet-Rusland en dat wij het communisme evenzeer verachtten als Hitler. Maar het was zeker dat, zelfs als Frankrijk er buiten viel, Groot-Brittannië zijn interesse niet zou laten vallen voor het lot van het continent in de mate dat Duitsland in staat zou zijn zijn heerschappij uit te strekken over Midden- en Oost-Europa.
        «Von Ribbentrop die naar de kaart stond te kijken, draaide zich plots om en zei: «In dit geval is de oorlog onvermijdelijk. Er is geen andere uitweg. De Führer is vastbesloten. Niets zal hem tegenhouden en niets zal ons tegenhouden.» [73]

    9. De Anschluss van Oostenrijk

       |Top
    Na de nazimoord op Dolfuss (25 juli 1934) volgt Schuschnigg hem op als kanselier. Er blijven nauwe banden bestaan met Italië. Vooraleer met Duitsland een akkoord af te sluiten gaat Schuschnigg in juni '36 zelfs eerst de instemming vragen van Mussolini. Op 11 juli wordt een Duits-Oostenrijks akkoord gesloten: Duitsland erkent de volledige soevereiniteit van Oostenrijk; beide staten zullen zich niet mengen in elkaars binnenlandse aangelegenheden. In een geheime clausule wordt wel bepaald dat Oostenrijk rekening zal houden met het feit dat het een «Duitse staat» is. Wat concreet betekent dat Duitsland beslist over de buitenlandse en vooral de economische betrekkingen van Oostenrijk. Het akkoord is een belangrijke diplomatieke overwinning voor de nazi's. Even belangrijk zijn de concrete «culturele» akkoorden die ermee samengaan. Vijf Duitse (nazi-)kranten mogen vrij in Oostenrijk verspreid worden -- er mogen ook vijf Oostenrijkse in Duitsland verspreid worden, maar daar is weinig boodschap aan. De Oostenrijkse nazipartij mag weer vrij werken. Een groot deel gevangen nazi's worden op vrije voeten gesteld. Twee nazi-sympathisanten worden opgenomen in de Oostenrijkse regering, waaronder Guido Schmidt op de post van Buitenlandse Zaken. Waar dit akkoord voor een verblinde buitenwereld nog de schijn kan hebben dat het de onafhankelijkheid van Oostenrijk garandeert, voor Schuschnigg en de leidende kringen is het duidelijk een belangrijke stap op weg naar de Anschluss.
        De inlijving van Oostenrijk bij het Derde Rijk is grondig voorbereid door de grote Duitse banken. We citeren uit het hierboven reeds beschreven OMGUS-rapport over de Dresdner Bank.
    «Met de machtsovername door de nazi's werd de [internationale] expansie van de Dresdner Bank versneld. Zijn buitenlandse aktiviteit was nu een vast onderdeel van het nationaal-socialistische plan om Europa te overheersen.(..)
    «De Dresdner Bank was de enige aandeelhouder van de Mercurbank in Wenen. Deze invloed werd benut om een economische integratie te realiseren die de politieke integratie zal volgen. Op 13 juli 1937 schrijft Wilhelm Kepler, economisch raadgever van Hitler aan Carl Goetz, voorzitter van de de Raad van Toezicht van de Dresdner Bank: «Vorige week sprak ik met de Führer over de betrekkingen met Oostenrijk. Het gesprek kwam op de economische steunpunten die Duitsland in Oostenrijk heeft. De Führer verdedigde duidelijk het standpunt dat wij deze steunpunten, en dan vooral de Mercurbank, moeten behouden en versterken; dat het in deze omstandigheden meer dan nodig is de Arisierung [74] van de Mercurbank door te voeren omdat we anders het gewenste doel niet kunnen bereiken.» 's Anderendaags reeds antwoordt Carl Goetz: «Ik geloof dat er geen enkele twijfel over kan bestaan dat onze bank het eens is met het na te streven doel van de Arisierung van de Mercurbank en de versterking van de Duitse steunpunten.» [75]
    Otto von Habsburg is de troonpretendent van Oostenrijk. Hij verblijft in België en alleen zijn voornaam is hier van belang. Die wordt namelijk gebruikt om het militaire plan -- het «Fall-Otto» -- mee aan te duiden dat vanaf 24 juni 1937 door maarschalk von Blomberg is verspreid en dat zal toegepast worden «in geval zou getracht worden de monarchie te herstellen in Oostenrijk. Dan zal Oostenrijk met geweld gedwongen worden af te zien van deze restauratie. In dit geval zullen wij gebruik maken van de interne tegenstellingen onder het Oostenrijkse volk en zullen wij tot in Wenen optrekken en alle weerstand breken.»[76]
        Op 5 november precisert Hitler in een beperkte vergadering van militaire leiders, zijn plannen. Hitler hecht veel belang aan deze vergadering en zijn uiteenzetting, een monoloog van vier uur.
    «Wanneer ik zou sterven, dan moet wat nu zal gezegd worden, beschouwd worden als mijn testament.(..)
        «Het doel van de Duitse politiek is zekerheid verschaffen aan ons ras: zijn bestaan en zijn ontwikkeling vergemakkelijken. Het is dus een kwestie van Lebensraum. De Duitsers hebben recht op een grotere Lebensraum dan de andere volkeren. De toekomst van Duitsland hangt volledig af van de oplossing van dit probleem. Waar kunnen we die Lebensraum vinden? Niet in een verre kolonie in Afrika of Azië, maar in het hart van Europa, in de onmiddellijke nabijheid van het Rijk. Het probleem stelt zich voor Duitsland dus als volgt: waar kan het het grootste voordeel halen aan de laagste prijs?
        «Twee landen, blind van haat, versperren de weg voor Duitsland: Engeland en Frankrijk. Beide landen zijn tegen elke nieuwe versterking van de posities van Duitsland. Het Britse imperium is niet onwankelbaar. Er zijn zelfs een aantal zwakke punten aan te wijzen: de moeilijkheden met Ierland en Indië, de rivaliteit met Japan in het Verre Oosten en met Italië in de Middellandse Zee. Frankrijk is er beter aan toe dan Groot-Brittannië, maar Frankrijk zal zich geconfronteerd zien met interne politieke problemen. Groot-Brittannië, Frankrijk en Rusland moeten beschouwd worden als machtsfactoren in onze politieke berekeningen.
        «Het is bijna zeker dat Groot-Brittannië en Frankrijk reeds stilzwijgend Tsjechoslovakije van de kaart van Europa hebben geschrapt. De problemen die Groot-Brittannië heeft in zijn imperium en het vooruitzicht opnieuw in een oorlog zonder uitzicht met Duitsland verwikkeld te raken, zullen beslissende redenen zijn waarom het niet zal meedoen in een oorlog tegen Duitsland. De houding van Groot-Brittannië zal niet zonder invloed zijn voor deze van Frankrijk. Het is weinig waarschijnlijk dat Frankrijk, zonder steun van Engeland en in het vooruitzicht dat zijn offensief gestopt wordt op onze Westwall, zich zal wagen aan een aanval. Temeer daar het België en Nederland niet kan binnenvallen zonder Britse steun. Het blijft niettemin noodzakelijk een sterke verdediging te laten op onze Westgrens terwijl we onze aanval tegen Tsjechoslovakije en Oostenrijk uitvoeren.
        «Ik denk dat de Sovjet-Unie niet zal tussenkomen omwille van de houding van Japan, en Italië zal geen enkel bezwaar maken tegen de uitschakeling van de Tsjechen.» [77]
    De Oostenrijkse nazi's, direct geleid en gesteund vanuit Berlijn, gebruiken vanaf juli 1936 alle mogelijkheden die hen door het Duits-Oostenrijkse akkoord geboden werden. Ze gaan zelfs een flinke stap verder: met bom- en moordaanslagen wordt een klimaat van terreur geschapen dat de Oostenrijkse regering en het «Nationale Front», de austro-fascisten van Schuschnigg, ondermijnt. Schuschnigg gaat bij Mussolini steun zoeken, maar belandt bij de advokaat van de duivel om zijn biecht te spreken.
        Als von Ribbentrop op 6 november 1937 Mussolini ontmoet voor de ondertekening van het anti-Kominternpact, is het standpunt van de duce flink bijgedraaid in vergelijking met zijn bekommernis op de Stresaconferentie.
    «Oostenrijk is Duits van ras, taal en cultuur. Italië voelt zich niet geroepen de waakhond te spelen over de onafhankelijkheid van Oostenrijk, zeker niet als de Oostenrijkers dat zelf niet meer willen. De belangen van Italië in deze kwestie zijn niet meer dezelfde als enkele jaren terug. Het Italiaanse imperium richt zijn inspanningen nu naar de Middellandse Zee en naar de kolonies.» [78]
    In januari 1938 ontdekt de Oostenrijkse politie een plan van de nazi's om in de lente via een zelf uitgevoerde moordaanslag op von Papen de macht te grijpen in Oostenrijk. De nazipartij wordt opnieuw verboden en verschillende kopstukken gevangen gezet. Hitler laat zijn plannen niet doorkruisen en gaat brutaal in de tegenaanval. Op 12 februari ontbiedt -- dit woord is te vriendelijk; hij beveelt gewoon -- hij Schuschnigg bij zich in Berchtesgaden. Schusschnigg wordt er als een beschuldigde en gevangene behandeld. Hij krijgt een ultimatum voorgeduwd: hij moet de leider van de Oostenrijkse nazi's, Seyss-Inquart als minister van Binnenlandse Zaken in de regering opnemen en een andere nazi, Glaise-Horstenau als minister van Oorlog. Het verbod op de nazipartij moet opgeheven worden en alle nazi's moeten vrijgelaten worden. Er moet een nauwe samenwerking komen tussen het Duitse en Oostenrijkse leger. De integratie van het Oostenrijkse economische systeem in dat van Duitsland zal aangepakt worden, daartoe moet de nazi Fischboeck minister van Financiën worden.
    Hitler: «Meneer Schuschnigg, hier valt niet over te discussiëren, ik verander er geen jota aan. Ofwel tekent u nu onmiddellijk zoals het is en voert u de voorwaarden uit binnen een termijn van drie dagen, ofwel geef ik mijn troepen bevel Oostenrijk binnen te vallen.» [79]
    Schuschnigg geeft toe en tekent. Toch doet hij nog een ultieme poging om de volledige Anschluss te vermijden. Op 9 maart 1938 kondigt hij voor de 13° een referendum aan over al of niet aansluiting bij Duitsland. Hitler heeft blijkbaar schrik van de uitslag daarvan -- onterecht zal blijken -- en zet zijn annexatiemachine in gang.
        Op 11 maart beveelt Seyss-Inquart dat het referendum moet worden geannuleerd. De ministerraad geeft toe. Vanuit Berlijn beveelt Göring dan per telefoon dat Schuschnigg ontslag moet nemen en vervangen worden door Seyss-Inquart. De Oostenrijkse president Miklas weigert eerst maar om 23 uur geeft hij ook toe.
        In de nacht van 11 op 12 maart doet Seyss-Inquart, de nieuwe kanselier van Oostenrijk, beroep op de Duitse troepen die op 12 maart 's middags de Oostenrijkse grenzen oversteken. Op 13 maart bevestigen een Oostenrijkse en een Duitse wet de eenheid tussen de twee landen.
        De nazimachine wordt onmiddellijk in werking gezet. In enkele weken tijd worden in Wenen alleen 79.000 mensen gevangen genomen. Onmiddellijk wordt begonnen met de bouw van een gigantisch concentratiekamp in Mauthausen. 10.000 joden worden opgepakt, hun eigendommen aangeslagen of gewoon gestolen. [80] [81]
        Wat de reacties op de Anschluss in het Westen betreft, kunnen we bijzonder kort zijn: er gebeurt nagenoeg niets. Mussolini is eerst wat kwaad omdat hij niet verwittigd was, maar hij antwoordt niet eens op een vraag om hulp van Schuschnigg. In Frankrijk is de regering-Chautemps ontslagnemend. 's Avonds komt er een protestverklaring en daar zal het bij blijven. Chamberlain telegrafeert naar zijn ambassadeur in Wenen met de boodschap niet aan te sporen tot verzet. Hij verklaart op 14 maart voor het Britse parlement: «Het is een onbetwistbaar feit dat niets kon verhinderen wat in Oostenrijk is gebeurd tenzij ons land en anderen met ons beslist hadden geweld te gebruiken.»[82] Hij voegt er meteen aan toe dat de Britse regering categorisch weigert zich te verbinden tot steun aan Tsjechoslovakije in geval dit land zou aangevallen worden; dat de Britten zelfs Frankrijk niet zullen bijspringen wanneer dit zou gevraagd worden zijn verplichtingen na te leven die volgen uit het Frans-Tsjechische pact. [83] [84]
        De mogelijkheid om enig gezamenlijk initiatief te nemen of via de Volkenbond iets te ondernemen, wordt door de westerse landen niet eens overwogen. [85] Vermelden we nog dat Hitler op 12 maart felicitatietelegrammen krijgt voor zijn Anschluss, van de Hongaarse, Joegoslavische en Poolse regering.
    Op 17 maart 1938 geeft Litvinov op een persconferentie in Moskou het standpunt van de Sovjetregering.
    «De Sovjetregering heeft steeds onderlijnd dat internationale passiviteit en het ongestraft laten van agressie, al is het maar één enkele keer, noodzakelijk zou leiden tot herhaling van dergelijke gevallen.(..) Een nieuwe bevestiging is de gewapende invasie in Oostenrijk.(..)
        «Er is een bedreiging ontstaan voor de nationale integriteit, in elk geval voor de politieke, economische en culturele onafhankelijkheid van de kleine naties. Hun onderwerping zou onvermijdelijk de voorwaarden scheppen om de grote landen te bedreigen en en zelfs om ze aan te vallen. Nu is op de eerste plaats Tsjechoslovakije bedreigd. Aangezien agressie besmettelijk is groeit het gevaar dat nieuwe internationale conflicten zullen ontstaan, wat reeds te merken valt aan de alarmerende situatie die is geschapen aan de Pools-Litouwse grens.
        «Ik kan verklaren, in naam van de Sovjetregering, dat deze zoals voorheen bereid is deel te nemen aan collectieve acties die ze zelf mee beslist en die tot doel hebben de verdere ontwikkeling van de agressie te stoppen en het toegenomen gevaar van een nieuwe wereldslachting te keren. Zij is bereid onmiddellijk met andere mogendheden, binnen het kader van de Volkenbond of daarbuiten, de maatregelen te onderzoeken die zich in de huidige omstandigheden opdringen.» [86]
    De Britse regering stuurt op 24 maart een schriftelijk antwoord:
    «De regering van Hare Majesteit zou een internationale conferentie hartelijk verwelkomen waar alle Europese staten hun vertegenwoordiger zouden sturen en waar het dus mogelijk zou zijn om vriendschappelijk te discussiëren en misschien eindelijk de problemen te regelen die men beschouwt als het meest bedreigend voor de vrede. Een conferentie waar slechts bepaalde Europese mogendheden zouden aan deelnemen en die tot doel zou hebben niet zozeer de hangende problemen te regelen maar wel een gemeenschappellijke actie tegen de agressie te organiseren, zou niet noodzakelijk een gunstig effect hebben op de vredesperspectieven in Europa. Dat is de mening van de regering van Hare Majesteit.» [87]
    In de nacht van 10 op 11 maart 1938, wanneer alle aandacht is toesgespitst op Oostenrijk, lokt Polen een incident uit aan de Litouwse grens waar een grote Poolse troepenmacht geconcentreerd is. De Poolse krant Przeglad Powszechny schrijft:
    «De Poolse publieke opinie voelt instinctief aan dat wij compensatie moeten krijgen voor de Anschluss.(..) Litouwen heeft een zeer grote betekenis omwille van de geopolitieke ligging.» [88]
    Op 17 maart laat de Poolse premier Beck aan Göring weten dat als de Poolse troepen Litouwen binnentrekken, er rekening zal gehouden worden met de belangen van Duitsland in Klaipèda. Diezelfde dag schrijft von Ribbentrop: «Als er een conflict ontstaat tussen Polen en Litouwen, moeten wij onmiddellijk de streek van Klaipèda bezetten. De noodzakelijke maatregelen daartoe zijn reeds genomen.»[89] Generaal Keitel, chef van de Wehrmacht, had op de kaart al precies aangeduid welke gebieden de Duitsers moesten bezetten: het was flink wat méér dan Klaipèda!
        Op 16 maart 1938 verwittigt Litvinov de Poolse ambassadeur dat de Sovjet-Unie niet leidzaam zal toekijken als Litouwen bedreigd wordt. Op 18 maart herhaalt hij de waarschuwing nog eens. Polen bindt in en waagt geen invasie in Litouwen.
     
    Voetnoten     |Top

    1 . DGFP, ser. C., v. II, p. 145 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 47.
      |  Terug



    2 . Hermann Rauschning, Hitler m'a dit, Paris, 1939, p. 140.
      |  Terug


    3 . «Zonder deze landen zouden wij de rol moeten spelen van een onbetekenend schiereiland aan de grens van Europa», verklaarde Mussolini, begin 1933.
    J.-B. Duroselle, op. cit., p. 170.
      |  Terug

    4 . J.-B. Duroselle, op. cit., p. 162.
      |  Terug

    5 . Op 6 februari 1933 had de Sovjet-Unie op de ontwapeningsconferentie dergelijke resolutie voorgesteld. Iedereen was voor, uitgezonderd Duitsland, Japan, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten.
      |  Terug

    6 . De Sovjet-Unie, Tsjechoslovakije, Roemenië, Joegoslavië, Estland, Letland, Litouwen, Polen, Turkije, Iran en Afghanistan. Het valt te noteren dat Finland ontbreekt.
      |  Terug

    7 . DGFP, ser. C, v. II, pp. 773-734 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 48.
      |  Terug

    8 . Documents de la politique extérieure de l'URSS, T. XVI, p. 876 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 54.
      |  Terug

    9 . Frankrijk had al een dergelijk pact met Polen en Tsjechoslovakije.
      |  Terug

    10 . DGFP, ser. C, v. III, p. 146 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 57.
      |  Terug

    11 . J.-B. Duroselle, op. cit., p. 179.
      |  Terug

    12 . Barthou had in juni een akkoord getekend waarin het voor Frankrijk en Duitsland verboden was rechttreeks of onrechtsreeks in de referendumcampagne tussen te komen
      |  Terug

    13 . J.-B. Duroselle, op. cit., p. 178.
      |  Terug

    14 . Igor Ovsiany, Les origines de la Seconde Guerre mondiale, Moscou, 1984, p. 37.
      |  Terug

    15 . Léon Noël, Les illusions de Stresa, L'Italie abandonnée à Hitler, Paris, 1975, p. 73.
      |  Terug

    16 . Churchill, die wel enige kennis terzake heeft, maakt deze analyse.
    Churchills memoires, op. cit., p. 128.
      |  Terug

    17 . DGFP, ser. C, v. IV, p. 356 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 64.
      |  Terug

    18 . 353 stemmen voor, 164 tegen en 100 onthoudingen
      |  Terug

    19 . W.L. Shirer, op. cit., p. 383.
      |  Terug

    20 . Ibidem, p. 384.
      |  Terug

    21 . De Launay J., op. cit., p. 179.
      |  Terug

    22 . W.L. Shirer, op. cit., p. 386.
      |  Terug

    23 . Ibidem, p. 386.
      |  Terug

    24 . Na de oorlog zal de Duitse generaal Jodl verklaren: «In de situatie waarin onze troepen zich bevonden, waren de Franse bewakingstroepen in staat ons in mootjes te hakken.»
    W.L. Shirer, op. cit., p. 386.
      |  Terug

    25 . J.-B. Duroselle, op. cit., p. 194; W.L. Shirer, op. cit., p. 385.
      |  Terug

    26 . Philippe Bourdel, Nous avons fait Adolf Hitler, Paris, 1983, pp. 91-92.
      |  Terug

    27 . W.L. Shirer, op. cit., p. 289.
      |  Terug

    28 . Ph. Bourdel, op. cit., p. 92.
      |  Terug

    29 . Flandin is de Franse minister van Buitenlandse Zaken; Bullitt de Amerikaanse ambassadeur te Parijs.
      |  Terug

    30 . Ph. Bourdel, op. cit., p. 96.
      |  Terug

    31 . J.-B. Duroselle, op. cit., p. 195.
      |  Terug

    32 . Foreign Relations of the United States, 1936, vol. 1, p. 217 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 83.
      |  Terug

    33 . J.-B. Duroselle, op. cit., p. 195.
      |  Terug

    34 . Ibidem
      |  Terug

    35 . W.L. Shirer, op. cit., p. 387.
      |  Terug

    36 . Public Record Office, Cab. 27/626, pp. 84-89 en Cab. 27/622, pp. 50-61 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 83.
      |  Terug

    37 . Ph. Bourdelle, op. cit., p. 152.
      |  Terug

    38 . J.-B. Duroselle, op. cit., p. 196.
      |  Terug

    39 . Archives de la politique étrangère de l'URSS, f. 059, inv. 1, d. 1626, f. 73 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 84.
      |  Terug

    40 . Het is opvallend hoe de Franse historici veel meer belang hechten aan dit feit, dan bijvoorbeeld de Britse. We citeren daarom de Nederlandse historicus E.H. Kossmann.
    «Veel Belgen en Belgische politici zagen met afkeer de totstandkoming van het Frans-Russisch pact van 1935; die afkeer groeide sterk toen in het begin van 1936 het Franse Volksfront de kans scheen te krijgen de regering in handen te nemen en dat in juni ook deed. Niet alleen het wantrouwen van de katholieken en de Vlamingen tegenover Frankrijk werd hierdoor groter, ook bij de liberalen, die tot nu toe de op Frankrijk steunende buitenlandse politiek steeds hadden verdedigd, ontstonden ernstige twijfels over de wenselijkheid ervan. En hoe rechts, hoe anticommunistisch en zelfs antidemocratisch delen van de publieke opinie in 1936 waren, bleek uit de verbazingwekkende verkiezingsoverwinning van de Belgische fascistische partij, Rex, op 24 mei: bij haar eerste optreden behaalde zij al 11,5 % van de uitgebrachte stemmen.(..)
        «De herziening ging samen met de zeldzaam felle campagne waarmee de rechtse pers in België het Frans-Russische verdrag en het Volksfront aanklaagde als een samenzwering van joden, vrijmetselaars en communisten tegen het vredelievende Derde Rijk.»
    E.H. Kossmann, De Lage Landen 1780-1980, D.II, Amsterdam / Brussel, 1986, pp. 64-65.
      |  Terug

    41 . Belgique. La relation officielle des événements 1939-1940, London, 1941, pp. 57-59.
      |  Terug

    42 . In augustus '38 schrijft de Franse militaire attaché te Brussel:
    «Het lijkt erop dat België nog slechts één streefdoel heeft: het juridisch dossier voorbereiden waarmee het na de volgende oorlog zal kunnen bewijzen dat het, net als in 1914, een strikte neutraliteit heeft bewaard ten overstaan van Duitsland.»
    Archives de l'Etat-Major de l'Armée (2° bureau), N° 210/S, 13/08/1938 -- gecit. door Pierre Le Goyet, Munich, pouvait-on et devait-on faire la guerre en 1938?, Paris, 1988, p. 321.
      |  Terug

    43 . J.-B. Duroselle, op. cit., p. 199; W.L. Shirer, op. cit., p. 392.
      |  Terug

    44 . W.L. Shirer, op. cit., p. 392.
      |  Terug

    45 . W.L. Shirer, op. cit., p. 392; La guerre et la révolution en Espagne, 1936-1939, T.1, Moscou, 1968, pp. 198-200.
      |  Terug

    46 . Ph. Bourdelle, op. cit., p. 211.
      |  Terug

    47 . Churchills memoires, op. cit., p. 202.
    Op 6 oktober 1936 stemt 78 % van het congres van de Labour Party tégen steun aan de republikeinen en voor de non-interventie.
      |  Terug

    48 . Aragon, Histoire de l'URSS, 1917-1960, T.2, Monaco, 1962, p. 185.
      |  Terug

    49 . In totaal zullen zo'n 20 à 25.000 internationale vrijwilligers meevechten aan de zijde van de republikeinen.
      |  Terug

    50 . De trust Mitsui produceert 90 % van de petroleum, 92 % van het staal, 70 % van het lood, 30 % van de wapenproduktie en 40 % van de buitenlandse handel. Mitsubishi domineert de scheepsbouw en de tinproduktie; de trusts Sumitomo en Yasuda verdelen onder zich zowat de rest van de Japanse economie.
    Bron: J. de Launay, op. cit., p. 192.
      |  Terug

    51 . Enkele weken later begint de expansietocht van de Japanners in China: Mantsjoerije wordt veroverd en in febbruari 1932 uitgeroepen tot onafhankelijke staat Mantsjoekwo.
      |  Terug

    52 . De provincie Hopeh (Jehol) en Tsachar in Binnen-Mongolië.
      |  Terug

    53 . J.-B. Duroselle, op. cit., p. 332.
      |  Terug

    54 . China heeft het langst van alle landen geleden en gevochten in de Tweede Wereldoorlog. De Japanners hebben er twintig miljoen mensen gedood in de gevechten en bombardementen, of vermoord in de kampen. Het is in China dat de Japanners, in naam en ter ere van hun god-keizer Tenno Haika Hirohito, hun «eigen» methodes van foltering, vernietiging, biologisch oorlogvoeren, experimenten op gevangenen, enzovoort, voor het eerst hebben uitgetest en massaal toegepast.
      |  Terug

    55 . In 1936 is Japan voor 98 % afhankelijk van de invoer voor katoen, voor 92,6 % voor petroleum, 92 % voor lood, 70 % voor aluminium, 48 % voor ijzer, 70,8 % voor tin, 71,8 % voor zink, 40,9 % voor koper.
    Bron: V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., pp. 116-117.
      |  Terug

    56 . Tussen 1937 en 1939 zorgt de USA voor 92,9 % van het koper voor Japan, voor 91,2 % van de auto's en vrachtwagens, voor 60,6 % van de petroleum, voor 48,5 % van de machines en werkruigen, voor 41,6 % van het staal.
    Bron: V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit. p. 117.
    Het is niet voor niets dat Japan tot 7 december 1941 wacht om de oorlog uit te lokken met de Verenigde Staten.
      |  Terug

    57 . In maart 1938 is volgend oorlogsmateriaal uit de Sovjet-Unie al in China geleverd: 297 vliegtuigen, 82 tanks, 425 kanonnen en mortieren, 1.825 mitrailleurs, 360.000 obussen, 10 miljoen kogels.
    Bron: V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 126.
      |  Terug

    58 . J. Grew, Ten Years in Japan, New York, 1944, p. 221 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 127.
      |  Terug

    59 . I documenti diplomatici italiani, serie 8, vol. 12, pp. 37-38 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 268.
      |  Terug

    60 . De streek van Chalchyn Gol.
      |  Terug

    61 . Op 6 november zal een nieuw handelsakkoord tussen Groot-Brittannië en Italië afgesloten worden, op identieke voorwaarden als deze die waren overeengekomen voor de Italiaanse verovering van Ethiopië. Op 2 januari 1937 wordt tussen beide landen een nieuw akkoord afgesloten over de sterkte en faciliteiten van beide vloten in de Middellandse Zee.
      |  Terug

    62 . J.-B. Duroselle, op. cit., p. 203.
      |  Terug

    63 . In 1937 is 58 % van de Bulgaarse export, 49 % van de Roemeense, 44 % van de Hongaarse en 42 % van de Joegoslavische, bestemd voor Duitsland.
    Bron: J. de Launay J., op. cit., p. 184.
      |  Terug

    64 . Ciano's Diplomatic Papers, London, 1948, pp. 57-59 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 98.
      |  Terug

    65 . Hetzelfde gebeurt met de Poolse leiders. In januari 1935 heeft Göring tijdens een jachtfestijn in Polen een onderhoud met Pilsudski. De Poolse ambassadeur te Berlijn, Lipski, geeft verslag van dit gesprek. Göring:
    «Duitsland zou in de toekomst uitbreiding moeten vinden in een of andere richting. Met het akkoord van Polen zou Duitsland deze expansie kunnen realiseren naar het Oosten. Er zouden invloedsferen kunnen afgebakend worden: Oekraïne voor Polen, en het Noord-Oosten [de Baltische Staten] voor Duitsland. Wat Litouwen betreft kan er een zekere tegemoetkoming zijn in het voordeel van Polen.»
    Documents et matériaux relatifs à l'histoire des relations soviéto-polonaises, T. VI, p. 250 -- gecit. door V. Sipols & Kharlamov. M., op. cit., p. 99.
      |  Terug

    66 . Pravda, 10 november 1937 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 103.
      |  Terug

    67 . E. von Weiszäcker E., Memoirs, Chicago, 1957, p. 126 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 136.
      |  Terug

    68 . I. Maïski, Souvenirs d'un ambassadeur soviétique, Tome 2, Moscou, 1964, p. 432 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 133.
      |  Terug

    69 . DMDGM, T. I, Moscou, 1948, pp. 14-45.
      |  Terug

    70 . Public Record Office, Cab. 23/90, p. 168 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 136.
      |  Terug

    71 . DMDGM, T. I, op. cit., pp. 51-68.
      |  Terug

    72 . Churchill geeft geen preciesere datum.
      |  Terug

    73 . Churchills memoires, op. cit., p. 210.
      |  Terug

    74 . «Arisierung» staat voor het uitzuiveren van de joden en vervangen door nazigetrouwe Duitsers.
      |  Terug

    75 . OMGUS, op. cit., pp. 11-12.
      |  Terug

    76 . W.L. Shirer, op. cit., p. 401.
      |  Terug

    77 . Ibidem, p. 403.
      |  Terug

    78 . J.-B. Duroselle, op. cit., p. 211.
      |  Terug

    79 . W.L. Shirer, op. cit., p. 434.
      |  Terug

    80 . Door de Anschluss van Oostenrijk met zijn 6.786.000 inwoners bereikt het Derde Rijk een totaal van 73.860.000; Frankrijk heeft er dan 42 miljoen, Italië 43 miljoen en Groot-Brittannië 47 miljoen. Duitsland kan een actief leger op de been houden van meer dan 1 miljoen soldaten (tegenover 740.000 in 1914).
    Bron: P. Le Goyet, op. cit., p. 22.
      |  Terug

    81 . Volgen we nog even de ontwikkeling van de Dresdner Bank na de Anschluss. De Mercurbank te Wenen wordt de uitvalsbasis voor verdere verovering. Alle filiales van de Banque des Pays de l'Europe Centrale worden -- onder de nodige druk -- opgekocht en deze bank moet een clausule tekenen dat hij gedurende 25 jaar geen activiteit meer zal ontplooien in Oostenrijk noch Duitsland. Zes maand later volgt de bank de nazilegers op de voet in Tsjechoslovakije. (Maar wie volgt wie in feite?) 32 van de 38 filiales van de Boheemse Verrekeningsbank en 4 van de Zivnostenka Bank in Praag worden overgenomen. Daardoor zijn beide zo verzwakt dat ze gedwongen zijn zich te laten fusioneren met de Banque des Pays de l'Europe Centrale en de Mercurbank tot de nieuwe Länderbank van Wenen. Dit wordt een bastion voor de hegemonie over de rest van de Donau- en Balkanlanden.
    Bron: OMGUS, op. cit., p. 13.
      |  Terug

    82 . W.L. Shirer, op. cit., p. 465.
      |  Terug

    83 . Ibidem, p. 466.
      |  Terug

    84 . In april kan Chamberlain eindelijk op bezoek gaan bij Mussolini en er op 16 april 1938 het al lang nagestreefde vriendschaps- en samenwerkingsakkoord ondertekenen.
      |  Terug

    85 . Wat de militaire kracht van Duitsland op dat moment betreft, volgende anekdote: Hitler wil zo snel mogelijk zijn triomfantelijke intrede in Wenen doen maar dat moet uitgesteld worden tot 14 maart omdat de befaamde pantserdivisie, het «kruim» van de nieuwe Wehrmacht, voor 70 % in panne staat op de -- nochthans vrij vlakke -- wegen van Salzburg en Passau naar Wenen.
      |  Terug

    86 . DMDGM, T.1, op. cit., p. 92.
      |  Terug

    87 . Ibidem, p.92.
      |  Terug

    88 . Przeglad Powszechny, N° 4/1938, gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 141.
      |  Terug

    89 . Akten zur deutschen auswärtigen Politik, Bd. V, p. 362 -- gecit. door V. Sipols & M. Kharlamov, op. cit., p. 142.
      |  Terug