Terug naar:
  • www.katardat.org
  • inhoudsoverzicht van Het Pact
  • 22-01-2002
    Het Sovjet-Duitse niet-aanvalspact
    van 23 augustus 1939 | Politieke zeden in het interbellum

    Lieven SOETE | Brussel  | 1989 | © Uitgeverij www.epo.be
    Reacties naar: lievensoete@katardat.org
    Hoofdstuk 3
    Het nationaal-socialisme aan de macht in Duitsland
  • München, de jaren '20: bakermat van het nazisme
  • Het ideeëngoed van Hitler in 'Mein Kampf'
  • "Duitsland moet zorgen voor een 'bodempolitiek' naar het Oosten"
  • De nationaal-socialisten (nazi's) veroveren de macht
  • 30 januari 1933: Hitler krijgt de macht
  • 28 februari 1933: brand van de Reichstag
  • Kenmerken van het naziregime:
  • Continuïteit met de Weimarrepubliek
  • Agressief imperialisme
  • Gecentraliseerde oorlogseconomie
  • Antimarxisme en anti-arbeiders
  • Steun van een brede massabeweging
  • Totalitair systeem en ideologie
  • Terug naar slavendom en lijfeigenschap
  • Terreur als politiek
  • Racisme en antisemitisme
  • Karakter van het naziregime: een tweesnijdend mes
  • Voetnoten

    Bij elk verhalend hoofdstuk geven we de belangrijkste bronnen aan waarme we het verhaal hebben opgebouwd. Alle feiten komen uit een van de betrokken publicaties. Voor dit hoofdstuk zijn dat:

  • Charles Bettelheim, L'économie allemande sous le nazisme, Paris, 1971 [1945];
  • André Brissaud, Les SS, Toute l'histoire de l'Ordre Noir, Verviers, 1968;
  • Alan Bullock, Adolf Hitler ou les mécanismes de la tyrannie, Tomes 1 & 2, Verviers, 1980 [1952];
  • Paul-Marie De la Gorce, La prise du pouvoir par Hitler, 1928-1933, Paris, 1983;
  • William L. Shirer, Le Troisième Reich, des origines à la chute, Tome 1, Paris, 1961.
  • Hitler in München  ¬   |Top
    Adolf Hitler werd op 20 april 1889 geboren in Braunau am Inn, een Oostenrijks dorpje vlak bij de Beierse (Duitse) grens. Van 1909 tot 1913 verblijft hij in Wenen als een zwerver; hij ontwikkelt daar een afkeer en haat tegen de joden en de marxisten. In 1913 trekt hij naar München waar hij een jaar later dienst neemt in het Duitse leger. Hij belandt aan het front in de Belgische Westhoek (Ieper) en Noord-Frankrijk, wordt tweemaal gewond en tweemaal gedecoreerd.

    Na de oorlog is Hitler terug in München en maakt er de revolutie mee en de Freistaat Beieren onder leiding van de joodse schrijver Kurt Eisner. Deze populaire leider wordt vermoord en op 1 mei 1919 maken de troepen uit Berlijn, gesteund door Freikorpsen, honderden doden in München. Hitler vindt een job: hij wordt agent van de militaire inlichtingendienst die de verantwoordelijken zoekt van de Beierse revolutie. Zo vindt hij een klein groepje, de 'Duitse Arbeiderspartij' (DAP), waarvan hij lid Nr.7 wordt. Zij werd opgericht 'om het marxisme van de vakbonden te bekampen en om een 'juiste' vrede voor Duitsland af te dwingen'.

    Op 24 februari 1920 houdt Hitler zijn eerste openbaar optreden. Hij maakt er het '25-punten-programma van de DAP' bekend en doet dat goed: hij ontpopt zich als een bekwame agitator. Punt 1 van dit programma: alle Duitsers moeten verenigd worden in één Groot Duitsland. Punt 2 eist de afschaffing van het verdrag van Versailles. Punt 25: er moet 'een sterk centraal gezag van de staat komen'. Verder: de Duitse joden moeten verjaagd worden uit de openbare ambten en de pers, en hun burgerrechten moeten ontnomen worden. Daarnaast bevat het programma ook een reeks sociale eisen: afschaffing van de inkomens die niet uit arbeid komen; nationalisering van de grote kartels; grotere belastingen voor de grote ondernemingen; afschaffing van de landbouwpacht en van de grondspeculatie; onteigening van grootwarenhuizen. Tot slot nog de eis om de doodstraf in te voeren voor 'verraders, woekeraars en profiteurs'. Met hetzelfde programma wordt de DAP op 1 april 1920 omgevormd tot 'National-Sozialistische Deutsche Arbeiter Partei' (NSDAP).

    Op 14 maart 1920, op hetzelfde ogenblik als in Berlijn de putsch van Wolfgang Kapp plaatsgrijpt1 , wordt in München de sociaal-democratische regering van Hoffmann omvergeworpen door Freikorpsen en het leger en komt er een rechts regime, geleid door graaf Gustav von Kahr. München wordt een verzamelpunt van allerlei nationalistische en rechtse groepen en elementen. In deze periode richt Hitler de eerste knokploegen op (Ordnertruppe), eerst nog vermomd als sportkringen. Op 5 oktober 1921 worden dit de 'Sturmabteilung' (S.A.) met bruin militair uniform. Ze wordt vooral gerecruteerd uit de Freikorpsen en kan zich in Beieren nagenoeg ongehinderd ontplooien. In 1920 zien we reeds een aantal latere kopstukken van de nazi's bijeen in München: Ernst Röhm, Rudolf Hess, Alfred Rosenberg en Hermann Göring.2

    In januari 1923 zijn Frans-Belgische troepen het Ruhrgebied binnengetrokken. Op 26 september kondigt kanselier Ebert aan dat het verzet in de Ruhr wordt opgegeven en dat de Franse voorwaarden worden aanvaard. Tegelijk wordt de uitzonderingstoestand afgekondigd en krijgt het leger onder de leiding van generaal von Seeckt onbeperkte macht (tot februari 1924).3In München is von Kahr het niet eens met de capitulatie van Berlijn tegenover de Fransen en krijgt hij dictatoriale macht. Beieren erkent het gezag van Berlijn niet langer. Een nieuwe afscheiding geleid door de extreem-rechtsen ditmaal is dreigend.

    Hitler denkt een kans te zien om met de steun van het opstandige Beieren op te rukken naar Berlijn. Het voorbeeld van Mussolini met zijn mars op Rome (28 oktober 1922), werkt aanstekelijk. Op 8 november nemen de nazi's von Kahr en zijn ploeg gegijzeld.4 'De nationale revolutie is begonnen. De regeringen van Beieren en van het Reich zijn omvergeworpen. Er is een voorlopige nationale regering gevormd', schreeuwt Hitler.5 Uiteindelijk mislukt het hele opzet door tussenkomst van plaatselijke politietroepen, waarbij zestien doden vallen. Hitler wordt gearresteerd en tot vijf jaar gevangenis veroordeeld op 1 april 1924. Hij krijgt een vorstelijk gevangenisregime. Na negen maanden is hij weer vrij. Net de tijd om zijn geesteskind uit te broeden.
     
    Adolf Hitler: 'Mein Kampf' - 1925  ¬   |Top
    Vooreerst een lang uittreksel dat in het boek één geheel vormt. Daarin geeft Hitler zijn denkbeelden over de buitenlandse politiek. Hij doet dit aan de hand van een analyse van de strategie van Duitsland voor de Eerste Wereldoorlog.

    'De vraag kan alleen maar zijn: hoe moet het leven der Duitse natie zich in de nabije toekomst ontwikkelen?
    'Duitsland heeft een jaarlijkse bevolkingsaanwas van bijna 900.000 zielen. De moeilijkheid om dit leger nieuwe staatsburgers te voeden moet van jaar tot jaar groter worden. Uiteindelijk zal dit op een catastrofe uitlopen als men geen middelen vindt om tijdig het gevaar van een totale hongersnood te voorkomen. 'Er zijn vier mogelijkheden om aan zulk een ontzettende toekomstige ontwikkeling te ontkomen.

    '1°. Men kan, naar Frans voorbeeld, de toename der geboorten kunstmatig beperken en zodoende de overbevolking tegengaan. De natuur zelf beperkt de bevolkingstoename van bepaalde landen of rassen op een even wijze als meedogenloze manier. De natuur laat de voortplanting vrij maar stelt het voortbestaan zeer zwaar op de proef. Uit een zeer groot aantal individuen zoekt zij de besten uit die waardig zijn om te blijven leven en zo houdt zij het ras en de soort krachtig. De mens echter beperkt de voortplanting en zorgt er krampachtig voor dat ieder wezen dat nu eenmaal geboren is, tot elke prijs ook in leven blijft. Daarmee wordt de grondslag gelegd voor een nakomelingschap dat steeds erbarmelijker moet worden. Het zal er tenslotte op uitlopen dat aan zulk een volk het bestaan op deze aarde zal ontnomen worden. Een sterker geslacht zal de zwakken verjagen. Wie dus het voortbestaan van het Duitse volk wil waarborgen door het zelf zijn vermeerdering te laten beperken, berooft het van zijn toekomst.

    '2°. Een tweede weg zou zijn: de binnenlandse kolonisatie. Ongetwijfeld kan de vruchtbaarheid van de bodem nog worden opgevoerd, maar niet eindeloos. Een deel der gestegen produktie moet trouwens ook dienen ter bevrediging van de gestegen behoeften.

    'Het is toch een onweerlegbaar feit dat er heden ten dage nog altijd onbenut grondgebied in geweldige overvloed is, dat enkel ligt te wachten om in cultuur te worden gebracht. Dit land werd door de natuur niet bewaard als reservegebied voor een bepaalde natie of ras. Het behoort toe aan dat volk dat de kracht bezit om het te veroveren en de vlijt om het te bebouwen. De natuur kent geen politieke grenzen. Zij zet de levende wezens voorlopig op deze aarde neer en kijkt dan toe op het vrije spel der krachten. Diegene die de grootste moed en vlijt blijkt te bezitten, begenadigt zij met het herenrecht op bestaan.

    'In de toekomst zullen er maar twee mogelijkheden zijn. Ofwel wordt de wereld geregeerd volgens de ideeën van onze moderne democratie en dan zullen bij iedere beslissing de numeriek sterkere rassen de doorslag geven, ofwel wordt de wereld beheerd volgens de wetten der natuurlijke krachten en dan overwinnen de volken die de meest brute wil tot leven hebben. Dat deze wereld echter nog eens de verwoedste gevechten om het bestaan der mensheid zal moeten aanschouwen, daarover kan geen twijfel bestaan. Tenslotte is het altijd alleen de drang tot zelfbehoud die overwint.

    'De binnenlandse kolonisatie plaatst de betrokken natie in militair opzicht in een buitengewoon ongunstige positie. De grootte van het gebied dat een volk bewoont is op zich reeds een belangrijke factor ter bepaling van zijn veiligheid. In de territoriale grootheid van een staat ligt reeds een garantie voor het behoud der vrijheid en onafhankelijkheid van het volk, terwijl omgekeerd de kleinheid van een staat als het ware tot overweldiging prikkelt.

    'We wijzen de binnenlandse kolonisatie ook af omdat velen daar een aanval in zien tegen het grootgrondbezit en dat betekent het begin van een algemene strijd tegen het persoonlijke bezit. Dat is volkomen juist maar het is niet erg handig om als argument te gebruiken tegenover de grote massa.

    '3°. Men kan trachten zijn grondgebied uit te breiden om jaarlijks de overtollige miljoenen daarheen te lozen en om de natie verder op basis van de zelfvoorziening te doen voortleven.

    '4°. Tenslotte kan men door handel en industrie voorzien in de behoeften van andere landen en dan van de opbrengst daarvan leven.
    (..)
    'Het verwerven van nieuw grondgebied bezit oneindig veel voordelen, zeker als men niet het heden maar de toekomst in het oog houdt.

    'De mogelijkheid van het behoud van een gezonde boerenstand als fundament der gehele natie kan nooit hoog genoeg gewaardeerd worden. Veel van ons tegenwoordig lijden is alleen het gevolg van de ongezonde verhouding tussen land- en stadsvolk.10 Een sterke en talrijke stand van kleine en middelgrote boeren blijkt nog steeds de beste bescherming tegen de vele sociale ziektes waaraan wij tegenwoordig lijden. Industrie en handel moeten hun leidende plaats die ze innemen ten koste van het algemene welzijn, afstaan. Ze moeten hun normale plaats binnen het algemene bestek van een nationale economie herkrijgen. Zij moeten de gehele voeding, kleding en beschutting van het volk min of meer onafhankelijk maken van het buitenland. Zo helpen ze dus mee de vrijheid en onafhankelijkheid te verzekeren, vooral in moeilijke tijden.
    (..)
    'In de huidige situatie kan zo'n bodempolitiek bijvoorbeeld niet in Kameroen worden toegepast maar nagenoeg uitsluitend nog in Europa. Men moet zich daarbij kalm en nuchter op het standpunt plaatsen dat het zeker niet de bedoeling van de hemel kan zijn, aan het ene volk vijftigmaal zoveel grondgebied te geven als aan het andere.

    'Als er op deze aarde inderdaad voor iedereen ruimte is om te leven, dan dient men ons dus ook het grondgebied te geven dat wij nodig hebben om te kunnen leven. Wanneer dat in goedheid gevraagd wordt, zal men dat natuurijk niet graag doen. Dan treedt echter het recht op zelfbehoud in werking en wat geweigerd wordt zal dan door de vuist moeten worden veroverd.

    'Voor Duitsland ligt dus de enige mogelijkheid tot doorvoering van een gezonde bodempolitiek nog in het verwerven van nieuw land in Europa zelf. Overzeese kolonies kunnen voor dit doel niet dienstig zijn zo lang zij niet geschikt blijken om werkelijk enorme aantallen blanke kolonisten op te nemen.11 Langs vreedzame weg zijn zulke koloniale gebieden echter niet meer te verkrijgen. Ze kunnen dus alleen ten koste van zeer zware strijd veroverd worden. Die strijd zou dan wel doelmatiger uitgevochten worden voor land op het Europese continent zelf in plaats van voor buiten-Europese gebieden. De hele politieke leiding van het Rijk mag dan uitsluitend dit doel voor ogen houden. Er mag niets gedaan worden wat niet direct of indirect dienstbaar is voor deze taak. Men weet dat dit doel alleen door strijd te bereiken is en men moet de strijd met de wapens dan ook rustig en kalm onder ogen zien.

    'Wil men uitbreiding van grondgebied in Europa, dan kan dat normaal alleen ten koste van Rusland. Het nieuwe Rijk moet opnieuw de heirwegen der oude orderidders begaan om door middel van het Duitse zwaard nieuwe aarde te geven aan de Duitse ploeg en dus het dagelijkse brood aan de Duitse natie'.12
    "Duitsland moet zorgen voor een 'bodempolitiek' naar het Oosten"  ¬   |Top
    Bovenstaand citaat komt vooraan in Hitlers boek (na een beschrijving van zijn jeugdjaren). Alle volgende hoofdstukken staan in dienst van deze ene centrale gedachte: Duitsland moet terug gezond en sterk worden om in staat te zijn te zorgen voor deze 'bodempolitiek' naar het Oosten. Het boek eindigt met het actualiseren van dit thema:
    'De onverbiddelijke doodsvijand van het Duitse volk is en blijft Frankrijk. Het heeft geen enkel belang wie in Frankrijk regeert of zal regeren. Engeland wil niet dat Duitsland een wereldmacht wordt, maar Frankrijk wil gewoon geen mogendheid die Duitsland heet! Vandaag strijden wij niet voor een positie als wereldmacht, het gaat nu uitsluitend om het bestaan van ons vaderland en om het dagelijkse brood voor onze kinderen.
    'Engeland is ten strijde getrokken om de Duitse handel en zijn economische en koloniale macht te vernietigen. Dat doel is bereikt, maar iedere verdere vernietiging van Duitsland is in strijd met de Britse belangen. Al driehonderd jaar wordt de geschiedenis van ons continent hoofdzakelijk bepaald door het streven van Engeland een evenwicht in Europa te realiseren. Daarbij moeten de verschillende machten zich zodanig ontwikkelen dat ze wederzijds tegen elkaar opwegen. Zo krijgt Engeland de nodige dekking in de rug voor zijn activiteit op wereldvlak.

    'Als we de kansen voor Duitsland beoordelen om nieuwe bondgenoten te verwerven, dan blijkt dat de enige mogelijkheid ligt in het zoeken van steun bij Engeland. De ondervinding leert echter dat bondgenootschappen die enkel een negatief doel hebben, aan innerlijke zwakte lijden. Het lot van het ene volk kan enkel aan dat van een ander worden geketend als er perspectief is op gemeenschappelijk succes: gemeenschappelijke veroveringen, gebiedsuitbreidingen, of in het kort, een machtsvergroting van beide partijen.
    (..)
    'Wij, nationaal-socialisten, sturen onze buitenlandse politiek bewust in een andere koers dan die welke men voor de oorlog volgde. Wij beginnen opnieuw op de plaats waar men zes eeuwen geleden ophield. Wij maken een einde aan de eindeloze Germaanse emigratie in westelijke of zuidelijke richting, en richten het oog weer op het land in het Oosten.13 Wij breken eindelijk met de koloniale en commerciële politiek van voor de oorlog, en gaan over tot de bodempolitiek van de toekomst.

    'Het kan dus niet anders of wij denken in de eerste plaats aan Rusland en de randstaten die er afhankelijk van zijn. Het lot heeft ons hier blijkbaar een vingerwijzing gegeven door Rusland aan het bolsjewisme over te leveren.

    'Voor de vrijheidstrijd van de Duitse natie kan Rusland geen bondgenoot zijn. Vanuit militair standpunt bekeken alleen al zou een oorlog van Duitsland met Rusland tegen West-Europa -- wat dan waarschijnlijk zou betekenen tegen heel de rest van de wereld -- tot noodlottige gevolgen leiden. De strijd zou niet op Russisch maar op Duits grondgebied worden uitgevochten en Duitsland zou van Rusland niet de minste echte steun kunnen ontvangen.

    'Het politiek testament, dat de houding van de Duitse natie ten aanzien van de andere volkeren bepaalt, moet daarom luiden:

    'Duld nooit het ontstaan van een tweede grote mogendheid op het vasteland van Europa.

    'Beschouw iedere poging om aan Duitslands grenzen een tweede militaire macht op te bouwen, of zelfs een staat die in staat zou zijn zich tot zo'n militaire macht te ontwikkelen, als een aanval op Duitsland en acht het niet alleen uw recht maar zelfs uw plicht met alle middelen, met inbegrip van geweld, het ontstaan van zulk een staat te voorkomen of eventueel hem -- voor het geval hij reeds ontstaan is -- weer te vernietigen.

    'Zorg ervoor, dat de kracht van ons volk niet op kolonies berust maar op de vaderlandse bodem in Europa'.14


    Waar komt dit gedachtengoed van Hitler vandaan? Hoe kan zoiets, via de verdere NSDAP-ideologie en -praktijk, de basis vormen van een massabeweging en van een van de meest agressieve politieke systemen van deze eeuw? Hitler mag niet onderschat worden, wat later duidelijk zal blijken. Niet zozeer als theoreticus of politicoloog maar hij is een grootmeester in het vereenvoudigen van ingewikkelde problemen en situaties tot slogans en formules die gemakkelijk in te hameren zijn. Hij kent de kracht van de propaganda en de (nieuwe) massamedia, en weet die te gebruiken. De ideeën en theoriën van Hitler zijn de uitdrukking van (een deel van) zijn tijdsgeest en van de sociale klasse waarin hij vertoeft. Heeft hij een deel van zijn leven onder het lompenproletariaat geleefd, de jaren in München brengen hem in contact met heel wat ervaren mannen uit de hoogste bourgeoisie.15 Generaal Ludendorff16 is de 'compagnon de route' geworden van Hitler, zowel op de vele massabijeenkomsten van de NSDAP maar ook bij de putsch van november 1923 in München. Via Göring, die zeer rijk (getrouwd) is en thuis in de wereld van de grote business, komt Hitler in direct contact met geldschieters en sympathisanten uit de hoogste kringen van de industrie en financies.
     
    De nationaal-socialisten (nazi's) veroveren de macht  ¬   |Top
    Aanvankelijk tonen de nationaal-socialisten vooral op straat hun reële sterkte. Vanaf 1924 doet de NSDAP echter ook haar intrede op het verkiezings- en Reichstagtoneel. Het succes stijgt exponentieel, zoals uit de bijgaande grafiek mag blijken.

    Vanaf het einde van de jaren twintig, als duidelijk wordt dat de nazi's de wind in de zeilen krijgen, komt steeds meer financiële steun van de grootindustriëlen en bankiers. De bekendste onder hen zijn: Fritz Thyssen van de Vereinigte Stahlwerke (staalconcern)17, dr. Schacht, ex-president van de Reichsbank18, Emil Kildorf, de kolenkoning van het Ruhrgebied, Georg von Schnitzler, directeur van I.G.Farben (chemie-concern) en de grootste banken en verzekeringsmaatschappijen19. In totaal wordt de laatste jaren voor Hitler aan de macht komt, voor 5 à 10 miljoen goudmark per jaar door het grootkapitaal in de nazikas gestort.20

    Op 24 oktober 1929, zwarte vrijdag, stort de beurs van New-York in mekaar. Dat geeft een kettingreactie over de hele wereld. In Duitsland valt de economische productie tussen 1929 en 1932 bijna op de helft. Duizenden kleinere ondernemingen gaan failliet. De massa werklozen stijgt tot 6 miljoen.

    Bij de verkiezingen van september 1930 springt de NSDAP van 12 naar 107 zetels in de Reichstag en wordt meteen de tweede grootste partij.21 In 1932 loopt de ambtstermijn af van de reeds 85 jaar oude president Hindenburg, de maarschalk en nationale held van de Eerste Wereldoorlog. Hitler die zich als Oostenrijker eerst nog in de rapte moet laten naturaliseren, stelt zich kandidaat. Tijdens de eerste stemronde (13 maart) haalt Hindenburg, die wordt gesteund door alle centrumpartijen en de sociaal-democraten, 49,6 %; Hitler haalt 30,1 % achter zich, E. Thälmann (communist) 13,2 % en de kanddaat van 'Stahlhelm' (DNVP) 6,8 %. Voor de tweede ronde trekt deze laatste zich terug en roept op voor Hitler te stemmen. Op 10 april haalt Hindenburg het met 53 % tegen Hitler die wel 2 miljoen stemmen wint. Die dag staat een nazileger van 500.000 manschappen22 ter beschikking van Hitler; rond Berlijn staat het klaar om de macht te grijpen als Hitler zou verkozen zijn. Na veel aarzelen verbiedt de regering op diezelfde dag de S.A. en S.S.23
     
    30 januari 1933 ¬ Hitler krijgt de macht  ¬   |Top
    Op 1 juni 1932 wordt Franz von Papen kanselier. Hij ontbindt het parlement, schrijft nieuwe verkiezingen uit voor 31 juli en regeert intussen als een dictator. Op 15 juni wordt de S.A. opnieuw toegelaten; die trekt nu door de straten in ware moord- en revanchetochten.24 Op 20 juli zet von Papen de sociaal-democratische regering van de deelstaat Pruisen af, en benoemt er zichzelf tot Rijkscommissaris. In Berlijn kondigt von Papen de krijgswet af. Onder communisten en socialisten worden plannen gemaakt om opnieuw, zoals in 1923 bij de machtsgreep van Kapp, een algemene staking uit te roepen. De SPD-leiding weigert en roept alleen op om tijdens de komende verkiezingen voor de SPD te stemmen.

    Bij de verkiezingen van 31 juli 1932, gaat de NSDAP nog wat vooruit en haalt 230 zetels van de 608; geen absolute meerderheid dus. Göring wordt voorzitter van de Reichstag gekozen, met de steun van de centrumpartijen. Er kan geen regering gevormd worden en opnieuw worden verkiezingen uitgeschreven voor 6 november. De nationaal-socialisten verliezen 2 miljoen stemmen en 34 zetels. Het tij lijkt gekeerd. Als er op 3 december verkiezingen zijn in Thüringen waar de nationaal-socialisten aan de macht zijn, verliezen ze 40% van de stemmen.

    President Hindenburg tracht eerst nog verder te gaan met von Papen als sterke man en Hitler als vice-kanselier. Hitler weigert: hij wil alleen in een regering als kanselier. Uiteindelijk geeft Hindenburg toe en vraagt aan Hitler een coalitieregering te vormen. Op 30 januari 1933 is het zo ver: Adolf Hitler is kanselier. Paul-Joseph Göbbels schrijft die dag in zijn dagboek: 'Daarmee hebben wij het jaar 1789 uit de geschiedenis geschrapt'.25 Dat zal inderdaad de bedoeling zijn van de nazi's: Duitsland, Europa en de hele wereld terugkloppen naar de politieke, sociale en culturele situatie van voor de Franse Revolutie. 'Liberté, Egalité, Fraternité,' worden vervangen door 'Ein Volk, Ein Reich, Ein Führer'.
     
    28 februari 1933: brand van de Reichstag  ¬   |Top
    In de nacht van 27 op 28 februari 1933 brandt het gebouw van de Reichstag af. Een provocatie door de nazi's26 om artikel 48 van de Duitse Grondwet te kunnen afkondigen. Op 29 februari laat Hitler de stokoude president Hindenburg het besluit ondertekenen. Dit roept de uitzonderingstoestand uit waardoor zeven artikels van de Grondwet voor onbepaalde tijd worden opgeschort: de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid, de vrijheid van vereniging en vergadering, de bescherming van het brief-, telefoon- en telegraafgeheim, de beperkingen op vervolging, onteigening en gevangenneming. Hitler kan nu met onbeperkte politiemacht en terreur regeren. Tienduizenden communisten, socialisten en vakbondsmilitanten worden opgepakt. Ze worden bijeengebracht in de eerste concentratiekampen.

    Op 25 februari 1933 gaat een vergadering door met Hitler, Göring, de minister van economische zaken Schacht, en een twintigtal kopstukken uit de industrie en bankwereld, met Krupp von Bohlen als hun woordvoerder.27 De notulen van deze vergadering zijn lange tijd geheim gebleven.

    Hitler: 'De privé-onderneming kan met de democratie niet meer in stand gehouden worden; ze is alleen houdbaar wanneer de mensen een gezonde opvatting hebben over autoriteit en persoonlijkheid.' Hij belooft de marxisten te zullen uitroeien en de Wehrmacht28 herop te bouwen. 'We staan aan de vooravond van de laatste verkiezingen, en wat de uitslag ervan ook moge zijn, er is geen terugweg meer. Behalen we de verkiezingsoverwinning niet, dan blijf ik aan de macht met andere middelen en andere wapens.' Göring verduidelijkt het nog: 'de verkiezingen van 5 maart zullen zeker de laatste zijn voor de komende tien jaar en misschien zelfs voor de komende honderd jaar.' Het is Krupp29, voorzitter van het 'Reichsverband der Deutschen Industrie', die in naam van zijn collega's de nieuwe kanselier bedankt 'om zo'n duidelijk beeld van de situatie te hebben geschetst. De politieke evolutie stemt overeen met de wensen die ikzelf en het bureau [van de machtige industriebond] reeds geruime tijd hebben geformuleerd.'30Schacht laat de schaal rondgaan en zamelt ter plekke 3 miljoen goudmark in om de verkiezingskas van de NSDAP te spijzen.

    Op 5 maart 1933 gaan de laatste verkiezingen door. Verkiezingspropaganda en bijeenkomsten van de KPD en de SPD (die nog niet verboden zijn) worden door de S.A. en S.S., samen met de politie nagenoeg onmogelijk gemaakt. De nazi's winnen 5,5 miljoen stemmen maar bereiken nog geen absolute meerderheid: 44 % van de stemmen en 288 zetels op de 647.31 Onmiddellijk na de verkiezingen wordt de KPD buiten de wet gesteld en worden hun zetels in de Reichstag in beslag genomen.32 Daarmee is de meerderheid van de nazi's op slag verzekerd. Op 23 maart stelt Hitler aan de Reichstag zijn 'Wet om de noden van het Rijk en het volk te lenigen' voor: het parlement verliest de wetgevende macht, de bevoegdheid tot controle op de Rijksbegroting en om buitenlandse verdragen goed te keuren, en het recht op initiatief om de grondwet te wijzigen. Dit alles wordt de uitsluitende bevoegdheid van de regering, voor een periode van vier jaar. De SPD-leider Otto Wells protesteert heftig. Het is dan dat Hitler zijn bekende uitspraak doet: 'U komt te laat! Wij hebben u niet meer nodig! Ik wil uw stemmen niet meer, Duitsland zal vrij zijn, maar zonder u!'. De volmachtenwet wordt aanvaard door alle partijen (inclusief de liberalen en christen-centristen) met 441 stemmen, tegen 84 van de SPD.33 Hitler heeft nu onbeperkte macht. Hij is zo ver geraakt door de regels van de burgerlijke democratie -- volgens de gebruiken van zijn voorgangers, van Ebert tot von Papen -- wat te manipuleren.

    Op 17 mei ligt er in de Reichstag een resolutie voor van Hitler over de buitenlandse politiek waarin het verdrag van Versailles formeel wordt verworpen. Enkele SPD-leiders, waaronder Otto Wells, zijn reeds uitgeweken naar Frankrijk en verklaren van daaruit dat de SPD de Reichstag moet boycotten en er weg blijven.34Friedrich Ebert35 verdedigt echter dat men de resolutie moet steunen omdat de SPD reeds al te lang haar nationaal imago heeft verwaarloosd. De meerderheid van de fractie is het daarmee eens. In de Kroll opera, waar de Reichstag nu zijn intrek heeft genomen, stemt de volledige SPD-fractie voor Hitlers resolutie. Men kan nochtans weten wat dit zal betekenen: 'Mein Kampf' is intussen op honderdduizenden exemplaren verspreid.

    Op 21 juni wordt ook de SPD buiten de wet gesteld en worden duizenden van de leden en kaders gearresteerd. In juli aanvaarden alle andere partijen hun eigen ontbinding en op 14 juli wordt de NSDAP bij wet tot enige partij van het Rijk verklaard.

    Betekenis van het naziregime in Duitsland
     
    Continuïteit  ¬   |Top
    Hitler heeft geen staatsgreep moeten plegen om aan de macht te komen. Er is ook geen sprake van enige revolutie. Het staatsapparaat dat hem ter beschikking wordt gesteld kan onmiddellijk in werking gezet worden voor de uitvoering van het naziprogramma. De snelheid en grondigheid waarmee dit alles gebeurt en het ontbreken van enige ernstige weerstand binnen de staatsmachine, wijzen erop dat het aan de macht komen van de nationaal-socialisten geen breuk betekent met de vorige regimes.36 Het leger en de politietroepen zijn al lange tijd flink doordrongen van de nazigeest. Het gerecht is na veertien jaar democratie, grotendeels in handen gebleven van de reactionaire aristocratie. Niet iedereen onder de staatsambtenaren kan zich volledig identificeren met het nazisme, maar de goodwill ertegenover is vrij algemeen. Waar die echte goodwill ontbreekt, speelt de jarenlang ingeprente strategie van de sociaal-democraten en de liberalen een grote rol: toegeven en positief-neutraal meewerken is nog het minste kwaad. Zo hoopt men de scherpste kanten van het naziregime te kunnen 'bijsturen'.

    Nagenoeg de hele middenklasse volgt het voorbeeld van haar politieke vertegenwoordigers. Hebben niet alle partijen, de KPD en SPD uitgezonderd, Hitler alle volmachten gegeven en zichzelf ontbonden? Heeft zelfs de SPD haar goedkeuring niet verleend aan de revanchistische en agressieve buitenlandse politiek van Hitler?

    De directe en indirecte steun van verschillende lagen van de bourgeoisie is doorslaggevend geweest voor de doorbraak van de nationaal-socialisten: financiële steun; medewerking of minstens dekking door politie en gerecht; het fatsoenlijk en salonfähig maken van deze straatbeweging door nazikopstukken uit te nodigen voor lezingen en salondiscussies; bekendmaking van het nazisme via de pers en de nieuwe massamedia (film, foto en radio); de NSDAP als 'democratische' partij toelaten tot de Reichstag van waaruit ze ineens een nationale spreekbuis krijgt, een respectabele instelling wordt en op legale manier een greep naar de macht kan doen.

    Hitler en zijn ploeg kan rekenen op de sympathie en daadwerkelijke steun van de bourgeoisie, soms om uiteenlopende redenen. Het 'Drang nach Osten'-programma is gegoten in de matrijs van de magnaten van de zware industrie. Zij richten hun ogen al langer naar het Oosten. Het opgeklopte nationalisme en revanchisme van de nazi's komt in elk geval van pas nu Duitsland terug zijn plaats opeist in Europa en de Wereld. De lichte industrie van consumptiegoederen die meer interesse heeft voor de rijkere afzetmarkten in het Westen, kan er ook zijn gading in vinden. De solidaristische idee van een 'volksgemeenschap' is een uitstekende uitlaatklep voor de toenemende economische en sociale spanningen.

    De jacht op alles wat 'marxistisch' is, communisten, socialisten, vakbonden, is een welgekomen hulp voor zowel de grote monopolies als de kleinere ondernemers. De fascistische knokploegen kunnen veel verder gaan in de terreur tegen stakingsposten en oproerkraaiers dan de gewone politietroepen. Het antisemitisme en racisme zijn een geschikt middel om ook onder de arbeiders verdeeldheid te brengen. De aandacht wordt afgeleid van de klassentegenstellingen, naar vermeende ras- en volksvijanden.

    De ideologie van de klassensamenwerking en het corporatisme is een alternatief voor het conflictmodel van de klassenstrijd. Een deel van de arbeiders kan er vleugellam mee gemaakt worden. Het pakket ultrareactionaire denkbeelden van de nazi's tenslotte, tegen de parlementaire democratie, voor de militarisering van de samenleving, het geroep om een sterke man en sterk centraal gezag, dat vindt uiteraard steun bij die fractie van de bourgeoisie die tegen de Weimar-republiek gekant is en herstel zoekt van het Pruisische militaristische regime. De oude landadel, het leger, het gerecht, de universiteiten en de kerken, het zijn bastions gebleven van het ancien regime.
     
    Imperialisme  ¬   |Top
    Hierboven werd uitvoerig het gedachtengoed van Hitler uiteengezet met betrekking tot de buitenlandse politiek van de NSDAP. Het veroveren van de nodige Lebensraum neemt in het geheel van het nazistische programma en regime een sleutelpositie in. Hitler formuleert het zelf: 'De politieke leiding van het Reich mag uitsluitend dit doel voor ogen houden; er mag niets gedaan worden wat niet direct of indirect dienstbaar is aan deze taak.'

    Het nazi-imperialisme onderscheidt zich van het gewone moderne imperialisme. Dit laatste is meer en meer verplicht de ware aard van het imperialisme te verdoezelen. Het Wilsonprogramma voor het zelfbeschikkingsrecht der volkeren is daar een staaltje van. De nazi's verkondigen hun expansieve en koloniale plannen open en bloot, en zelfs met agressiviteit: in het Oosten leven volkeren die alleen nog nuttig kunnen zijn als slaven voor het Duitse volk. De Volkenbond wikkelt het kolonialisme in geurige doeken van 'meer ontwikkelde landen die zorg moeten dragen voor minder ontwikkelde'. De rassentheorie van de nazi's heeft weinig last van dergelijke wasmiddelen.

    In Mein Kampf maakt Hitler onderscheid tussen de bodempolitiek naar het Oosten enerzijds en de houding tegenover de westerse mogendheden anderzijds. Naar Polen en Rusland toe wordt een koloniale veroveringsoorlog gepland. Ten overstaan van Frankrijk gaat het erom te tonen wie de sterkste is en met Groot-Brittannië en Italië zoekt hij een bondgenootschap. In het Westen wil hij in de rug gedekt zijn om het uiteindelijke doel, de Lebensraum in het Oosten te kunnen bereiken. Zo kinderlijk eenvoudig zal het niet verlopen: het imperialistische netwerk van onderlinge belangen en tegenstellingen en de gemeenschappelijke vijandschap met de nieuwe Sovjetmogendheid maakt een en ander veel complexer dan het voor en tijdens de Eerste Wereldoorlog al was.

    Is het geheel van de oorlogsplannen en -daden van de nazi's imperialistisch van opzet -- streven naar herverdeling van de hele wereld --, de oorlogen in het Oosten, tegen Polen en de Sovjetunie, zijn nog 'duivelser' van opzet en vorm, dan deze in het Westen. In het Oosten gaat het om totale vernietiging van de naties en de volkeren en het bouwrijp maken van de nodige gebieden voor de Duitse kolonisten.

    Het is op 10 oktober 1939, wanneer West-Polen door de nazi's is bezet, dat het beruchte RKFDV37 onder de leiding van de S.S.-chef Himmler wordt opgericht. Het krijgt tot taak de kolonisatie van Polen uit te werken: bijeendrijven van alle joden in ghetto's en het 'vangen van werkslaven' voor de nieuw gebouwde werkkampen.38 In maart 1941, enkele maanden voor de operatie Barbarossa39, vaardigt Hitler volgend bevel uit: 'De oorlog tegen Rusland zal niet op ridderlijke wijze kunnen worden gevoerd. Dit is een strijd van ideologiën en van verschillende rassen en hij zal moeten worden gevoerd met een genadeloze, nimmer aflatende hardheid zonder precedent. Alle officieren zullen afstand moeten doen van verouderde scrupules. Ik weet dat gij generaals niet zult kunnen begrijpen waarom het noodzakelijk is de oorlog op deze wijze te voeren, maar ik sta erop dat mijn bevelen zonder tegenspraak ten uitvoer zullen worden gelegd. De (bolsjewistische) politieke commissarissen zijn de dragers van ideologieën die diametraal staan tegenover die van het nationaal-socialisme. Daarom moeten ze worden geliquideerd. Duitse soldaten die zich schuldig maken aan overtredingen van de internationale wetten zal dit niet kwalijk worden genomen.'40 Hitler is er zich goed van bewust dat hier méér gevraagd wordt van zijn officieren en soldaten, dan een 'gewone' oorlog te voeren -- en dat is al geen vriendenbezoek!
     
    Oorlogseconomie  ¬   |Top
    Op 8 februari 1933 zet Hitler op de ministerraad de krachtlijnen uiteen van zijn economische politiek. 'De militaire kracht van Duitsland is doorslaggevend voor zijn positie in de wereld. Daar hangt ook de positie van de Duitse economie in de wereld van af. Daarom moet elke maatregel om arbeidsplaatsen te scheppen beoordeeld worden vanuit de vraag of ze noodzakelijk is om de militaire weerbaarheid van het Duitse volk te herstellen.'41 Meteen wordt 500 miljoen mark die door de vorige regering Schleicher is voorzien voor tewerkstellingsprogramma's van de deelstaten en gemeentes, veranderd van bestemming: ze gaan naar de versterking van de Reichswehr.

    In april 1933 legt het 'Reichsverband der Deutsche Industrie' Hitler een plan voor om de industrie te reorganiseren in voorbereiding van een oorlog. Wat tot hiertoe slechts mogelijk was tijdens de laatste jaren van de Eerste Wereldoorlog, wordt nu voor het eerst in nazi-Duitsland ook in vredestijd gerealiseerd. De gehele economie wordt door een kleine groep economische machthebbers gepland, gedirigeerd en uitgevoerd. In 1936 werkt Schacht het eerste vierjarenplan uit. De oorlogsindustrie krijgt absolute prioriteit42 en het streven naar totale onafhankelijkheid van het buitenland wat betreft de grondstoffen, is de centrale gedachte.

    'Achter de Duitse staat stond een organisatie van trusts en concerns die flexibeler, duurzamer en sterker aaneengesloten was dan de officiële regering en praktisch een tweede regering vormde. Deze concernreuzen waren het hart van de Duitse industrie, de gangmakers van de Duitse economie. Op hun beurt stonden ze echter onder de overheersende controle van de grote banken.

    'Over de macht van de grote banken zei baron Kurt von Schröder: 'De invloed van de grote banken op de Duitse industrie werd zo groot dat er bijna geen deeltje van de Duitse industrie was dat niet onder hun controle stond'. (Bewijsstuk 21).'43

    Dit citaat komt uit een rapport over het onderzoek tegen de Dresdner Bank van een Amerikaanse regeringscommissie in 1945 / 46. Het werd nooit verspreid.4445

    Alle demagogie over de 'strijd tegen de trusts en de banken' en over het herstel van de 'gezonde' vrije concurrentie, waarmee de nationaal-socialisten succes hebben behaald onder de kleine ondernemers en zelfstandige arbeiders, verdwijnt als bij toverslag eenmaal ze aan de macht zijn. Op 15 juli 1933 komt een wet uit die vorming van of aansluiting bij kartels verplicht maakt. Onafhankelijke bedrijven moeten verplicht aansluiten bij het kartel van hun sector. De leiding van een kartel (uiteraard de grootste ondernemingen) kan verbieden dat nieuwe bedrijven in de sector worden opgericht en dat er zelfs nieuwe investeringen worden gedaan in een bedrijf. In oktober 1937 worden alle ondernemingen met een kapitaal dat kleiner is dan 20.000 dollar simpelweg ontbonden. Het wordt verboden nog bedrijven op te richten met een kapitaal, kleiner dan 200.000 dollar.

    In 1933 bedroeg het totale kapitaal van alle Duitse ondernemingen 20,6 miljard DM. Eind 1942 is dat gestegen tot 29 miljard DM. In diezelfde periode zakt het aantal ondernemingen van 9.148 in 1933 tot 5.404 in 1942. Het gemiddelde bedrijfskapitaal stijgt dus van 2,25 miljoen DM tot 5,35 miljoen.46 De winsten van de grote ondernemingen volgen een haast exponentiële opwaartse lijn. De zware oorlogsindustrie bijvoorbeeld ziet ze stijgen van 2 % in 1926 -- een zeer goed jaar, voor de crisis van 1929 -- tot 6,5 % in 1938.47 48
     
    Antimarxisme  ¬   |Top
    Het eerste programmapunt van het allereerste partijtje waar Hitler lid van wordt (de DAP in 1919) luidt al: 'Het marxisme van de vakbonden bekampen'. De communisten en combattieve vakbondsleden zijn het eerste doelwit van alle fascistische groepen. De communisten hebben vanaf het prilste begin van de bruinhemdenterreur weinig analysewerk nodig om te begrijpen dat verdediging, ook zuiver fysiek, een kwestie van overleven zal zijn.

    In Duitsland worden de eerste patronale knokploegen gevormd en opgericht tegen de revolutionaire en pacifistische beweging die tegen het einde van de oorlog steeds meer uitbreiding neemt. Ze zijn zeker geen uitvinding van de nationaal-socialisten.

    In juni 1921 formuleert het III° congres van de Komintern in een resolutie:

    'In de loop van het voorbije jaar hebben we een steeds brutaler offensief meegemaakt van het kapitaal tegen de arbeiders. Tezelfdertijd zien we dat de bourgeoisie niet genoeg heeft aan de politieke organisaties en zelf terreurbendes opricht. Wettelijk of half-wettelijk staan die onder bescherming van de staat en spelen een beslissende rol tijdens alle grote politieke en economische conflicten. In Duitsland is het de 'Orgesch' die gesteund wordt door de regering en waarin alle politieke partijen te vinden zijn, vanaf Stinnes (extreem-rechts) tot Scheidemann (sociaal-democraat); in Italië zijn het de fascisten. In Engeland deed de regering Lloyd George een beroep op vrijwilligers 'om de eigendom en het recht op arbeid te beschermen' tegen de grote stakingsbeweging. In Frankrijk werden de 'burgerwachten' versterkt. In Amerika is het 'Amerikaans legioen', een overblijfsel uit de oorlog, omgevormd tot stakingsbreker en moordbende.'49
    De fascistische knokploegen ontstaan niet spontaan. Overal worden ze door de industriepatroons, grootgrondbezitters en politici ofwel rechtstreeks in gang gezet ofwel van de nodige steun en dekking voorzien. Het groepje van Hitler is slechts een van de vele in Duitsland. De afgedankte soldaten in de Freikorpsen staan overal ter beschikking.50

    Eenmaal aan de macht is het volledig uitschakelen en vernietigen van alle organisaties van de arbeiders, een prioritaire taak voor de nazi's. Ze doen het met een vakkundige grondigheid en snelheid. Eerst de communisten, dan de vakbonden en tenslotte de socialisten. In 1935 zijn er al 'meer dan 4.200 antifascisten vermoord, 317.800 zijn er gevangen gezet en 218.600 gewond en op gruwelijke wijze gefolterd'.51

    Het verhaal van 1 mei 1933 is bijzonder cynisch. Hitler heeft 1 mei uitgeroepen tot 'Nationale dag van de Arbeid'. Er is een massameeting voorzien in Berlijn. Veel vakbondsleiders lopen in de val en mobiliseren voor deze manifestatie. Vanuit alle hoeken van Duitsland worden speciale vliegtuigen ingezet om vakbondsverantwoordelijken -- met hun vlaggen! -- in Berlijn bijeen te krijgen. Met meer dan 100.000 staan ze op het Tempelhof naar Hitler te luisteren die de formule uitschreeuwt: 'Alle eer aan de arbeid en eerbied voor de arbeiders!'. Diezelfde avond schrijft Göbbels in zijn dagboek: 'Morgen houden wij ons bezig met de gebouwen van de vakbonden. Er zal weinig weerstand zijn.'52 Inderdaad, op 2 mei 1933 worden over het hele land de vakbondsgebouwen bezet, de fondsen aangeslagen, de organisaties ontbonden en de leiders gevangen gezet. Onmiddellijk wordt het D.A.F (Deutsche Arbeitsfront) opgericht onder de leiding van Robert Ley.

    In januari 1934 wordt bij wet de nieuwe corporatieve orde ingevoerd in alle bedrijven. De patroon wordt de 'Führer', bijgestaan door 'vertrouwensmannen' (Vertrauensmänner); deze worden door de werknemers, die 'aanhang' (Gefolgschaft), worden genoemd, gekozen. Alle bedrijven worden in de strengste militaire geest beheerd en geatomiseerd. Arbeiders (en net zo goed de bedienden en kaders) hebben nog uitsluitend contact met hun atelier. Wegblijven staat gelijk met desertie. Veranderen van atelier of bedrijf is alleen mogelijk met goedkeuring van de centrale leiding. Zowat het enige recht dat de arbeiders onder het kapitalisme hebben, hun arbeid -- zij het als loonslaven -- min of meer vrijelijk te verkopen, is ook afgeschaft.53

    De materiële resultaten voor de arbeiders van dit alles? Het uurloon van een geschoolde arbeider is in 1928 gemiddeld 95,5 pfennig; in 1933 is het gezakt tot 70,5 pfennig. In 1936 bedraagt het 78,3 pfennig en in 1942 is het 80,8. Het peil van voor de crisis wordt dus nog niet eens bereikt, en dat terwijl er vanaf 1939 een groot gebrek aan arbeidskrachten ontstaat.54 Het Arbeitsfront moet instaan voor de materiële belangen van de arbeiders. Dat beperkt zich echter tot het versieren van de werkplaatsen met de nodige wimpels en hakenkruisen. In 1941 worden zelfs de Duitse en Oostenrijkse verbruikerscoöperatieven ontbonden en verboden. Cynisch genoeg met het argument dat ze concurrentie vormen voor de privé-handel en een vorm van gevaarlijke 'collectivistische economie' zijn.

    Het moderne corporatisme, als middel om de slagkracht van de arbeidersklasse te breken, is ook geen uitvinding van het fascisme. Karl Marx en Friedrich Engels schrijven reeds in het Communistisch Manifest in 1848, dat er een soort middenklasse-socialisme opdoemt.

    'In de ontwikkelde landen heeft zich een nieuwe middenklasse gevormd die tussen de bourgeoisie en het proletariaat zweeft.(..) Naar zijn inhoud wil dit soort socialisme ofwel de oude produktie- en verkeersmiddelen weer in het leven roepen en daarmee de oude eigendomsverhoudingen en de oude maatschappij herstellen; ofwel wil het de moderne produktie- en verkeersmiddelen met geweld weer opsluiten binnen het raam van de oude eigendomsverhoudingen die zij uit elkaar lieten springen. In beide gevallen is het reactionair en utopisch tegelijk. In de manufactuur willen ze het corporatieve regime herstellen en in de landbouw het patriarchale systeem. Op het einde van de evolutie is deze richting vervallen in laffe krachteloosheid.'55 Dat laatste kunnen we niet zeggen van het nazisme.

    Het corporatisme wordt als sociaal alternatief voorgesteld: geen klassenstrijd en klassenorganisatie, maar het samenwerken per bedrijf of per atelier, van patroon en werknemer samen in één grote famillie. Nogal wat sociaal-democraten zoeken in de crisisjaren ook in deze richting een uitweg voor de scherper wordende klassenstrijd. De fascisten maken er een agressieve doctrine van: alles wat verwijst naar de klassen en mogelijke klassenstrijd moet vernietigd -- tenminste, langs de kant van de arbeiders. De patroons daarentegen krijgen alle faciliteiten en worden zelfs gedwongen zich in kartels te organiseren. Daarbovenop dient het nationalisme als extra-smaakmaker: het Duitse volk verdraagt geen tweedracht in zijn rangen.

    Het hoeft niet te verbazen dat het 'Reichsverband der Deutsche Industrie' in januari 1932 zijn jaarlijks congres houdt rond het thema: 'De corporatistische hiërarchisering van de kapitalistische economische orde.' De titel van het belangrijkste rapport luidt: 'Hoe kan het marxisme uitgeschakeld worden?' en het antwoord: 'de corporatistische staat, steunend op een autarkische en geplande economie, is de enige uitweg uit de crisis.'56
     
    Massabeweging  ¬   |Top
    Het VI° congres van de Komintern in 1928 formuleert de thesis dat het specifieke van het fascisme gelegen is in 'de sociale demagogie, gecombineerd met de corruptie en de openlijke terreur, en verbonden met een uiterst agressieve buitenlandse, imperialistische politiek.(..) Het bijzondere kenmerk ervan is de organisatie van een reactionaire massabeweging'.57 Daarmee wordt het fascisme afgebakend van andere dictatoriale regimes die in de geschiedenis en in die jaren twintig bekend zijn (militaire en monarchistische staatsgreep; nood- en uitzonderingsregimes).

    Het feit dat er een sterke massabasis gecreëerd wordt waarmee het nazisme aan de macht kan komen én blijven, maakt het slagkrachtiger en gevaarlijker. Het kan erin slagen op korte en middellange termijn heel wat meer krachten te mobiliseren dan bijvoorbeeld een militaire dictatuur of een reactionaire staatsgreep.

    Om de nodige massabasis te creëren mikte de NSDAP vooral op de talrijke Duitse middenklasse: de boeren en zelfstandige handelaars en ondernemers, ambtenaren, bedienden en kaderpersoneel, afgedankte soldaten en geruïneerde kleine spaarders. Zolang de nationaal-socialisten niet aan de macht zijn verdedigen ze een aantal eisen die beantwoorden aan de verzuchtingen van deze lagen: onteigening van de grote warenhuizen, nationalisering van de kartels, afschaffing van de landbouwpacht en herverdeling van de grond van de landadel, grotere belastingen voor de grote ondernemingen, enzovoort. Aan het grondbeginsel van het kapitalisme zullen de fascisten nooit tornen: de privé-eigendom van de grond en van de industriële produktiemiddelen. Eenmaal aan de macht is de politiek van de nationaal-socialisten juist gericht op het versterken van deze kern van het kapitalistische systeem.

    Wat komt er terecht van die 'gezonde boerenstand' ? Op 29 september 1933 komt de wet op de landgoederen (Erbhofgesetz). De landbouwgrond wordt grondig herschikt zodat alleen nog middelgrote bedrijven ontstaan.58 Zij mogen nooit meer verdeeld worden en niet verkocht; ze kunnen slechts door erfrecht overgaan op één zoon en ze mogen uitsluitend bewerkt worden door de boer, zijn familie en enkele knechten die als een soort lijfeigenen aan één bepaalde boerderij gebonden zijn. De boeren mogen hun eigen produkten niet vrij verkopen. Men mag slechts de naam 'Bauer' dragen wanneer voldaan is aan strenge criteria in verband met ras, nationaliteit en technische kennis. Honderdduizenden boeren moeten het leger van de werklozen en later van de fabrieksslaven vervoegen.59

    Wat komt er terecht van de NSDAP-beloftes voor de handelaars en kleine ondernemers? Wanneer de eigendommen van de joden worden aangeslagen wordt hier en daar iets uitgedeeld aan trouwe nazi-aanhangers. Het enorme bureaucratische controle- en terreurapparaat dat de nazi's op poten zetten, biedt heel wat baantjes voor de middenklasse. Vanaf 1936 en nog strikter vanaf 1939 wanneer er een tekort is aan arbeidskrachten, wordt een politiek gevoerd om de kleine handelaars en ambachten volledig weg te zuiveren. Door een strenge prijzencontrole daalt het inkomen van de handelaars: vanaf 1936 heeft 75 % van hen een inkomen dat lager ligt dan dat van een geschoolde arbeider. Tussen 1936 en 1938 worden 104.000 zelfstandige arbeiders ook loontrekkenden.60 In 1939 komt een wet uit waarbij zelfstandigen die 'onnuttig' werk doen of werk dat 'niet strookt met hun bekwaamheden' kunnen verplicht worden ander werk te doen. Een tweede wet schaft gewoonweg alle zelfstandige zaakjes af die geen minimum zakencijfer halen. Het liberale ideaal van de vrije concurrentie wordt dus ook verpletterd.
     
    Totalitarisme  ¬   |Top
    De nazi's -- zoals veel andere fascistische groepen -- noemen zich 'socialisten'. Uiteraard zit daar een flink stuk misleiding in. Onder de werkende massa leeft een groot verlangen om de economische en politieke heerschappij van een kleine groep, die hen heeft meegesleurd in een desastreuse oorlog, hongersnood, geldontwaarding, massale werkloosheid, om die groep te vervangen door een bestel waarin de grote meederheid van de werkers zeggenschap krijgt over de economie en de politiek. Om die massa te winnen kunnen de nazi's zich niet frontaal keren tegen dit verlangen naar een radikaal andere maatschappij. Ze verklaren zich ook 'socialist' maar geven er een andere inhoud aan.

    Over het kernpunt van het socialisme, de socialisering van de produktiemiddelen, wordt niet gerept. Integendeel, de bescherming van de privé-eigendom is een heilige waarde. Er wordt wel een nieuwe inhoud gegeven aan het begrip 'gemeenschap'. Alles moet wijken voor de belangen van het Duitse volk. Als er over onteigening sprake is -- en in daden wordt omgezet -- gaat het uitsluitend om eigendommen van niet-Duitsers, vooral van de joden dan.

    In juli 1933 worden, buiten de NSDAP, alle politieke partijen afgeschaft. Daarmee is voor het grootkapitaal het probleem opgelost van de interne tegenstellingen en politieke onmacht van de bourgeoisie. De regeringen van de verschillende deelstaten worden ook afgezet en daarna afgeschaft. Er kan orde en stabiliteit gebracht worden. Een voor een worden alle sectoren van het openbare leven gezuiverd en ondergeschikt aan het centrale doel: Duitsland als één blok laten produceren voor het grootkapitaal en het straks als één blok in de oorlog laten marcheren.

    De invloed van de nazi's onder de studenten was voordien al groot. Het uitschakelen van elk mogelijk intellectueel verzet, zelfs in de kiem, wordt snel en middeleeuws aangepakt. Op 10 mei 1933 zuiveren de studenten van de universiteit van Berlijn de bibliotheek, met de leuze: 'Het Duits vernuft neemt een sprong!'. 20.000 'onwaardige' werken, 'vreemd aan de Duitse geest' worden verbrand op het Operaplein.61 Op 3 februari 1933 schrijft Göbbels in zijn dagboek: 'Vanaf nu zal het gemakkelijk zijn de strijd te voeren want we kunnen beroep doen op alle mogelijkheden van de staat. De radio en de pers staan ter onzer beschikking. We zullen er een meesterwerk van propaganda van maken. Dit keer zullen we natuurlijk geen geld te kort komen.'62

    Na zes maanden is Duitsland nagenoeg compleet genazificeerd. Vanaf de geboorte tot aan de dood is voor elke Duitser de weg uitgestippeld hoe zijn of haar leven zal verlopen. Voor de niet-Duitsers is dat ook al gebeurd...
     
    Ancien regime  ¬   |Top
    De parlementaire democratie is geen fraai schouwspel, sinds de vorige eeuw al niet. De bourgeoisie kan zelfs de schijn van enige democratie moeilijk ophouden. De ontwikkeling van het allesoverheersende financierskapitaal maakt dit nog erger. In Duitsland, waar de parlementaire democratie pas echt gestart is na de oorlog, is het spektakel al helemaal zijn geld niet waard. De verwachtingen zijn nochtans zeer hoog geweest. De desillusie onder brede lagen van de bevolking is dus navenant. De communisten maken daarvan gebruik en trachten enkele keren door te stoten tot een socialistische omwenteling. Hun leuze is dat de consequente toepassing van de principes van de Franse revolutie (Liberté, Egalité, Fraternité) niet kan gerealiserd worden zo lang de bourgeoisie de macht in handen houdt. De nationaal-socialisten verkondigen dat ze een einde willen maken aan het parlementaire systeem, en grijpen als alternatief terug naar een moderne variant van het despotische ancien regime. De burgerlijke vrijheden en de democratie zijn 'bastaards' en worden gewoon afgeschaft. 'Het aristocratische grondbeginsel der natuur', zegt Hitler, laat de besten naar boven komen en die moeten leiden. 'Daarin ligt juist de zin van de Germaanse democratie, dat niet ieder willekeurig onwaardig individu het zover kan brengen dat hij de macht over zijn volksgenoten uitoefent. De trappen van de poorten van het heiligdom onzer geschiedenis zijn niet gebouwd voor reptielen, maar alleen voor helden!'63

    In de negentiende eeuw hebben nagenoeg alle landen de slavernij en het lijfeigenschap -- officieel althans -- afgeschaft. In de Verenigde Staten van Amerika is er zelfs een bloedige burgeroorlog voor nodig geweest (1863-1865).64 Het liberale kapitalisme vereiste een vrije markt, ook wat betreft de recrutering van de nodige loonarbeiders. Een centraal gedirigeerd monopoliekapitalisme, zoals het in Duitsland kan uitgebouwd worden onder het naziregime, kan echter opnieuw de sociale structuur van de slavernij en het feodale lijfeigenschap goed benutten. De eerste, schuchtere werkkampen worden al vanaf 1938 in Oostenrijk opgericht en bevolkt met niet-Duitse werkslaven (Hongaren, Serviërs, Tsjechen). De werk- en slavenkampen krijgen een steeds groter belang in de Duitse oorlogseconomie en worden vanaf 1942 zelfs onmisbaar. Alle grote ondernemingen richten fabrieken op in de nabijheid van de concentratiekampen in Polen en de bezette gebieden van de Sovjetunie.65
     
    Terreur  ¬   |Top
    Het systematische gebruik van terreur is bij de nationaal-socialisten geen ontsporing, het maakt integrerend deel uit van hun ideologie en strategie. Wat hen onderscheidt is het feit dat ze géén pogingen doen dat te verbloemen maar er openlijk voor uitkomen en zelfs fier over zijn. Wie aandachtig Hitler had gelezen, kon voorzien hoe hij de oorzaken van alle kwaad, de joden en marxisten, zou aanpakken.

    'De allereerste voorwaarde voor een strijd met alleen het wapen van het brute geweld, is en blijft de volharding. Dat betekent dat de enige mogelijkheid om het gestelde doel te bereiken, gelegen is in een voortdurend gelijkmatige toepassing van de methodes tot onderdrukking. Zodra er enige aarzeling optreedt of er een kleine kentering komt van genadeloos geweld naar iets grotere toegeeflijkheid, dan zal de leer die men wil verpletteren niet alleen telkens opnieuw de kop opsteken, maar ze zal ook in staat zijn uit iedere vervolging opnieuw munt te slaan. Bij het afnemen van zo'n golf van onderdrukking zal de verontwaardiging over het ondervonden leed en onrecht, nieuwe aanhangers winnen voor de oude leer terwijl de oude leden haar met nog grotere hardnekkigheid en diepere haat dan vroeger zullen aanhangen. De allereerste voorwaarde voor succes is hier de ononderbroken toepassing van geweld.'66
    Als Hitler dit in 1923 neerschrijft veralgemeent hij niet alleen de ervaringen van de knokploegen en terreurbendes die dan al enkele jaren ervaring hebben, maar ook van eeuwenlange tradities in Europa en, de laatste eeuw vooral, in de kolonies. De nazi's zullen dit principe tot in de uiterste consequentie, met wetenschappelijke striktheid en met open vizier toepassen. Als de Britten in Ierland, Indië of Zuid-Afrika gelijkaardige, soms even geraffineerde en systematische terreurmethodes gebruiken, zijn ze verplicht dit te camoufleren. Als het te openlijk wordt komt er al eens een onderzoekscommissie en soms zelfs een proces. De nazi's kunnen ongehinderd de terreur als politiek instrument gebruiken.

    Het terreuraspect van het naziregime is wellicht het uitvoerigst belicht en ook het best gekend, temeer omdat honderden miljoenen in Europa het aan den lijve ondervonden hebben.
     
    Racisme en antisemitisme  ¬   |Top
    Er zijn twee duidelijk onderscheiden vormen van racisme te herkennen in het nazisysteem, elk met hun specifiek doel. Het best bekend is het antisemitisme. Op zich is dit ook geen uitvinding van de nazi's. De industriële manier waarop ze het aanpakken is wél nieuw. Alle voorkapitalistische maatschappijen hebben het middel van de jodenvervolging regelmatig gebruikt. Door pogroms, ghetto's, deportaties, uitwijzing en vervolging werd een binnenlandse, herkenbare vijand aangeduid als oorzaak van alle kwaad bij crisissen (pest, hongersnood).

    Op 1 april 1933 proclameert Hitler de boycot van de joodse winkels. In datzelfde eerste jaar wordt de joden bij wet de toegang ontzegd tot alle openbare ambten, tot de universiteiten, vrije beroepen, de pers en radio, de landbouw, het onderwijs, het theater en de film. Op 15 september 1935 komen de 'wetten van Nürnberg' waarbij de joden hun staatsburgerschap verliezen en ze het statuut van 'onderworpene' krijgen; gemengde huwelijken worden verboden.

    Er bestaan geen reële problemen met de joden in Duitsland. Ze vormen een kleine minderheid67 en hebben een lange traditie van integratie in het Duitse sociale en culturele leven. De joden worden gebruikt om een herkenbare binnenlandse vijand te brandmerken -- wat ook letterlijk zal gebeuren.68 De nationaal-socialisten zetten stelselmatig een gelijkheidsteken tussen jood en marxist (en omgekeerd). Joden en marxisten worden verantwoordelijk gesteld voor alle kwaad. Daarmee wordt de aandacht afgeleid van de klassentegenstellingen en de reële machthebbers en verantwoordelijken.

    De andere vorm van racisme bij de nazi's steunt op de theorie van de superioriteit van het Germaanse ras. Het antisemitisme krijgt van daaruit natuurlijk een flinke versterking. De rassentheorie staat rechtstreeks in dienst van de expansieplannen naar het Oosten, én van de nieuwe economische orde die de slavenarbeid opnieuw invoert. De Slavische volkeren zijn minderwaardig en alleen geschikt om nog tot hun uitputting te werken. Ze kunnen rustig uitgeroeid worden.69
     
    Karakter van het naziregime  ¬   |Top
    Er zitten een aantal kenmerken en krachten in het nazisysteem die ogenschijnlijk elkaars tegengestelde zijn. Al naargelang men een van de kenmerken die hierboven werden geschetst, op de voorgrond trekt en er prioritair gewicht aan verleent, komt men tot uiteenlopende conclusies over het karakter van het naziregime en dus over de manier waarop het moet bekampt worden.

    Het nazisme en het naziregime herleiden tot de gruwels van de terreur, het antisemitisme en racisme -- hoe 'onmenselijk' en onvoorstelbaar die ook zijn! -- gaat voorbij aan de continuïteit tussen het naziregime en de oorlogsregimes tijdens de Eerste Wereldoorlog. Zo laat men de gelijkenis -- zonder dat het gelijkvormigheid is -- buiten schot tussen het naziregime en de meeste koloniale praktijken. We zullen een goede woordvoerder van deze zienswijze ontmoeten in de persoon van Winston Churchill. Zoals het 'Russische barbarendom' voor de Duitsers een goede dekmantel was voor de Eerste Wereldoorlog, zal het nazibarbarendom een mobilisatiepunt blijken om ten strijde te trekken voor de verdediging van het Britse imperium.

    Het naziregime herleiden tot een 'dictatuur van de middenklassen', zoals de meeste sociaal-democraten het formuleerden, leidt tot de catastrofale tactiek van 'het minste kwaad'. De beslissende rol van het monopoliekapitaal achter de opkomst en machtsgreep van de nazi's wordt in die analyse ontkend. De Duitse sociaal-democraten (SPD) voeren een politiek om telkens één fractie van die grootbourgeoisie (Stresemann, Hindenburg, Brüning, Schleicher, von Papen) te steunen, in naam van het 'vermijden van het grotere kwaad', het nazisme. Daardoor staan ze totaal ongewapend en ontredderd wanneer die grootbourgeoisie zich in 1933 in blok achter Hitler opstelt... en de sociaal-democraten niet meer kan gebruiken.

    Het naziregime is door het grootkapitaal gebruikt en grotendeels zelfs gecreëerd om een oplossing te zoeken uit de acute economische en politieke crisis. Het is een (nieuwe) variant van de politieke machtsvormen die de leidende klasse ter beschikking staan: gaande van de parlementaire democratie (waarin ook heel wat gradaties van democratie bestaan) tot de openlijke dictatuur. Het opbouwen van een massabasis voor zo'n dictatoriaal regime is geen nieuw fenomeen. In 1851 was Louis Bonaparte er in Frankrijk ook in geslaagd om via een terreurbende, de 'decembristen', een massabasis te vormen onder de boeren en daarop steunend een staatsgreep uit te voeren.70

    Het naziregime zal de imperialistische doelstellingen van de Duitse monopoliebourgeoisie realiseren, met een verbluffende dynamiek. Onder de concurrenten (Groot-Brittannië, Frankrijk, de Verenigde Staten) leidt dit in niet geringe mate tot afgunst en bewondering. Bovendien stelt Hitler zich openlijk tot doel het socialisme in de Sovjetunie te vernietigen. Het enige steunpunt van de socialistische wereldrevolutie kan zo van de kaart geveegd worden. Ook op dit punt zijn de nazi's niet de eersten en de enigen die de antibolsjewistische kruistocht op hun programma hebben staan. In de internationale arena zal dit een belangrijk argument à decharge worden voor de nazileiders.

    Er is ook een keerzijde: de eigen imperialistische posities kunnen bedreigd worden. Naarmate de macht van nazi-Duitsland groter wordt, groeit de schrik dat men zelf tot tweederangsmogendheid wordt herleid (Groot-Brittannië), of zelfs helemaal van de kaart zal worden geveegd (Frankrijk) door dit jong geweld.

    Veel doet denken aan de situatie voor de Eerste Wereldoorlog en kan gemakkelijk leiden tot de thesis dat de nazi's niets anders hebben gedaan dan de draad van Bismarck en keizer Wilhelm weer op te nemen. De nationaal-socialisten hebben inderdaad die draad opgenomen, maar ze hebben er wél prikkeldraad van gemaakt, en nog stroom op gezet ook! Ze hebben de interne logica van het imperialisme, -- monopolievorming, drang naar alleenheerschappij, vernietiging van alle concurrenten en tegenstrevers -- tot in de uiterste consequentie toegepast. Dat leidt verrassend genoeg tot het teruggrijpen naar voorkapitalistische politieke en sociale verhoudingen en structuren: aristocratisch leidingsprincipe, produktieverhoudingen uit de feodaliteit en de slavenmaatschappij, despotisme en obscurantisme, enzomeer.71

    Dit laat ons de andere kant zien van het tweesnijdende mes dat het naziregime is: een reactionaire contrarevolutie -- die zelfs heel wat verder teruggaat dan de restauratie van het ancien regime -- ten overstaan van de burgerlijk-liberale democratie. Staat nazi-Duitsland al snel aan de spits van de ontwikkeling van het moderne imperialisme, op politiek, sociaal en cultureel vlak draait het de wijzer van de geschiedenis op slag meerdere eeuwen terug. Omdat het tégen de richting van de evolutie en de geschiedenis ingaat, kan dat alleen met brutaliteit, letterlijk op 'onmenselijke' manier.

    Het tweesnijdend karakter van het naziregime zorgt voor heel wat problemen in het verdere verhaal. Het naziregime is een vorm van imperialisme en daardoor verwijzen de internationale spanningen in de jaren '30 naar de situatie voor de Eerste Wereldoorlog. Het is echter ook een reactionair, antidemocratisch, antiliberaal en antiparlementair regime. Dat verwijst ons naar de situatie in de achttiende en negentiende eeuw in Europa, toen de burgerlijk-democratische en nationale revoluties op de agenda stonden.



     
    Voetnoten  ¬   |Top
    1. Een van de Freikorpsen die te Berlijn meedoet aan de putsch van Kapp draagt het hakenkruis al op de helm. Hitler zelf heeft dit embleem ontworpen, in de nationale kleuren van het keizerlijke Reich: zwart, rood, wit.  ¬  Terug


    2. Glyn Roberts, de enige biograaf van Henri Deterding, vermeldt dat de Nederlands-Britse oliemagnaat al in 1921 contacten had met Alfred Rosenberg die hoofdredacteur was van de Völkischer Beobachter en de 'specialist' op gebied van de rassentheorie en de internationale politiek in de jonge NSDAP. -- Bron: W. Wennekes, op. cit¬  Terug


    3. In Saksen wordt de SPD-KPD-regering door het leger verdreven. In Hamburg en elders worden communistische revoltes hardhandig neergeslagen.  ¬  Terug


    4. Von Kahr was op een banket met 3.000 mensen, al zijn medewerkers en de complete bourgeoisie van München bijeen.  ¬  Terug


    5. De nazi's waren zeker van hun stuk: affiches met dergelijke boodschap waren al gedrukt en uitgeplakt in München. ¬  Terug


    6. Een 'cel' met panoramisch uitzicht over München; hij mag onbeperkt vrienden ontvangen in zijn cel.  ¬  Terug


    7. Duitsland kent inderdaad een sterke geboortexplosie na de oorlog: in 1921 zijn er nog 1,56 miljoen geboortes maar dit cijfer daalt tot 1 miljoen in 1931. De nettto-bevolkingsgroei bedraagt tussen 1850 en 1925, 25 miljoen inwoners (van 40 tot 65 miljoen), een gemiddelde dus van 333.000 per jaar. In 1926-1930 is het netto-groeicijfer van de bevolking 6,6 per duizend (tegenover 7,9 in de Verenigde Staten, 1,4 in Frankrijk, 4,9 in Groot-Brittannië, 10,8 in Italië, 14,2 in Japan en ruim 20 per duizend in de Sovjetunie); het daalt in Duitsland tot 3,5 per duizend in 1933. -- Bron: statistieken van de Volkenbond -- gecit. door: H. Decugis, op. cit., p. 352.  ¬  Terug


    8. De malthusiaanse schrik voor overbevolking en hongersnood bepaalt op het eind van de negentiende en begin van de twintigste eeuw zeer sterk en vrij algemeen het economisch-politiek denken. Het is overigens een klassieke verantwoording voor de koloniale expansiegolf.
    Cecil Rhodes, een boegbeeld van het Britse imperialisme en stichter van het naar hem genoemde Rhodesië (nu Zimbabwe), verzucht in 1895: 'Ik was gisteren in East End (een Londense arbeidersbuurt) en bezocht daar een werklozenvergadering. Toen ik de woeste redevoeringen had gehoord, die één enkele kreet om brood waren, en naar huis ging, was ik meer dan ooit overtuigd van de grote betekenis van het imperialisme.(..) Mijn grote gedachte is de oplossing van het sociale vraagstuk -- om de veertig miljoen inwoners van het Verenigd Koninkrijk voor een moordende burgeroorlog te behoeden moeten wij, koloniale politici, nieuwe landen ontsluiten die ons bevolkingsoverschot kunnen opnemen, en nieuwe afzetgebieden scheppen voor de waren die in onze fabrieken en mijnen geproduceerd worden. Het imperium, heb ik altijd gezegd, is een kwestie van de maag. Als u geen burgeroorlog wil, moet u imperialisten worden. ' -- Die Neue Zeit, XVI, I, 1898, p. 302 -- gecit. door: Lenin, Keuze uit zijn werken, deel 2, Moskou, 1973 [1917].  ¬  Terug


    9. De rassentheorie van Hitler spruit niet voort uit een verziekte geest. Het vulgair of simplistisch darwinisme had grote invloed, in nagenoeg alle leidende politieke kringen. In 1924 wordt in het Amerikaans Congres een wet gestemd die de immigratie moet beperken. De leiders van de 'Amerikaanse beweging voor mentale testen' -- waaronder gerenommeerde universiteitsprofessoren -- komen in het Congres getuigen dat Slaven, joden, Italianen en anderen, mentaal afgestompt zijn en dat die afgestomtheid typisch is voor het 'ras'. Zo wordt de wet die voorligt 'wetenschappelijk' gerechtvaardigd. -- Zie: R.C. Lewontin, S. Rose en L.J. Kamin, Genetica, erfelijkheid en ideologie, Berchem / Breda, 1987, p. 28.

    De Franse professor ('Membre de l'Institut') André Siegfried schrijft in 1936, in het voorwoord van het boek van zijn collega Henri Decugis, Le Destin des Races Blanches: 'Tussen 1898 en 1900 deed ik een reis door de wereld. Ik heb er de overtuiging van overgehouden dat het blanke ras superieur is en dat de Europese heerschappij evident is'.

    In de uitgave van 1928 van de Larousse Universel, nouveau dictionnaire encyclopédique, komt het woord en het begrip 'racisme' niet voor.  ¬  Terug



    10. In 1900 is 43 % van de Duitse beroepsbevolking actief in de land- en bosbouw; in 1925 is dat nog slechts 22,8 %, 20,8 % in 1933 en slechts 18 % in 1939. Als we de urbanisatiegraad bekijken, dan woonde in 1925 35,4 % van de Duitse bevolking in gemeentes met minder dan 2.000 inwoners; in 1939 is dat verminderd tot 30,1 %. (Vergelijkbare cijfers voor 1936: 20 % in Groot-Brittannië, 51 % in Frankrijk en Nederland, 73 % in Polen en Zweden en 81 % in Roemenië en Bulgarije). -- Bronnen: H. Decugis, op. cit., p. 92; Ch. Bettelheim , op. cit., p. 44 en L. Genicot & J. Georges, op. cit., p. 66. ¬  Terug


    11. Hitler verwoordt ook hier een gedachtengang die vrij algemeen aanvaard is. Ter illustratie citeren we wat de Larousse-encyclopedie (op. cit.) in 1928 vermeldt onder het trefwoord 'colonie'.

    'De politieke economie onderscheidt 'te bevolken kolonies' en 'uit te baten kolonies'. De eersten omvatten deze gebieden waar het klimaat en de natuur het toelaten dat immigranten er zich blijvend vestigen, zich aanpassen en een famillie stichten. De 'uit te baten kolonies' daarentegen zijn deze waar het klimaat belet zich blijvend te vestigen en waar immigranten zich moeten beperken tot het commercieel uitbaten van de produkten van het land, en dan nog tijdelijk.'  ¬  Terug



    12. Adolf Hitler, Mijn kamp, Ridderkerk, 1982 [1924], pp. 152-163.  ¬  Terug


    13. Tussen 1820 en 1920 weken 5,5 miljoen Duitsers uit naar de Verenigde Staten, tegenover 3,7 miljoen uit Oostenrijk-Hongarije, 4,2 miljoen uit Italië; uit Rusland en Skandinavië telkens 2 miljoen en 7,5 miljoen uit Groot-Brittannië. -- Bron: G. Chaliand & J.P. Rageau, op. cit., p. 88.  ¬  Terug


    14. A. Hitler, op. cit., pp. 749-822. ¬  Terug


    15. In de gevangenis had hij overigens dagelijks contact met zijn medegevangenen en partijgenoten, waaronder Rudolff Hess¬  Terug


    16. Ludendorff leidde de twee laatste oorlogsjaren een feitelijke militaire dictatuur in Duitsland. ¬  Terug


    17. Thyssen wordt lid van de NSDAP in december 1931. In 1923 schonk hij al 100.000 goudmark aan de NSDAP en volgens eigen zeggen stond hij tot 1933 in totaal 1 miljoen goudmark af aan de nazipartij. In januari 1932 organiseert hij in de Industrieklub in het Park Hotel van Düsseldorf een officiële ontmoeting tussen Hitler en de grote industriebonzen van de Ruhr.  ¬  Terug


    18. Schacht wordt minister van Economische Zaken in de naziregering vanaf januari 1933. ¬  Terug


    19. Deutsche Bank, Commerz und Privat Bank, Dresdner Bank, Deutsche Kredit Gesellschaft; de grootste verzekeringsmaatschappij van Duitsland, Allianz. ¬  Terug


    20. W.L. Shirer, op. cit., p. 188; J. de Launay, op. cit., p. 154; A. Brissaud , op. cit., p. 68.  ¬  Terug


    21. Bij de verkiezingen van 1930 moet opgemerkt worden dat het Duits kiezerskorps dan plots stijgt met meer dan drie miljoen -- dus jonge -- kiezers. Het aantal zetels in de Reichstag, dat telkens aangepast wordt aan het aantal uitgebrachte stemmen, stijgt tussen 1928 en 1930 van 491 naar 577 zetels (een stijging van 17,5 %).  ¬  Terug


    22. De S.A. telt dan 400.000 leden. De S.S. (Schutzstaffel), aanvankelijk de lijfwacht van Hitler, staat sinds 1929 onder de leiding van Heinrich Himmler die de troep heeft omgevormd tot een elitecorps. In 1932 telt het 100.000 manschappen. ¬  Terug


    23. In datzelfde jaar 1932 halen de nazi's absolute meerderheden en vormen de regering in verschillende deelstaten: Thüringen, Mecklenburg, Lübeck, Oldenberg. ¬  Terug


    24. In Pruisen alleen al vallen er 82 doden tijdens 461 straatgevechten met communisten en socialisten. In Hamburg trekken de bruinhemden met politie-escorte door de arbeiderswijk Altona: er vallen 18 doden.  ¬  Terug


    25. Mihaly Vajda, Fascisme et mouvements de masse, Paris, 1979, p. 27.  ¬  Terug


    26. Tijdens het proces van Nürnberg werden formele bewijzen en getuigenissen naar voren gebracht die aantonen dat het Göring zélf is geweest die de Reichstag in brand heeft laten steken. Toch schrijven veel geschiedenisboekjes -- zowel in de scholen in de Duitse Bondsrepubliek maar ook bij ons -- en historici de brand van de Reichstag nog steeds toe aan de communisten. -- Zie: Christian Bernadac, La montéé du Nazisme, Paris, 1981, pp. 209-214. ¬  Terug


    27. Zijn ondermeer aanwezig: Bosch en Schnitzler van IG.Farben, Vögler van de Vereinigte Stahlwerke¬  Terug


    28. Het Verdrag van Versailles had de oude keizerlijke 'Wehrmacht' ontbonden. Het nieuwe, beperkte leger in Duitsland noemde van dan af: 'Reichswehr'.  ¬  Terug


    29. Krupp had vier weken voordien nog geweigerd op uitnodiging van Thyssen Hitler te ontmoeten. Nu ontpopt hij zich echter als een zéér verdienstelijk nazi-aanhanger, zodat Thyssen hem de bijnaam 'de supernazi' meegeeft. ¬  Terug


    30. Gilbert Badia, Le national-socialisme et la conquête du pouvoir, Encyclopaedia Universalis, Paris, 1986, Tome 18, pp. 264; W.L. Shirer , op. cit., p. 249. ¬  Terug


    31. Dit betekent opnieuw een stijging met 65 (of 11 %) van het totale aantal zetels in de Reichstag, t.o.v. november 1932.  ¬  Terug


    32. Op 14 maart kondigt Frick, minister van Binnenlandse Zaken aan: 'Wanneer de Reichstag op 21 maart zal bijeenkomen, zullen de communisten verhinderd zijn deel te nemen aan de zitting want ze zullen weerhouden zijn door dringende taken. Ze zullen heropgevoed worden in concentratiekampen en produktieve arbeid verrichten. Wij weten hoe we deze inferieure schepsels ongevaarlijk moeten maken'. -- Chr. Bernadac, op. cit., p. 215.  ¬  Terug


    33. Er zijn 535 afgevaardigden aanwezig bij de stemming op 24 maart. Naast de KPD-verkozenen zijn er ook al een aantal SPD-mandatarissen gevangen gezet.  ¬  Terug


    34. Op 8 mei is de politie het hoofdkwartier van de SPD binnengevallen en heeft de gebouwen en alle inboedel, ondermeer de drukkerij voor hun krant, aangeslagen.  ¬  Terug


    35. Friederich Ebert is de zoon van de eerste kanselier van Duitsland.  ¬  Terug


    36. De Weimarrepubliek heeft maar veertien jaar bestaan. In die tijd zijn er bijna even lang periodes van noodtoestand en dictatoriale macht geweest als periodes van normale parlementaire democratie. ¬  Terug


    37. Reichskommissariat für die Festigung des Deutsches Volkstums (Rijkscommissariaat voor de versterking van het Duitse ras).

    Die taak wordt aan de S.S. toevertrouwd omdat dit het oorspronkelijk opzet is van de S.S.: het kweken van een nieuwe, raszuivere landadel. De nieuwe kolonisten in het Oosten zijn uitsluitend streng geselecteerde S.S.'ers. Hun militaire kunde komt hen trouwens meer dan van pas: de Duitse kolonisten hebben al snel af te rekenen met sterk partizanenverzet. ¬  Terug



    38. Na de Anschluss van Oostenrijk en de bezetting van Tsjechoslovakije is daar al op kleinere schaal mee begonnen: de bestaande concentratiekampen worden uitgebreid of omgebouwd tot werkkampen voor de Slavische werkslaven. Aanvankelijk is het doel in het Oosten, de joden in hun ghetto's laten verhongeren en de Slavische bevolking als slaven gebruiken en uit te putten totdat ze volgens de rassentheorie volledig zullen uitsterven. Op die manier moet plaats gemaakt worden voor de bodempolitiek door de rasechte Duitsers. Pas later, vanaf 1941 begint de 'definitieve oplossing' (Endlösung) voor de joden, zigeuners en Slaven.  ¬  Terug


    39. 'Barbarossa' is de Duitse codenaam voor de inval in de Sovjetunie op 22 juni 1941.  ¬  Terug


    40. W.L. Shirer, op. cit., pp. 291-292. ¬  Terug


    41. Bundesdarchiv Koblenz, R 43 II/1459, Bl. 343 f. gecit. in: Das Daimler-Benz-Buch, Nördlingen, 1987, p. 159.  ¬  Terug


    42. De befaamde leuze: 'Kanonnen in plaats van boter!' dateert van toen.  ¬  Terug


    43. Kurt Freiherr von Schröder is een der grote Duitse bankiers, beheerder in talloze ondernemingen en banken, en in de Reichsbank. Hij werd op 24 november 1945 verhoord over de rol van de grote banken in het Derde Rijk door een Amerikaanse onderzoekscommissie. ¬  Terug


    44. Het rapport werd opgemaakt door : O.M.G.U.S., Office of Military Government for Germany, United States -- Finance Division -- Financial Investigation Section. --OMGUS, Ermitlungen gegen die Dresdner Bank - 1946, Nördlingen, 1986 [1946], pp. 29-30. ¬  Terug


    45. In 1936 heeft de Dresdner Bank voor 486,53 miljoen Reichsmark aandelen in 14 grote ondernemingen met een gezamenlijk kapitaal van 1.693,1 miljoen RM. In 1941 alleen al verstrekt de bank voor 423,7 miljoen RM aan kredieten. Dit is slechts het meest doorzichtige topje van een ijsberg. Via personele banden van beheerders die in talloze raden van beheer zetelen, via filiaalbanken en connecties met buitenlandse banken (die worden overgenomen wanneer de Duitse troepen het betreffende land bezetten), heeft de Dresdner Bank een stevige vinger in de pap van honderden bedrijven. De beschrijving van het netwerk beslaat tientallen bladzijden in het rapport van de OMGUS en dan blijft het nog onvolledig. -- Zie: OMGUS, op. cit., pp. 36 e.v. ¬  Terug


    46. Ernest Mandel , Du fascisme, Paris, 1974, p. 50.  ¬  Terug


    47. W.L. Shirer, op. cit., p. 347. ¬  Terug


    48. De winsten van Vereinigte Stahlwerke (A. Voegler) stijgen van 120 miljoen DM in 1934 naar 257 miljoen in 1937; deze van Klöckner AG van 106 miljoen in 1936 naar 163 miljoen in 1940; deze van Gutehoffnungshütte (Haniel) van 123 miljoen in '36 naar 156 miljoen in '40. De winsten van Opel stijgen van 36 miljoen in '33 naar 157 miljoen in '39. In 1939 maakt IG-Farben 698 miljoen DM winst. -- Bron: J. de Launay, Histoire de la diplomatie secrète, op. cit., p. 185.  ¬  Terug


    49. Quatre premiers congrès mondiaux de l'Internationale Communiste, 1919-1923, Paris, 1971 [1934], p. 102. ¬  Terug


    50. De gewapende knokploeg 'Stahlhelm' opereert tot in 1933 -- wanneer hij in de S.A. en nazipolitiediensten wordt geïntegreerd -- onafhankelijk en zelfs op sommige punten vijandig ten overstaan van de NSDAP.  ¬  Terug


    51.De cijfers van de 'Internationale Rode Hulp', geciteerd door: G. Dimitrov, Eenheid tegen het fascisme, Amsterdam, 1972 [1938], p. 13.  ¬  Terug


    52. W.L. Shirer , op. cit., T.1, p. 265. ¬  Terug


    53. De patroons is het streng verboden arbeiders in dienst te nemen die elders een baan hebben. Zo wordt een mechanisme om loonsverhoging af te dwingen uitgeschakeld. ¬  Terug


    54. E. Mandel, op. cit., p. 48. ¬  Terug


    55. Marx & Engels, Het Communistisch Manifest, Moskou, 1970 [1848], p. 57.  ¬  Terug


    56. M. Vajda, op. cit., p. 95. ¬  Terug


    57. Programme de l'Internationale communiste, Paris, 1928, p. 21.  ¬  Terug


    58. In 1938 zijn er 673.000 dergelijke 'Erbhöfe' met een totale oppervlakte van 15,5 miljoen hectare: een gemiddelde van 23 hectare per boerderij. Zij beslaan dan 32 % van de bebouwde landbouwoppervlakte. De grote, geïndustrialiseerde landbouwbedrijven van meer dan 100 hectare beslaan meer dan 25 % van de totale oppervlakte. Bron: Ch. Bettelheim , op. cit., p. 49.  ¬  Terug


    59. Wat de beloofde 'onteigening' van de landadel betreft, dit wordt één grote farce. Op 14 juli 1933 komt een wet uit die het kleine boeren moet mogelijk maken stukken grond van de landadel... te kopen! In 1935 maken daar 4.914 boeren gebruik van; in 1938 nog slechts 1.400.  ¬  Terug


    60. Nicos Poulantzas, Fascisme et dictature, Paris, 1974, p. 293.  ¬  Terug


    61. In 1811 was hetzelfde al eens gebeurd in Jena en toen had Heinrich Heine opgemerkt: 'Waar men boeken verbrandt eindigt men met mensen te verbranden.'  ¬  Terug


    62. W.L. Shirer , op. cit., p. 249. ¬  Terug


    63. A. Hitler, op. cit., p. 104. ¬  Terug


    64. In 1833 wordt de slavernij afgeschaft in Brits Indë; in 1848 in de Franse kolonies; in Rusland in 1861 en in Cuba en Brazilië in 1888.  ¬  Terug


    65. Enkele cijfers over Daimler-Benz (produktie van vracht-, pantser- en personenwagen en vliegtuigen). Vanaf 1941 heeft het bedrijf fabrieken in Rzeszow (Polen) en Minsk (Sovjetunie). In 1941 werken er al 8.595 dwangarbeiders op een totaal van 14.043 (bedienden en kaderleden meegeteld), of 61,2 %. In 1944 zijn er 13.056 dwangarbeiders op een totaal van 18.047, of 72,3 %. In 1944 werken er in de 10 grote vestingen van Daimler-Benz in totaal 91.935 mensen, waarvan 11.757 bedienden en kaderleden, 33.819 Duitse arbeiders en 46.359 dwangarbeiders.

    In de mijnbouw, zware en chemische industrie -- waar de arbeid minder geschoold en gevaarlijker is -- liggen de cijfers en percentages van de dwangarbeiders nog veel hoger. -- Bron: Das Daimler-Benz Buch, op. cit., p. 342.

    Eind september 1944 werken in totaal 7,5 miljoen niet-Duitse burgers onder dwang voor het Duitse Reich.  ¬  Terug



    66. A. Hitler, op. cit., p. 202. ¬  Terug


    67. In 1932 leven ongeveer 400.000 joden in het toenmalig Duitse Rijk: 0,6 % van de totale bevolking dus. In Polen zijn er dat 3 miljoen; in Hongarije 700.000; in Roemenië 1 miljoen; in de Sovjetunie 2,5 miljoen; in Joegoslavië, 500.000 en in de Baltische staten, 500.000.
    De grote concentratie van joden in Oost-Europa maakt het de nazi's nog gemakkelijker in de demagogie voortdurend bolsjewieken, joden en inferieure rassen door mekaar te gebruiken om 'de volksvijand' mee aan te duiden.  -- Bron: G. Chaliand & J.P. Rageau, op. cit., p. 66.  ¬  Terug


    68. Winkels en huizen van joden moeten het bord dragen: 'dit is joods'. De joden moeten duidelijk zichtbaar de Davidster op hun klederen dragen.  ¬  Terug


    69. In totaal worden 12 miljoen mensen in de nazikampen, gevangenissen en vernietigingskampen omgebracht; minstens 3,5 miljoen daarvan zijn joden, uit alle bezette gebieden aangevoerd; de anderen zijn zigeuners, de Slavische volkeren, homofielen, politieke gevangenen en verzetstrijders.
    Er worden 5,5 miljoen joden omgebracht: minstens 3,5 miljoen in de kampen en de overige door de speciale S.S.-troepen in Polen en de Sovjetunie. -- Bronnen: G. Chaliand & J.P. Rageau, op. cit., p. 66; Gilbert Badia, Le Troisième Reich, Encyclopaedia Universalis, op. cit., T.18, p. 268.  ¬  Terug


    70. Zie hierover: Karl Marx, De achttiende brumaire van Louis Bonaparte, Amsterdam, 1976 [1852].  ¬  Terug


    71. Vanuit een marxistische analyse is dat helemaal niet verrassend. Economisch bereikt het kapitalisme onder het naziregime een zeer sterk ontwikkelde graad van socialisering van de produktie én van centralisering van de produktiemiddelen. De politieke en sociale structuur die daar normaal aan beantwoordt is het socialisme: de gecentraliseerde produktiemiddelen gaan uit de (zeer beperkte) handen van de monopoliebourgeoisie over naar het geheel van de werkende klassen. Dit kan uiteraard slechts gebeuren via een politieke en sociale omwenteling. Het is precies om deze -- historisch logische en dus progressieve -- stap te beletten, dat de bourgeoisie beroep moet doen op historisch retrograde methodes en structuren. Men tracht het rad der geschiedenis tegen te houden door de 'ballast' van het verleden als remblok te gebruiken. ¬  Terug